Esmee?

Esmee?

http://www.youtube.com/watch?v=Mh2dvXjPH6g

‘Esmee, die zit hier achter in de kast’. De man keek verbaasd. Hij had naar haar gevraagd. Als een vader die zijn dochter kwam halen. Ongelofelijk. Hij zag eruit als een opgeschoten jongen die toe was aan een pak rammel van zijn moeder. Die moeder was Esmee. Dat wist ik, Esmee had het me ook nog vertelt.

Niet zo in die woorden. Ze waren afhankelijk van elkaar. Jip en Janneke, zelfs met een Takkie, gaten in de heg en ondeugende plannetjes. Maar nergens een vader, nooit moeder die vanuit de keuken komt. Zelfstandig he, de oudste al voorbij de veertig, de jongste nog niet. ‘Ik sla je verrot’ zei de man bij mijn deur.

Hij bedoelde dat hij van haar houdt en zijn vrouw op komt halen. Hij immers wel een trouwring, niet Esmee. Dat had ik goed gezien. Vannacht in het maanlicht zou er een schittering zijn geweest. Ik vond alleen een twinkeling in haar ogen. Het ‘alles is goed moment’ kan nooit lang duren. Jaren terug zou ik haar ten huwelijk vragen zonder het aanbieden van een ring. Tegenwoordig deed ik ze in de kast.

De agressie van de man tegenover mij was enorm. Gelukkig geen messentrekker want dan fileerde hij mij. Heb je ooit een man, vol van woedde, horen schreeuwen? Ik heb het ooit gehoord van iemand die een messentrekker schreeuwend vol van woedde staand aan de voordeur had horen schreeuwen. Dat was geen pretje, sommige mensen zijn zo beeldend met hun woorden.

De vrouw was overleden en de man in het gevang. Dus stapte ik opzij. Ik wil geen vrouw zijn, dan maar een mietje. Mijn kast sneuvelde. De knop op de deur, het scharnier en ook de pot bovenop. ‘Waar is zij’ brulde de Neanderthaler. Ik zag plots de fysieke aantrekkingskracht. Een oermens was het en nog dwingend dominant ook. Je moest hem als geile onwetende vrouw wel tot je nemen. Tenzij je slim was. Waar is je verstand op juist dat moment?

We liepen samen naar de keuken. Door de smalle ramen keken we uit over het land. Hij zag haar dansen. Ik zag alleen tevreden kinderen. De tranen rolde over zijn wangen. En ik weet natuurlijk dat hij zo niet meeliep. Zo is het helemaal niet gegaan. Het was een gesprek ergens langs de snelweg. Samen in een AC. Geen koffie, alleen maar praten. Of toch op de parkeerplaats. Waarschijnlijk was ik bang. Het enige wat hij kon zeggen was dat ik haar niets kon bieden, ‘je bent godverdomme getrouwd man’.

Ik knikte en we liepen samen een stukje op. Twee mannen met ieder een raadsel in hun kop. Zwijgende stappen. Begrijpen dat de één haar kwijt is en de ander haar niet zou verliezen. Maar wat doe je als er chaos is, de problemen daar zijn? Dan ga je ze oplossen, terwijl alleen de tijd voor oplossingen zorgt die blijven. Drie keer haalde ik haar weg uit die club. De eerste keer begon ik over mijn leven, wat zij mij aandeed. De tweede keer noemde ik de kinderen. De derde keer… daar weet ik niets meer van.

Ze bleef niet. Ik ging weg. Volgens mij werd ze gek. Dat is een mooie geruststelling voor gedachten die vertellen dat ze verder leefde. Omviel en opkrabbelde, heel langzaam, maar wel op en niet meer neer. Alsof ik dat niet deed. Ik had haar zo vaak gezegd dat ik zou gaan en nu was ik weg. Helemaal vrij, banden doorgesneden, verlaten, mijn eigen koers gevaren. Maar wat zou ik graag al die kinderen op mijn land met dezelfde glimlach als toen we samen naar buiten keken door het smalle raam.

Daarom bouwde ik een kast. Een hoge, grote kast. Voor in de kamer of de keuken en bij een groot huis kon hij zelfs in de gang. Met dik hout en vol verrassingen. Zo een kast waarvan je je af kan vragen wat je er mee moet. Zonder slot omdat hij niet gesloten moet. Open kan en toch ook dicht. Mooi hoeft niet altijd verborgen, tegelijk hoeft niet iedereen alles te zien. Wat er in is, is niet aan jou of mij. Dat is van ons en kan ik dus niet schrijven: het moet gelezen worden.

Nog één keer ging ik terug. Met paard en wagen en bovenop de wagen een boog met roze linten. Ik ging haar halen, voorgoed. Maar ze ging niet mee. Buiten het dorp vuurde mijn aansteker en bracht brand in mijn laatste sigaret. Ik rookte en wierp het filter met nog weinig tabak in de droge berm. Het gras vatte vlam. Het vuur laaide hoog op en ik zag het vuur van onze passie langzaam opgaan in de vlammen. Pas toen kwam ze terug. Esmee…

Advertenties

Over ghduval

Wat hier staat is echt, tenminste toch echt in het hoofd van Duval en kan dus niet gebeurt zijn. Uitschrijven van gedachten niet meer dan een vriendelijk gebaar zodat u mee kunt lezen, verwonderen, afwijzen of omarmen. Deze weblog is het aambeeld waarop wordt gesmeed. De mens in al zijn verschillende vormen het ijzer wat gesmeed wordt. De gedachten en vele kronkels van Duval zijn de hamer die ritmisch neervalt. Nu alleen de warmte nog. Dat bent u, webloglezer (v/m), het is aan u het vuur hoog op te stoken zodat het wonder van de smid te bewonderen valt.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s