Esmee?

Esmee?

http://www.youtube.com/watch?v=Mh2dvXjPH6g

‘Esmee, die zit hier achter in de kast’. De man keek verbaasd. Hij had naar haar gevraagd. Als een vader die zijn dochter kwam halen. Ongelofelijk. Hij zag eruit als een opgeschoten jongen die toe was aan een pak rammel van zijn moeder. Die moeder was Esmee. Dat wist ik, Esmee had het me ook nog vertelt.

Niet zo in die woorden. Ze waren afhankelijk van elkaar. Jip en Janneke, zelfs met een Takkie, gaten in de heg en ondeugende plannetjes. Maar nergens een vader, nooit moeder die vanuit de keuken komt. Zelfstandig he, de oudste al voorbij de veertig, de jongste nog niet. ‘Ik sla je verrot’ zei de man bij mijn deur.

Hij bedoelde dat hij van haar houdt en zijn vrouw op komt halen. Hij immers wel een trouwring, niet Esmee. Dat had ik goed gezien. Vannacht in het maanlicht zou er een schittering zijn geweest. Ik vond alleen een twinkeling in haar ogen. Het ‘alles is goed moment’ kan nooit lang duren. Jaren terug zou ik haar ten huwelijk vragen zonder het aanbieden van een ring. Tegenwoordig deed ik ze in de kast.

De agressie van de man tegenover mij was enorm. Gelukkig geen messentrekker want dan fileerde hij mij. Heb je ooit een man, vol van woedde, horen schreeuwen? Ik heb het ooit gehoord van iemand die een messentrekker schreeuwend vol van woedde staand aan de voordeur had horen schreeuwen. Dat was geen pretje, sommige mensen zijn zo beeldend met hun woorden.

De vrouw was overleden en de man in het gevang. Dus stapte ik opzij. Ik wil geen vrouw zijn, dan maar een mietje. Mijn kast sneuvelde. De knop op de deur, het scharnier en ook de pot bovenop. ‘Waar is zij’ brulde de Neanderthaler. Ik zag plots de fysieke aantrekkingskracht. Een oermens was het en nog dwingend dominant ook. Je moest hem als geile onwetende vrouw wel tot je nemen. Tenzij je slim was. Waar is je verstand op juist dat moment?

We liepen samen naar de keuken. Door de smalle ramen keken we uit over het land. Hij zag haar dansen. Ik zag alleen tevreden kinderen. De tranen rolde over zijn wangen. En ik weet natuurlijk dat hij zo niet meeliep. Zo is het helemaal niet gegaan. Het was een gesprek ergens langs de snelweg. Samen in een AC. Geen koffie, alleen maar praten. Of toch op de parkeerplaats. Waarschijnlijk was ik bang. Het enige wat hij kon zeggen was dat ik haar niets kon bieden, ‘je bent godverdomme getrouwd man’.

Ik knikte en we liepen samen een stukje op. Twee mannen met ieder een raadsel in hun kop. Zwijgende stappen. Begrijpen dat de één haar kwijt is en de ander haar niet zou verliezen. Maar wat doe je als er chaos is, de problemen daar zijn? Dan ga je ze oplossen, terwijl alleen de tijd voor oplossingen zorgt die blijven. Drie keer haalde ik haar weg uit die club. De eerste keer begon ik over mijn leven, wat zij mij aandeed. De tweede keer noemde ik de kinderen. De derde keer… daar weet ik niets meer van.

Ze bleef niet. Ik ging weg. Volgens mij werd ze gek. Dat is een mooie geruststelling voor gedachten die vertellen dat ze verder leefde. Omviel en opkrabbelde, heel langzaam, maar wel op en niet meer neer. Alsof ik dat niet deed. Ik had haar zo vaak gezegd dat ik zou gaan en nu was ik weg. Helemaal vrij, banden doorgesneden, verlaten, mijn eigen koers gevaren. Maar wat zou ik graag al die kinderen op mijn land met dezelfde glimlach als toen we samen naar buiten keken door het smalle raam.

Daarom bouwde ik een kast. Een hoge, grote kast. Voor in de kamer of de keuken en bij een groot huis kon hij zelfs in de gang. Met dik hout en vol verrassingen. Zo een kast waarvan je je af kan vragen wat je er mee moet. Zonder slot omdat hij niet gesloten moet. Open kan en toch ook dicht. Mooi hoeft niet altijd verborgen, tegelijk hoeft niet iedereen alles te zien. Wat er in is, is niet aan jou of mij. Dat is van ons en kan ik dus niet schrijven: het moet gelezen worden.

Nog één keer ging ik terug. Met paard en wagen en bovenop de wagen een boog met roze linten. Ik ging haar halen, voorgoed. Maar ze ging niet mee. Buiten het dorp vuurde mijn aansteker en bracht brand in mijn laatste sigaret. Ik rookte en wierp het filter met nog weinig tabak in de droge berm. Het gras vatte vlam. Het vuur laaide hoog op en ik zag het vuur van onze passie langzaam opgaan in de vlammen. Pas toen kwam ze terug. Esmee…

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Het ambacht

Het ambacht

Duval - Het ambacht

Doet u mij maar twee patat, een frikandel speciaal en wat wil jij? Ze kijkt aandachtig naar het bord boven de frituur die heel de achterwand beslaat. Roest vrij staal dat glimmend gepoetst ons vertelt dat deze zaak goed is. De dames en enkele heer in net ogende bedrijfskleding. Het petje op het hoofd om die ene haar in je saus te voorkomen. Het is druk, we stonden in de rij. Ik erger me niet aan het feit dat ze die tijd niet benutte om tot een keuze te komen. We staan voor de kassa, dit is ons moment. Daarna controleert het personeel in deze zaak onze tijd weer.

De beste friet koop je in de zaakjes waar de iets oudere man zelf het overhemd voor deze dag uit heeft gekozen. Vaak zwart, in verband met de vlekken. Of een andere kleur, dan liefst met print, waarop het niet zo opvallen zou. Waar een stukje pleister over de prijs geplakt is omdat het er echt niet voor te doen is. Er twintig cent bij moest om rond te komen. Daar waar twee sigaretten voor vijftig cent worden verkocht. Vind die zaken maar eens! Blij lopen we daar weg, met een tas vol te veel friet, een frikandel speciaal en een, nou ja, vooruit een kaassoufflé. Gewoon omdat er niets anders vegetarisch is.

In onze frituur werken nu chinezen. Overgenomen van een Hollander. De man die van de zijkant stond te kijken hoe goed zijn zaak georganiseerd was. Achter de counter een stel wilde meiden. Mooie meiden die je als enthousiast fotograaf voor je lens zou willen hebben. Tattoo’s, lang haar of opgeschoren. Uitdagend, maar nu niet. Vlot handelen ze de zaken af. Zelden een rij. En de dame waar je betaalde was ook diegene die voor je frituurde. Ze maakte het met liefde. De handelingen automatisch, alles perfect en met aandacht. Ondertussen keek je en droomde even van die zomeravond, het prachtige strijklicht en hoe zij uitdagend in je lens zou kijken. Dat zou mooie plaatjes opleveren.

Altijd keek ik. Het witte heft van het mesje. De frikandel bijna in tweeën. Net niet, dan in de frituur. De binnenkant net zo gefrituurd als de buitenkant. Dan de mayo, die fritessaus is. Ruim gevuld met verse grof gesneden uitjes. Vervolgens de curry, een klein beetje over de frikandel stromend. Smullen voor je at. De glimlach, de wens dat het eten vooral smakelijk zou zijn. Het duurde altijd te kort, deze ervaring. Ik kwam al in die zaak met mijn vader. De rechthoekige tegeltjes aan de wand. Witte jasjes, stofjassen, doktersjassen, nee! De kleding die past bij de kok, de mensen die frituren. Er een gezin stond en de man naar mij lachte. Mijn hand in die van mijn vader en hij vroeg of ik net zo ondeugend was als de man die mijn hand liefdevol vasthield.

Mijn vader lachte wat. Blijkbaar wist die man in de witte jas veel meer over mijn vader dan hij mij ooit vertellen zou. Het café op de kop van de winkel. Een deur die altijd openstond tussen tap en frituur. Zodat ze horen zouden als een jeneverglas moest worden gevuld of er behoefte was aan een bittergarnituur. Twintig jaar geleden? Ik denk dat het zo lang geleden al was. Het café ging weg bij gebrek aan publiek. Het moet de tijd van de overname zijn geweest. De familienaam op het grote bord boven de ingang vervangen door zoiets als ‘snack corner’. Het was voor mij veel meer. Een plek in mijn dorp, een pleisterplaats, een plek waar mensen samenkomen.

Maar ‘snack corner’ is zo veel duidelijker. Je kon er eenvoudig eten en alles was goed. Nu zitten er chinezen. Met diploma’s en verklaringen die mij niets zeggen. Mensen die hun kinderen op de basisschool hebben waar de mijne ook komen, maar nauwelijks Nederlands praten. Alsof ze op drie zondagen hebben geleerd om nummers in een soort Nederlands uit te spreken waarvan ze vermoeden dat wij het begrijpen. Bij nood kan je altijd nog het symbool vergelijken wat bij het nummer moet horen. Ik krijg mijn frikandel speciaal er nog steeds. Nooit meer is de frikandel doorgesneden. De saus ergens onderin het bakje, uitjes moet je zoeken en veel meer curry dan fritessaus.

Dat is niet erg. Ik heb lang gedacht dat het mijn verzet was tegen de acceptatie van een multiculturele samenleving. Een frikandel in veel culturen niet gegeten wordt. Niet omdat de mensen niet willen, maar het domweg niet mag. Zij niet kiezen voor slachtafval, de kans op varken willen voorkomen of weet ik veel. Goed, dat mijn frikandel met zijn afmetingen beter rechtopgezet naast de zak friet past begreep ik wel. Maar je doet het niet. Begrijpen ze het niet? Weten ze echt niet dat de saus zakt. Je ergens half in de zak, zelfs zonder reclame, je saus terugvind waar bovenop die enkele veel te fijne uisnipper drijft.

Ik kan het natuurlijk vragen. Zeggen hoe het moet. Maar frituren is toch een ambacht? Je koopt toch niet om mensen terecht te wijzen. Of vreesde ik de discussie? Hoe ze zou schreeuwen dat discrimineren niet fijn is. Haar bescheiden karakter er voor zorgde dat ze altijd als laatste in de bus stapte. Al die jaren dat ze in een keuken in pannen roerde en bakjes vulde ergens in een tent midden in de stad. Ver, voor ze de getallen kon noemen. Zeker wist dat al die mensen die haar niet lijken te begrijpen wel konden verstaan. Misschien verlangde ik wel gewoon naar het ambacht. Blij en een beetje trots kijken hoe het werd gedaan. Aan de handelingen zien dat de keuze voor deze winkel een juiste was: hier werd het ambacht verstaan!

Dus ging ik op zoek naar een nieuwe leverancier. Ik wilde mijn frikandel speciaal! Zoals het moest, met de vaardige hand die de delen deelde. Het gemak waarmee de saus tussen de delen kwam, de uien in een ruime hoeveelheid gelijkmatig werden verspreid. Nee, discrimineren wijs ik af. Maar nu koos ik toch voor een blanke zaak. Waar kinderen van echte Nederlandse ouders met hun achttien jaar de mooie huid voorzien van een dikke laag vet door frituurdampen. Die kinderen hadden toch vaders die moesten weten hoe! Tot mijn teleurstelling zag ik geen mes. De saus was weinig. Bij het inpakken werd mijn frikandel rechtop gezet. Extra aandacht aan wiskunde in het onderwijs had mij niet gered.

Ik was teleurgesteld. Even maar. Zelfs de petjes tegen die ene haar in je saus hadden mij niet gegeven wat ik zo verlangde. Het ambachtelijke, de echte, dat zoals het vroeger… Ja zoals ik vroeger was. Ik at en berustte. De wereld was veranderd. Blijkbaar was de receptuur of tenminste de bereidingswijze veranderd. Ik was ouder geworden, een generatie voorbij gegaan. Mijn smaak, mijn voorkeuren waren blijven steken in een vorige eeuw. Ik ging opzoek, probeerde overal. Reisde naar de Bijlmer en koos een frituur waar het nog goed moest gaan. De hindoestaanse, pakistaanse, iraanse, koerdische, half mexicaanse bediende in een zaak waar halve kip, roti, grote bakken met eten wat ik niet kende naast elkaar staan, hielp mij niet.

Hij hielp haar. Hij vroeg of er curry of tomatenketchup op de speciaal moest. Blij dat er tenminste een friteszaak bestaat waar gewoon tomatenketchup is. Maar verward door zijn vraag vreesde ik het ergste. De frites was veel voor weinig in een grote zak dubbel verpakt. De snacks bovenop. Horizontaal zodat de saus niet onevenredig verdeeld zou zijn. De snede, nauwelijks diep, achteraf gemaakt. En ik berustte. De wereld was veranderd, in vele opzichten. Ik keek vast anders. Zag meer kleuren. Kon genieten van een drammend kind in een wagen. Niet stil te krijgen door zijn moeder. We zwaaiden en hij wees mij op de lamp. Die zag ik voorheen niet. Langzaam werd ik wijzer en die frikandel… Wat nou frikandel?

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Een groot spektakel!

Een groot spektakel!

Duval Bostheater

Dames en heren vandaag presenteer ik u één groots spektakel! Het spektakel speelt zich af in mijn bed. Zouden we het op het toneel afspelen dan wil ik een groot bed. Ik weet niet hoe ik dat uiteindelijk verwacht. Wordt het een bed van tien personen breed? Of toch die waar de reus in stapt? Met welke kleur wordt het verlicht? Zouden de kleuren van het dekbed dezelfde zijn als bij jou? De kleuren van deze week omdat die van vorige week nog in de was.

Samen in bed met een publiek erbij van duizend man is niet wat ik nu verwacht. Maar bij een groot spektakel ontbreekt het publiek niet. De mensen die kijken, luisteren, zich laten beïnvloeden, zonder oordeel kijken of juist een duidelijke mening vormen. Het mooiste is het gesprek achteraf. Misschien een kleine discussie, zeker iemand die vertelt over meer. Over kunsten. Van theater naar schilderijen. Alles is mooi als je onbevangen durft te kijken.

Mijn spektakel gaat niet over seks. Dat is iets wat je als dertiger achter je kan laten. De ontdekkingsreis geleefd. Kinderen gebaard en de dag zo druk dat er moe ingeslapen wordt omdat de wekker weer vroeg gaat. Mijn spektakel gaat over poëzie. De woorden. Mijn lieve woorden voor haar door haar verwoord in een mooi gedicht. Kwetsbare woorden op rijm en dan nog op een stukje papier is prachtig om te ervaren. Ik schreef haar terug.

Korte woorden. Met enige schroom herlezen. De man, hoekig, nors, een beetje dwars en dan dichtend. Worstelend met woorden, passie opschrijven is een opgave. Herlezen een confrontatie. Ben ik die man? Is dat wat mijn hart laat schrijven terwijl ratio zegt dat ik toch vooral sterk, hoekig en op en top man moet wezen? Weten hoe de dingen gaan terwijl mijn derde worsteling met de woorden vooral een poging was mijn twijfel vorm te geven.

Ik hield van haar! Maar hoe konden we ooit samen? Ooit samen beleven wat de woorden die nog zouden komen gaan beschrijven. Blijft de passie als er iedere avond een afwas moet worden gedaan? Zij de rommel even prima vindt en jij een strak georganiseerd huis verwacht. Toen kon ik onmogelijk denken aan de tijd dat ik zou vinden dat de rommel voldoende en de organisatie op het werk kon blijven en juist thuis even niet mocht.

Het schrijven werd een worsteling. Een prettige waar ik mij met heel mijn zijn aan over kon geven. De korte woorden werden al snel langere zinnen. Korte verhalen kwamen, aangespoord door haar verlangen te lezen. Kleine complimentjes van haar deden mij schrijven. ‘Doe nog een keer’ voldoende om mij nachtenlang te laten schrijven. Het was het vuur dat niet meer te doven was. Het moest, ze had mij aangespoord dat te doen wat mij blijkbaar het beste paste.

Was zij het aan wie ik nu mijn berichten richt, was het een ander, waren het anderen? Ik zucht en weet het niet. Ratio vertelt van wel. Maar alles begint op een begin en wat goed is heeft geen einde. Genieten voldoende zonder duidelijk aan te wijzen hoe en wat en waarom. Achteroverleunen op het strand belangrijker dan de beschrijving van de file er naartoe. Dat ik schrijf is zeker en zij vertelt mij dat er meer moet. Poëzie op papier, een boekje misschien maar toch zeker publiceren.

Waar in de oudheid brieven over en weer gingen kan niemand nu nog de vrijheid van internet begrijpen. Boos, verliefd, gekrenkt, stapelgek, allemaal hebben wij wel ergens een podium om te publiceren. Toch zie ik iedere keer als ik post een paard. De man met de tas vol papieren en één van die brieven is van mij. Het paard snelt zich voort door de nacht om de andere dag, op de vroege ochtend, mijn schrijven bij haar, bij u, te bezorgen. Ik beloofde u immers een groot spektakel en op dit moment bent u deel van mijn schrijven.

Het gespannen openen van de enveloppe. Nee, er is geen zegel meer om te verbreken. De briefopener als een scherp mes deelt het blad in delen. Verkeerd gevouwen en de stukken op tafel samen gelegd. Gehaast en verlangend lezen, herlezen. Glimlachen, de hand door het haar, hoofdschuddend, even weglopen, die ene passage herlezen. Al weten wat je terug gaat schrijven, of in deze moderne tijd, als reactie zal reactie posten. Is het mijn neus die te groot is, of mijn buik veel te zwaar of het haar wat nooit zo zit als bij al die mooie mannen?

Waarom niet naar buiten. Op een podium en met luide stem lezen. Omdat iedereen wil weten over de passie. De kracht van een platonische relatie. Dat het verlangen zoveel sterker is als het bezit. Mijn argument om rond te kijken, al die meiden te zien en niet verbaasd te zijn van mijn staren naar een oudere vrouw. Ouder als de dertig voorbij en zeker weten dat ze het vieren van de liefde niet heeft afgewezen. Fantaseren dat er mannen zijn bij haar. Mannen waarvan het haar wel goed zit en die neus zo veel langer is dan die ene die geheel past bij de perfecte contouren van zijn gezicht.

Laat mij dan maar verborgen achter mijn scherm schrijven. Beschermt door een ruiter te paard. Een drager van het zwaard dat mij zal beschermen en in volle vrijheid laat schrijven. Omdat ik niet weet hoe mooi je bent, hoe je verlangt naar iemand dichtbij die al die woorden spreekt die mijn hart en haar vuur mij laten schrijven. Ik weet dat je verlangt, jij kijkt toch ook, zonder zeker te weten of die ander eigenlijk naar jou verlangt? Zou je het uitspreken dan komt ratio, het zuchten. Al denk ik zeker dat het had gekund.

Veertien jaar terug, jij in mijn armen. Liefde voldoende om samen te leven. Mijn bed, ons bed, de plek om avonturen te beleven. Een schrijven op het kussen van je bed als jij die nacht niet bij mij bent en ik één, één lange nacht, alleen zal blijven. Ik ben jouw Cyrano. Daarom kan ik u een groot spektakel beloven. Met een bed op het podium, of de muren van mijn huis. Bouw desnoods alleen de facade van het jouwe. Laat mij eronder staan en de liefelijke woorden roepen. De spanning of je op het balkon zal verschijnen voldoende om mijn woorden te doen stokken.

De kans dat iemand langs loopt en zal roepen dat een man met dit uiterlijk nooit de liefde kan beleven. Nooit de ware zal zijn voor een samen leven met jou, deze mooie vrouw. De belemmering door de anderen. Zo zingt de acteur straks op het podium over de last als je kiest voor schrijven. De mensen die je inspanning vooraf financieren. Die voorzichtig zeggen wat je zou moeten schrijven, het eisen en je dan meer betalen. Of net iets minder terwijl je al lange tijd verlangt naar geld, ook een schrijver moet immers leven.

Hier in het grote bed ben ik nog even gebleven. De woorden zijn gekomen. Ik zou het je niet moeten vertellen, niet verklappen. Maar je verlangt, je vraagt, wilt het weten wat er straks wordt geschreven. Dat is niet waar, ik wil het je gewoon vertellen, juist nu, nu voor het schrijven. En als het is geschreven zal ik het je voorlezen. Aandachtig, af en toe een komma of een d aanvullen met een t. Het hoeft nog niet bewerkt voor het theater. Maar als, maak dan een groot spektakel. Met een bed waar er wel tien in passen.

Maak dan een grap over mijn neus dat hij groot zal zijn en wel even zal blijven. Dan past het bed van de reus. We zullen de liefde beleven. Veertigers al en nooit vergeten hoe je de passie hoort te vieren. Omdat we schrijven, kleine woorden op papier. Jij voor mij, ik voor jou en zo veel meer. Sonates, preludes en verhalen. Alles kan en er hoeft geen beperking zolang het hart schrijft en het brein alleen maar nodig is om de woorden te maken. Dan… kan er op een warme zomeravond theater worden gemaakt. Met mensen die eten en de vele vliegen verdragen.

Dan kan drank en muziek en nog even niet slapen. De zomer een heerlijke is, de vrouw naast mij vooral lekker en het meisje daar, iemand waar mijn ogen even bij blijven rusten. Voor haar zou ik wel schrijven en voor jou en die vrouw hier recht achter. Zelfs voor de man, omdat ik hem mijn woorden zou willen geven zodat hij zijn grote liefde vertellen kan ‘ik hou van jou’. Daarna volgt het einde, altijd tragisch. Hij sterft in haar armen en zij verliest de liefde keer op keer. Omdat schrijvers niet anders kunnen dan blijven schrijven en na het einde, komt er een nieuwe, keer op keer.

Deze zomer in het Amsterdamse Bos: Het Bostheater! Ik kan het u van harte aanbevelen, het is voorwaar één groots spektakel!

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Duval, waar ben je?

Duval, waar ben je?

Duval - Balkon

Ergens in Amsterdam. De avondzon zo laag al. Een klein balkon. Te klein voor twee, maar het past. We kijken samen naar de buren waar we de namen niet van kennen. Ik zou moeten zwaaien, een praatje met de buurman, kennismaken. Maar de afstand is te groot om op een normale manier samen te praten. Zo zonder dat de anderen horen, want dan weten zij plots ook wie deze buurman is.

Ze is naar binnen. De muziekkeuze een juiste en te hard. Dit is ons moment van de avond. Nu mogen wij. Na een lange middag Metal zijn wij nu. Met een harde bons had hij de deur achter zich dichtgeslagen. Op weg naar de kroeg of een partij biljart. Ik weet het niet want ik ken hem niet. Hij die daar naast ons huist. We weten zeker dat het een man is omdat hij bij voetbal juicht en luid boert bij zijn voorlaatste biertje.

Haar van hier boven ken ik wel. Het zijn haar orgasmes die me in verroering doen raken. Luid juichend lukt het haar keer op keer de illusie te doen ontstaan dat ze klaar komt. Alsof ze blij is dat het werk gedaan is, alle ellende af is. Haar klantenkring of vriendenkring, ik weet dat nooit te onderscheiden bij mooie meiden, moet ruim en divers zijn. Pas zag ik haar in het trappenhuis en hielp haar nog met een te zware tas al heb ik dat nooit gedeeld met de dame hier op het balkon.

Onze benen verstrengelen zich. Het is de enige mogelijkheid om met enig comfort op dit balkon te verblijven. We praten over de mogelijkheden van de trein als vele reizigers onze been bewegingen zouden kunnen volgen. Ik besluit met een ferme conclusie dat de ontwerper van de meest recente treinstellen dit toch echt als ontwerpcriterium heeft meegenomen. Maar niemand weet wie er echt verantwoordelijk is voor het blauw, de bochten in het staalwerk of de zekerheid dat de rem het houdt.

Zo zit ik daar, toch een beetje verstopt. Veilig te zijn voor de boosheid van het buitenaardse dat leefwereld heet. Ik drink in rap tempo mijn cola’s met af en toe een koffie en zelden een koekje. Bij koffie hoort een koekje. Keuze tussen koekjes. Een kleine en enkele groten. Dat je smullen moet samen met een bakkie al dan niet met melk en suiker. Maar dingen veranderen. Zo rukt men soms een schrijver uit een dik boek. Het artikel uit een krant of een screendump van die ene grappige tekst. Puur vandalisme dat nu eens een schrijver niet deert.

Verder zijn schrijvers nogal lichtgeraakt. Kwetsbaar door hun ego te strelen. Wars van het alledaagse als je er naar zou vragen. Maar niemand kent het werkelijke gezicht van de man die schrijft onder pseudoniem. Of vrouw, dat zou wat zijn zeg als ik een vrouw was. Een bloedmooie, zo een waar je ’s nachts van kan dromen. Alles verborgen achter een pseudoniem. Al kan alleen een man zich ‘Ritmeester van Rotterdam’ noemen. Zo veel gekheid kan een vrouw niet verzinnen. Maar als dat kan, die uitspanning van creativiteit ontstaat in een brein… Dan kan er meer en is het hier vooral stil.

De stilte is een kwestie van het laatste nummer draaien. Daarna valt het doek. Dan komen de vogels, de buurvrouw met de schelle stem, de auto op de hoek. Hoor ik daar een botsing of is het een stroom nieuwen? De nieuwen, zo noem ik ze. Ze komen sinds ik ben ontdekt. Een lange stroom van vriendelijken die wuiven. Meer doen ze nog niet. Al volgt er over enige tijd zeker een tomaat. Rood, overrijp en net mis. Uitspattend op de ruit, luid spettend op mijn nieuwe jasje. Het jasje wat ik speciaal kocht om in cognito verder te gaan in mijn nieuw gekozen bestaan.

Wie het was weet ik niet. Het was ook door mij nog niet opgemerkt. Al had de glimlach van haar, hier zo dicht bij mij op het balkon, veel verraden. Er moest iets zijn en ik wist het niet. Ze liep naar binnen en koos andere muziek. Meer passend bij de avond, iets zachter ook. Het was aangenaam en bij haar terugkomen vroeg ik naar de jurk. Die had ze al de maand voor wij elkaar tegen gekomen waren. De kapper was het ook niet en heel even hapte ik naar adem. Toen klonk de muziek luid en krachtig, de stilte was slechts een intermezzo.

‘ Daar zit hij’ zei een moeder tegen haar kind. Het meisje was zestien met lange haren, schoenen van een populair merk en een hele strakke broek. Ik wist dat lang niet, maar bij dames zijn alle broeken stretch. Prima als je zestien bent, maar bij achtenveertig wordt er wel erg veel zichtbaar. ‘Toe loop nog een keer heen en weer langs zijn balkon, misschien dat hij je ziet.’ Zo ging zij, los van haar moeder, nog eens heen en ook weer terug onder aan mijn balkon. Ik zag haar en daar is het die avond bij gebleven.

Maar mijn herinnering laat haar niet los. Want na één kwamen er meer. Plots liep ze daar met haar vriendinnen. Niet de jonge, maar de moeder. Ik dacht dat ik er één zag zwaaien en ik begreep het niet. Mijn balkon was een fijne kleine leefomgeving en aan de buurman was ik nog niet toegekomen. Ik kende mijn balkongenoot en had een glimp op mogen vangen van de dame die ook hier, in deze rij huizen met woningen zo klein dat het bijna een bijenkorf was. Of een wespennest, dat kan natuurlijk ook.

Mijn schrik was groot toen iemand riep ‘u bent toch Duval, de schrijver’ met een rood hoofd was ik blijven zitten. Onbeweeglijk als een vogelverschrikker, al borrelde van angst mijn buik en onglipte er een wind. Dat bleef onopgemerkt, maar mij ontkenden ze niet. ‘Toe schrijf nog een keer, je bent zo een toffe peer!’ Dat rijmt en klinkt als muziek, maar het was de leuze van de seniorenleeskring die had gehoord dat ik hier in het hoofdstedelijke vertoefde. Ze hadden het jaarlijkse uitje afgezegd en omgeboekt naar een stevige wandeling door Amsterdam.

Ik wilde het niet. Het was genoeg zo. Voldoende woorden geschreven. De schrijver laten zwijgen was een mooie levensopgave. Wie is de man die het olympisch vuur laat doven? Niet de grote, de functionaris in het pak. Nee, die niet. Maar de man die de toorts aanpakt. De man die beslist dat het genoeg is. Het vuur dooft zoals de tandarts met zijn tang de rotte kies eruit pakt. Daadkrachtigheid in plaats van het dromerige. Geen voortkabbelende woorden meer, maar abstract, rationeel, daadkrachtig!

Gestrand, overmeesterd door het publiek. Gedwongen weer in het zadel plaats te gaan nemen door de lokroep. Complimenten van lezers laten de schrijver schrijven. Een druggebruiker kan beamen dat na een kleine pauze de intensiteit van het genieten zo veel meer is. Maar mijn kop barst bijna van de koppijn. Het balkon bied nauwelijks ruimte. En de tafel waarop mijn pc huist wankelt. Maar de lokroep blijft bestaan. Groepen staan te juichen, te brullen, ik kan ze niet eens verstaan. Tot er plots één vraagt ‘wat mot je eigenlijk in Amsterdam?’ Het is de buurman van hiernaast. Zijn kop om het dunne wandje tussen zijn en ons balkon.

Ik kijk hem aan. Mijn mond vol duizend woorden maar ik kan ze niet uitspreken. Zijn vragende blik is niet te stillen. Als een kleine pup wordt hij, een teleurgestelde puber. Maar ik kan het niet uit mijn mond krijgen. Nee, het is niet de liefde! Nee, al smult men van wel. Natuurlijk is het de liefde. Alles is liefde, altijd en telkens weer de liefde. De liefde voor elkaar, de liefde voor lekker eten, de liefde voor schrijven en de liefde voor lezen. Lezen, vooral veel lezen. En ik kan de roep niet weerstaan. Telkens weer hoor ik ze brullen ‘we want meer, wij willen lezen’. En waar ik was en waarom ik hier ben… Dat is voor een volgende keer.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , , , | 4 reacties

OBA test

Dit is een test

 

einde test.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

7, 8, negen, tien

 

Vandaag moest ik terug. Ik moest naar hier. De deur dicht, op slot en schrijven. Het was mij maanden niet gelukt. Ik kon geen woord vinden om deze hoek mee te vullen. Nu wel. Nu moest het. Als een zieke die uit het ziekenhuis werd ontslagen, een blinde die dankzij het wegnemen van een donkere zonnebril weer kan zien, als een Ramses S. die failliet wordt verklaard. Dat soort werk.

Ik was verliefd en als er geen geldiger excuus is om niet te schrijven dan is het wel de liefde. Ik vond het mooiste meisje van de klas. De vrouw die perfect paste. Haar glimlach had een wijsheid en haar borsten straalden een vrouwelijke kracht die ik niet kon weerstaan. Als ze sprak dan waren het woorden waar ze lang over had nagedacht en de momenten samen waren momenten waarin zij zich los moest strijden van de zorg voor twee kinderen.

Een moeder ja, een vrouw van en ze was bij mij. Ik kon niet meer dan blij zijn. Als ik haar zag dan fluisterde ik een dankjewel. Dan lachte ze en omarmden we. Ik kan nooit meer omarmd worden dan zoals door deze vrouw. In getallen was ze jong, in ervaring was ze net iets wijzers. Het maakte ons gelijken en dat voelt fijn. Toch schoof ze met gemak alle macht naar mij, haar vertrouwen was groot. Ze wist van de liefde en begreep dat ik nooit meer zou doen dan een liefhebbende man haar zou kunnen geven.

Daarom droomde ik hardop van een tuin, de schommel. Ik leerde dat een keuken zonder vaatwasser bestond en als het er op aan zou komen dat ik dan ruim tweehonderd kilometer ver zou wonen. Het gaf niet, de open haard, een kleedje, de krokus in het voorjaar en uiteindelijk toch een hond. Ik maakte mij zorgen om werk en inkomen, zij keek in mijn ogen en zag mijn liefde. Wat kon ik meer dan zeggen dat ik van haar houd? Het is het enige wat kon, naast de vraag of wij samen aan een leven konden beginnen.

Nu zegt ze dat ik het nooit heb gezegd. Natuurlijk dramde ik dwaze dromen. Over randstad, rijtjes woning, gillende buren en een rij bij de Albert Heijn. Ze zou opnieuw in file moeten leren parkeren en ze vroeg zich hardop af ‘vinden mijn kinderen het bij jou wel fijn?’ Ik wist dat niet, ik kon alleen maar zwijgen dat ik de beste zou zijn. Voor altijd en eeuwig met haar samenleven en ik zocht een baan en vond een huis, een plek voor samen. Toen de plek rond was en de baan in het zicht klonken haar woorden anders.

Ze had mij niet begrepen. Ik had nooit goed geluisterd. Het was onmogelijk. De eerste week van mijn vakantie deelde we de lust van het verlangen om samen te zijn. De tweede week stapte ze opzij, was volgens haar alles anders en hoorde ik alleen het bekende. Ze had nooit begrepen dat alle woorden die ze over haar eigen leven vertelde zo een enorme chaos was. Ik had altijd orde gezien en de dingen begrepen. Zeker weten dat wij samen in combinatie met de liefde iedere berg zouden overwinnen, misschien. Maar zij kent de liefde en zij leerde mij vrijen.

Haar armen waren warm, maar tussen haar benen leerde zij mij waar de hemel is. De liefde voelen stromen was een wonder en ik wilde meer, verlangde en dacht dat als ik nu zou sterven dat ik het dan op mijn hoogtepunt zou doen. We dachten hetzelfde. Meer dan dit bed kon het niet worden. Maar hoe zou ze mij kunnen vertellen dat er niet meer was? Ik rolde om, legde mijn hoofd op haar warme zachte lichaam en vroeg haar keer op keer of ze samen zou willen leven met een dwaas zoals ik.

Altijd zei ze nee en op een dag knikte ze. Het was niet eens van schrik. Het voelde als een toegeven aan iets waar zij zich zo lang tegen had verzet. De wijze woorden voorbij, de liefde sprak in haar woorden en op een rustige avond kwamen wij samen. Het bos was donker en de bank comfortabel. Ze stelde haar vragen, had een lange lijst. Ze raakten, het was geen arm kind meer die veiligheid zocht in de armen van een willekeurige man. Het was mijn vrouw die koos voor de liefde van haar leven. De keuze van haar leven en ze wilde het dit keer zeker doen, overtuigd en geen enkel punt uitsluiten.

Ik kwam niet aan mijn woorden toe. Haar vragen kritisch en mijn antwoorden oprecht. Toen vertelde ze over twee kinderen, haar alles en ze vroeg of ik het kon. Of ik alsjeblieft een vader wilde zijn en ik slikte, knikte, die vraag was zo bijzonder, lag zo ver in de toekomst vooruit, dat ik zeker wist dat zij. Uiteindelijk hebben we omarmd, moeten we omarmd hebben. We wisten het zeker, we voelden liefde en daarmee was het hele verhaal uit. Een afscheid, een kus, een knuffel en een ‘nu moet ik gaan.’ Ik hoopte op snel weer zien, zij wist dat het was gedaan.

Ergens had ik de fout gemaakt. Wilde ik te snel of was ik te eager. Ik was als een man. Het liefste bond ik haar handen samen en maakte van haar een handzaam pakket. Dan zou ik haar zoenen en vertellen dat zij het mooiste is dat ik ooit zou kunnen vinden, dat zij de vrouw is die ik liefhebben zou. Had ze toen al geschud? Ik wist het niet. Ik ging naar huis en vloog met vleugels. Het was een heerlijke glijvlucht en ik danste op de thermiek. Tijdens mijn vakantie bleek niets meer zeker. Na mijn vakantie bleek alles voorbij.

Ze kon het mij uitleggen, de verklaringen waren logisch. Ik hoorde wat ik al maanden hoorde. Alleen was de chaos nu enorm, mijn chaos was er niets bij. Toen keerde ik om en keek in mijn kamer. Mijn vrouw lachte blij. Ik was waar ik hoorde, in haar domein, dichtbij. Nu moest ik blijven, zitten, rtl en vooral de reclame. Of ik ook een keer de vaatwasser en als zij werkte dan waren de kids voor mij. Ik zuchtte en hoorde geen liefde. Zei dat ik wilde scheiden en dat maakte haar niet blij. Op een avond heb ik het gezegd omdat ik het niet voor me kon houden.’ Lieve vrouw ik ben verliefd en al zal ze nooit bij mij wonen dan nog blijft zij het mooiste wat ik zag.’

De boodschap kwam niet over. Dus herhaalde ik in alle rust de rij letters nog een keer. Nu ik hier was, was het zaak dat ik zou blijven. Dus dwong ze mij tot dingen die ik niet wilde doen. Werd ‘ja’, razendsnel ‘nee om te veranderen in een ‘misschien’, ‘ooit’, ‘weleens’ en toch weer ‘ja’ omdat het ‘nee’ was of toch ‘ja’? Ik werd langzaam gek en verlangde naar een vrouw. Die mooie met haar handen op de rug gebonden. Die ene die riep ‘ik ook van jou!’ maar ik kon niet bij haar komen. Mijn auto startte niet, mijn agenda bleek overvol en als zij wilde kon haar man onmogelijk tijd vrij maken zodat zij, naar mij.

Daarom is het vandaag de dag dat ik terug moet. Ik moet schrijven, vertellen, delen. Niet over de liefde maar over het weer, het nieuws of een dwaas gebeuren op de straat. Ik moet terug naar het gewone leven, naar de middelmaat. Ik adem in en adem uit en dat is heerlijk maar ik weet dat er een tijd was dat mijn hart voortgeslagen werd in het ritme van de liefde. Haar liefde voor mij. En uiteindelijk kijk ik iedere dag om, check ik ieder uur mijn mail, piept mijn telefoon dan is er kans dat zij. Want hoop sterft altijd als laatste en pas daarna is alles voorbij.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Vanavond uit?

Vanavond uit?

Vanavond schrijven we ons leven uit. Pen en papier en dan rekenen we samen hoe ver we komen. Ik keer een sok en zij vindt nog iets in een oude schoen. We verkopen ook nog een grote doos met rotzooi, maar dat is extra. De maanden zijn ingedeeld in duur en niet zo duur en als we zuinig zijn komen we verder. Aan het einde van de streep willen we drieduizend overhouden.

Drie of vierduizend. Voldoende voor een scheidingsmakelaar, een man die helpt en het einde volbrengt. Dan starten we opnieuw, gaan we verder. Nieuwe wegen, andere paden en toch samen. Ik kom nooit meer van haar af. Ik krijg ineens een visioen van een leraar Wiskunde die mij nog weleens tijdens een boze droom lastig valt. Zo wordt zij ook: als Frans, Wiskunde, Economie of de naarling die een leuk en gemakkelijk vak met desinteresse kon verpesten.

Desinteresse, daar gaat het om. Niet meer leuk zijn bij elkaar, het niet meer leuk vinden bij de ander. Een bezoek als een verplichte gang. Onbegrijpelijk dat je straks toch weer in hetzelfde bed stapt. Omdat je niet toe wilt geven. De ander geen strobreed in de weg, maar ook geen millimeter ruimte. Daarom schrijven we vanavond het einde op. De dag waarop zij weg moet zijn.

Weg, een andere plek, ruimte voor de kinderen en haar grote bek. Niet dat ze haar stem verheft, maar ze zegt soms dingen die ze niet waar kan maken. Daar ben ik over gestruikeld en de grote zak vol arrogantie en zelfvoldoening drukte zwaar op mijn rug en ik kwam bijna niet meer overeind. Ze heeft me geholpen en ik heb dankjewel gemompeld. Vanaf dat moment werkten wij samen.

Samenwerking vraagt een open manier van communiceren. Dat doen wij niet. Wij zwijgen in overeenstemming. Bloemkool of friet is hier een discussie, duizend euro niet. Daar zijn we mis op gegaan. Dagen zeuren over het eten van overmorgen of welke pot past nu wel in het raam? De vraag of je een jas aan moet of sandalen. Maar over geld spreken we niet. Als miljonairs leven terwijl je weet dat de bankrekening het einde ziet.

Zo kan het niet verder en ik vind dat zij moet gaan. Ik ben immers man en ik wil niet de illusie wekken dat ik er met een ander vandoor ben gegaan. Dan is het gemakkelijk. Er is dan een lief die je troost, voor je kookt en ’s nachts samen met je geniet. Gewoon mogen glimlachen is er komend jaar niet bij. Zelfs al schrijven we ons leven uit en beginnen we een nieuw begin dan nog moet je lijden. Pijn hoort bij het einde en ondanks de zomer verdiep ik mij in de Mattheuspassion.

Gebukt zal ik door de straten gaan maar binnen zullen we lachen. Het leven als een feest, een groot avontuur, genieten en leven met een gulle glimlach. Ik ben er klaar voor. Mijn rode jack hang ik aan de wilgen, de blauwe broek blijft. Nooit meer als een vijftiger door het leven maar gewoon rondrijden met een moordwijf. Of dat moordwijf nu tien jaar ouder of tien jaar jonger is dat maakt mij niet uit als de mensen maar zien dat we stralen.

Stralen doen we nog niet. Zelfs de mooiste bloemen zien er in ons huis wat somber uit. Het lukt me ook niet om te lachen en geloof me dat hebben we geprobeerd. Individueel en gezamenlijk. We zijn in het sjiekste hotel koffie wezen drinken, we hebben het herhaald in een warenhuis. De stilte was niet stil genoeg om onze ondragelijke levens met elkaar te bespreken. Noemt één dat de situatie verbeterd dan gaat de ander er vol tegenaan. Omschrijft een tragiek die op een mooi toneel zou kunnen worden bedreven. Zo worstelden wij voort.

De worsteling duurt nog even. Ik ben er nog niet uit hoe ik haar vertel dat ik niet weg zal gaan. Er is geen nieuwe lief er zal ook niemand voor de deur staan. Maar gut ga jij zodat ik nog even kan blijven. Dan neem jij de foto’s mee en de spullen van het aanrecht. Verhuur ik jou de auto en breien we dat recht met de hypotheek. Die kan ik nooit betalen, maar dan geef jij mij vast respijt. We zijn dit samen begonnen en nu we de eindafrekening opmaken kies ik niet voor het verlies.

Bijna tijd. De keukentafel is leeg. Er ligt een schrijfblok waarop we het eerder probeerden. Eerst maakten we er ons budget mee voor de inrichting, daarna schetsten we er de kinderkamer. De uitbreiding van de woning was maar beperkt haalbaar en toen we onze eerste splinternieuwe auto kochten hebben we de berekening op dat schrijfblok gedaan. Nu gaan we door en berekenen het einde. Toen niet bedacht wat ik vanavond heb gedaan. Vanavond is het schrijfblok uit.

Geplaatst in Uncategorized | 4 reacties