Sinterklaas

Duval

Als groot kunstenaar had hij het ver gebracht. Jong ontdekt, de juiste opleiding gedaan, met een duw in de rug bekend bij vooraanstaande galeriehouders. Hij loopt rond in zijn studio. Wit, schoon en de ramen geblindeerd. Het blinderen is een druk op de knop. De zon kan weg, de zon kan mat op het oppervlak en als de ramen gezeemd zijn mag de zon ook weleens puur natuur naar binnen schijnen. Het lopen is een banen. De stevige stappen door drift voortgejaagd.

Er wacht een foto project. “Fotografie is geen kunst” hoorde hij ooit op een kunstacademie. Een hbo opleiding zonder eisen, alleen dat je creatief bent. Dat werd bewezen met knutselwerk van de middelbare school en een workshop bij een groot kunstenaar. Het was niet moeilijk een groot kunstenaar te vinden. Alles wat de academie goed vond was gelinkt via de site van de academie en na drie keer klikken werd er wel een workshop gevonden.

Hij koos de goedkoopste, maar wel één in het buitenland. Daar leerde de jongeling wijn drinken en alles over vaag glimlachende vrouwen van middelbare leeftijd. Hij kwam met drie werken thuis, was productief geweest en slaagde zo voor de intake van de academie. “Godverdomme” brieste hij en imponeerde zo het meisje dat naakt in het instellicht van de flitslampen stond. De tijd van seks met het model was voor hem al lang voorbij. Hij was immers groot en beroemd en vandaag stond zijn hoofd er al helemaal niet naar.

Niemand mocht hem oud noemen. Wijs wel, veelwetend. Dan was zijn glimlach er. En zo rond deze tijd ging zijn hand dan strelend door een denkbeeldige baard. Het is bijna december en hoewel de zon er volop was wilde hij die niet in zijn studio. Bij de overgang van herfst naar winter, van november naar december, hoorde de wind door de bomen, het gure, de slagregens. Er werd geflitst en een stagiair maakte een foto. Hij ontstak in woedde. Niet de stagiair, niet het manusje van alles, niet de homo die in stille aanbidding de kunstenaar volgde in alles wat hij deed. Nee, het was de kunstenaar zelf.

Hij tierde, was woest, vloekte en wilde alleen maar uitleggen dat het nog niet goed was. Hij liep weg. “Ik ga pissen” riep hij nog en verdween achter een deur. De enige vrouw die we hier echt bij naam zullen noemen was Babette. Babette was zijn assistent. Ze wilde het niet op haar kaartje, zeker niet “personal assistant” en daarom noemde hij haar altijd zijn PA. Ze wist wel beter als ze de rekeningen aan het einde van de maand betaalde, de schoonmaakster instrueerde en na wederom een dramatisch verlopen fotosessie uiteindelijk als laatste de deur op slot draaide.

Ze was zijn alles. Zijn geheugen en zijn gedachten. Kunstenaars zijn voorspelbare mensen maar lopen een ander ritme dan de rest. Babette kende zijn ritme en wist wat hem dwars zat. Ze vroeg het model om zich nog niet aan te kleden. Schikte wat decorstukken en stelde haar met wat vriendelijke woorden op haar gemak. Aan de stagiair vroeg ze om wat technische instellingen te controleren en de homo stuurde ze weg. Niet voor vis of puddingbroodjes maar om dubbelzijdig plakband van merk X van de bouwmarkt ruim een kwartier hier vandaan. Ze wist dat het dubbelzijdige plakband daar niet meer op voorraad is.

Uiteindelijk kwam de groot kunstenaar terug met de spetters op zijn broek. Hij had geplast, dat was duidelijk. Het model rilde en haar pose verstarde. “Denk aan de zee” fluisterde Babette. De groot kunstenaar nam plaats achter de camera. We zagen de stagiair wegvluchten. De kunstenaar leek rustiger nu. “Denk aan de zee” sprak hij luid terwijl hij enkele instellingen van de camera controleerde. Het meisje dacht aan de zee, er volgde een flits en Babette en de kunstenaar keken samen naar het scherm van de laptop. Toen de stagiair aanschoof schudde Babette “nee” en voorkwam zo een nieuwe uitbraak van woede.

De kunstenaar liep terug naar de camera en vertelde het meisje dat het creatief proces een worsteling is waarbij conflicten in je hoofd vaak hoog oplopen. Daarna noemde hij haar het mooiste meisje dat hij ooit had ontmoet. Vervolgens noemde hij een andere pose, ze draaide en hij flitste. Hij werd vriendelijker en noemde haar een natuur talent. Er kwam een blos op haar wangen precies op het moment dat hij het verwachtte. Hij flitste en had zijn instellingen zo dat het zachtroze op haar wangen in het beeld was gebleven.

Babette knikte, dit was goed. De stagiair keek vanaf een afstandje. Hij begreep er niets van en de kunstenaar wist dat Babette hem dat allemaal echt ging uitleggen. Hijzelf had er de tijd niet voor. Hij zou druk zijn met van alles al wist hij nu niet wat. Toen de deur openging draaide hij zich woest om. Hij vloekte, tierde, keek naar de homo en zijn rol plakband in de hand. “Die is niet goed” zei Babette in het kleine ogenblik dat de grote kunstenaar stil was. Beteuterd keek de homo naar het dubbelzijdige plakband.

Hij stampvoette, kreeg tranen in zijn ogen en noemde alles de schuld van die kut Sinterklaas. De kunstenaar stuurde hem weg en vroeg hem twee dagen niet te komen. Daarop draaide hij om, de kunstenaar naar de camera, de homo terug naar de deur. Hij liet de rol dubbelzijdige tape achter op de kast naast de deur. De kunstenaar sprak rustig, keek eerst heel even op naar het naakte meisje. “Het is niet de schuld van Sinterklaas, maar alles komt door Zwarte Piet”. Dat zei hij om vervolgens op te gaan in zijn werk.

Beeld na beeld maakte hij maar niets zou die ene opname met het roze op haar wangen evenaren. Toen hij het genoeg vond mocht het meisje haar kleren weer aan en zorgde Babette voor een verse pot koffie. De stagiair kreeg een rij nummers opgenoemd van afbeeldingen die hij mocht afdrukken. Vellen A4 papier kwamen uit de printer, met de nieuwe rol dubbelzijdig tape werden ze opgeplakt. Het was een lange rij van naakte onschuld. Precies de titel van deze serie. Sommigen waren perfect, andere vroegen nog een kleine nabewerking.

Met zwarte viltstift gaf de kunstenaar de uitsnedes aan. Babette knikte, rekende ondertussen wat deze serie op zou gaan leveren en omhelsde de kunstenaar en noemde het een succesvolle dag. Toen trokken zij zich terug. Het hele gezelschap inclusief de homo die toch schoorvoetend weer binnengekomen was en stil in een hoek had plaatsgenomen. De sofa die soms dienst deed als een divan, de bank, de stoel die half vergaan was, een plank op twee lege bierkratten een prima tafel. De grote kunstenaar bleef staan.

Babette keek op. “Het is die Sint die je dwars zit he” zei ze zachtjes. Hij knikte. “Laat het gaan…” fluisterde ze zacht. Maar de groot kunstenaar voelde de warme baard tegen zijn wangen en zijn hand maakte de grip stevig om de staf. Hij drukte zijn beker kapot en morste. Het gaf niet, zijn broek was toch al vies. Hij keek naar de homo. Een perfecte piet, een groot kunstenaar met zijn ballen en het net. Babette die de allerbeste hoofdpiet was die hij zich ooit kon wensen. En dan was er altijd wel een stagiair die met enige druk graag meedeed maar er altijd even in moest komen.

Hij had gekozen voor zwart. Dit tegenover een commissie van het gemeentebestuur verdedigd. Ze hadden hem dingen tegen geworpen. De schoonheid van kleur genoemd en alleen één essentiële roetveeg als noodzakelijk geacht. De grote kunstenaar zou zijn opgestaan en een vurig betoog hebben gehouden. Dat alleen hij van kleur weet, zijn vak cultuur is en zijn voelsprieten in alle lagen van de samenleving heeft. Hij noemde zijn reis naar Afrika als bewijs, zijn succesvolle carrière als ondersteuning van zijn kennis over kleur.

Uiteindelijk was hij in de val getrapt. Het belang van de slager was groter. Die wilde wel met roetveegpieten door de winkelstraat. Er zou voor de slagerij een moment zijn met muziek. Daar zouden ook foto’s worden gemaakt. De kunstenaar had het niet doorzien. Hij was ook zonder Babette naar het gemeentebestuur gekomen. Nu hij alles wist begreep hij het wel. Slagers weten immers alles van vieze vegen. Maar dat hij het juist allemaal via zijn manusje van alles moest horen!

Het model van die dag zei zachtjes dat het tijd was om te gaan. De stagiair wilde haar wel achterop zijn fiets naar het station brengen. De homo noemde het een mooie tijd maar zei dat alles nu eenmaal veranderde. Niemand reageerde. Het meisje en de jongen liepen de ruimte uit en werden gegroet. Babette zuchtte. Ze stelde voor om tijdens de intocht gewoon iets anders leuks te doen. Even noemde ze bowlen, een brunch. De grote kunstenaar zuchtte en schudde. Zachtjes glipte er uit zijn mond dat het zwart hoort te zijn.

Babette knikte en de homo stond op. “De schoonmaakster komt zo” zei Babette nog, maar de kunstenaar kon het niet horen. Hij was opgesloten in veel gedachten die zijn creativiteit beperkte. “Het is beter om te gaan” zei de homo tegen Babette. Ze knikte, maar keek niet om. De grote kunstenaar begreep dat het tij ging keren. Zijn tijd als Sinterklaas was voorbij gegaan. Het gemak waarmee hij jonge meisjes kon begeren was niet meer hier. Hij keek naar beneden en zag de vele vlekken in zijn broek. “Roetveegpiet” sprak hij tegen zichzelf, “bah!”

Advertenties

Over ghduval

Wat hier staat is echt, tenminste toch echt in het hoofd van Duval en kan dus niet gebeurt zijn. Uitschrijven van gedachten niet meer dan een vriendelijk gebaar zodat u mee kunt lezen, verwonderen, afwijzen of omarmen. Deze weblog is het aambeeld waarop wordt gesmeed. De mens in al zijn verschillende vormen het ijzer wat gesmeed wordt. De gedachten en vele kronkels van Duval zijn de hamer die ritmisch neervalt. Nu alleen de warmte nog. Dat bent u, webloglezer (v/m), het is aan u het vuur hoog op te stoken zodat het wonder van de smid te bewonderen valt.
Dit bericht werd geplaatst in Duval, Persoonlijk, Samen leven. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s