Kunst kijken

Een biertje in zijn hand, even een stoel. De stoel blijkt niet meer dan een stapel verpakkingsmateriaal. Planken, hout, panelen, scharnieren en bovenop de stappel allerlei soorten kunststof doek. Kunst is kostbaar en kostbaarheden verlangen het zorgvuldig te worden ingepakt voor transport. Geen moeder die de muts, sjaal en wanten achterwege laat bij snijdende kou. Geen vader die brommend zijn zoon tot beschermers dwingt als zijn zoon op een skateboard weg wil gaan.

Hij is als een moeder voor zijn kunst. Hij hoedt in plaats van houdt. Koopt alleen met zijn hart en verliest het daarom weleens van zijn verstand. Hij verkoopt ook niets, maar draagt het werk over. Dat maakt hem voor de één een beminnelijk man, voor de ander een verschrikkelijke zeur. En nu zit hij, uitgeblust, bovenop een stapel verpakkingsmateriaal midden in de stand. Zijn stand! Hoe veel jaar doet hij al mee aan dit initiatief? Jaren! De eerste jaren op verschillende plekken maar al snel had hij door welke stand voor hem het beste zou zijn.

Het werd een zeuren, het constant aanpappen met de beursmanager. Gewoon om te proberen daar te komen. Het duurde vijf jaar voor hij zijn favoriete plekje had. Hij wist zeker dat de laatste drie jaar overbodig waren en voortkwam uit het negatieve beeld dat de beursmanager over zijn kunst had. Hij was blij dat hij hier nu was, maar tussen hem en de beursmanager kwam het nooit meer goed. Zijn dochter lachte, gooide het lege flesje water weg en probeerde haar pap weer overeind te krijgen. Dat lukte, samen keken ze nog één keer rond en toen besloten ze dat het tijd was om naar huis te gaan.

In de auto was het altijd hetzelfde ritueel. Of er kwamen verhalen over vroeger of hij viel vrijwel direct in slaap. Vandaag hoopte ze op een slapen. Norah Jones zachtjes op de achtergrond en lekker langzaam naar huis rijden. Hij koos voor praten. Het eerste kwartier had ze niets gezegd. Moe, en haar hoofd vol gedachten. Hij liet haar niet met rust, maar een knikken van haar was voldoende om hem te laten praten. Een keertje had ze een echte vraag. De suggestie van een luisterende dochter was voor de galleriehouder voldoende om lyrisch te worden. Zij lette vooral op het verkeer dat nog behoorlijk druk was op dit late tijdstip.

Hij vertelde over het grootste drama van een beurs zoals deze. Het grootste drama was de catalogus. Die had een deadline. Een bijna letterlijk moment waarop alles ingeleverd moest zijn. Dat inleveren was het probleem niet, maar de keuze. Het moeten kiezen. Er was zo veel moois in zijn galerie dat het kiezen voor de catalogus bijna was als aan een moeder vragen wie haar favoriete kind is. Dat wordt dus een groepsfoto en dat heeft hij eens gedaan in zijn beginjaren op deze beurs. Een foto met al het werk erop dat hij mooi vond. Nou ja het mooiste van het mooiste. Die foto werd geweigerd en dat jaar stond dus alleen zijn naam en adres vermeld in de catalogus.

Even bleef hij stil. Zij dacht aan Norah Jones, maar die kwam er niet meer tussen. Hij staarde in de achteruitkijkspiegel aan de buitenkant van zijn portier. Zag lamp na lamp voorbij gaan. Had er een foto van moeten maken en verkopen voor veel te veel geld. Als hij tenminste kunstenaar was. Dat was hij bijna, bijna, maar net niet gelukt. Toen besloot hij echt mooie spullen te verkopen. Daar is hij goed in. Althans, tot nu is het altijd gelukt. Zij verwacht een moeizaam betoog. Een vervolg met een veel te zwaar karakter, dus probeert ze nog te redden wat er te redden is door te vragen waar hij aan denkt.

Hij lacht. Herkent hij de situatie of is hij blij met haar vraag? Hij vraagt haar wat het ergste is wat een galeriehouder op die beurs kan overkomen. Ze denkt na, noemt voor de hand liggende dingen en ziet dat de wegwerkzaamheden haar zeker twintig minuten langer in de auto gaat houden. Hij schud bij alles wat ze zegt. Wijst naar de tomtom en zegt dat de wegwerkzaamheden hen beide zeker twintig minuten langer in de auto gaan houden. Dan moet hij plassen en hij vraagt haar even bij het benzinestation te stoppen. Vroeger mocht het van hem niet. Lange ritten in de zomervakantie en altijd ruzie om het plassen. Ze wil er niet over beginnen en wacht trouw tot hij weer de auto instapt.

Als hij zit verklapt hij dat de man die altijd koopt het grootste drama is. Even kijkt ze hem verbaast aan. Vraagt om uitleg en start dan de motor. Hij glimlacht, wacht tot ze ingevoegd zijn op de snelweg en vertelt dan over de man die met de catalogus in de hand alles koopt. Hij zoekt het mooiste en weet dat iedere galeriehouder het allermooiste in de catalogus plaatst. Het is je grootste pech. Eindelijk je stand mooi en perfect ingericht. Brand en diefstal zijn verschrikkelijk, maar dit is erger. Het bewust moeten verkopen. Hoe hoog de prijs ook, hoe moeizaam en stug het onderhandelingsspel. Uiteindelijk verkoop je. Kassa, centjes, ping ping, dat er volgende maand ook weer boterhammen zijn.

Verkoop levert tevreden kunstenaars. Verkoop levert vragende bezoekers. En bezoekers zijn er veel. Zeker nu hij op zijn favoriete plekje staat en helemaal nu zijn dochter bij hem in de stand staat. Hij verbreekt de stilte die bij zijn nadenken hoort door te zeggen dat die man steenrijk is. Stinkend rijk! Zij knikt. Hij noemt de werken op die hij verkocht. Zijn eerste grote werk, drie bij twee meter. Het vulde een wand op de stand. Een complete wand en al het andere wat hij meegenomen had was ondergeschikt aan dat ene werk. Het moest een orgie zijn van kunstzinnigheid. Alles ondergeschikt aan het ene, het grote, het meesterwerk. En toen kwam die man.

Je hoort hem aankomen. Het is zijn vrouw die hem duwt. Ze praat, ze praat altijd in het traject van stand naar stand. Als een pauzemuziekje, om de reis voor hem te veraangenamen en dragelijk te maken. Hij zit dan in zijn rolstoel met zijn regenjas op schoot en daar het boekje op. Als ze de stand op komen dan rijdt zij hem langs de wand. Onmogelijk dat hij alles goed kan zien. Zij knikt dan veelbelovend, lacht en mompelt iets goedkeurends. Hij is nors, hij is altijd nors. Speelt met verve de rol van de man die gekweld door pijn veroordeeld is tot zijn rolstoel. Hij wijst altijd en vraagt dan wat het kost. Noemt alles veel te duur en dan draait zij hem al om.

Het is een spel. Als galeriehouder doe je twee stappen. Je vraagt of er interesse is in iets specifieks. Iedere keer zag hij de gezichten stralen. De vrouw nog het minst, maar die man. Alsof hij eindelijk echt gewaardeerd werd. Uiteindelijk werden ze het altijd eens over de prijs, altijd. En altijd honderd euro onder de vraagprijs of tien procent eraf. Als hij maar dat ding kon krijgen wat afgebeeld was in de catalogus. De laatste wegwerkzaamheden waren gepasseerd. Honderdtwintig, nog tien minuten. Het is stil. De dochter denkt na. Herinnert succesverhalen van vader. Een huis vol familie, sceptisch als het om handel gaat, nog sceptischer als het over kunst gaat.

Volgens vader barbaren, volgens moeder wijze mensen. Uiteindelijk werd het kunstacademie na een propeadeuse economie. Ze zucht. Twee dagen werkt ze bij vader en drie dagen werkt ze niet. Voorheen supermarkt, maar te oud. En plots realiseert zij zich dat vader altijd verkocht en altijd alles wat in de catalogus stond. Ze durfde het niet te vragen. Wilde het niet weten. Hij zei het al. Dat ene jaar niets, het andere jaar toch weer gewoon dat verkocht wat in de catalogus stond. Wel veel aanvragen zei hij nog snel, altijd veel aanvragen. Ze knikte, maar wilde het niet weten. Het werd een zwijgen. Nog één afrit overslaan. Rustger al op de weg. Dan een stukje binnendoor.

Voor zijn huis stopte ze. In de kamer brande licht. Haar moeder vast nog wakker. Hij maakte zijn gordel los. Even keken ze elkaar aan. Vader en dochter. Toen vroeg ze wat hij ermee had gedaan. Even begreep hij haar niet. Hij dacht aan geld, zijn succes, maar ze bedoelde de kunst. Het moest een enorme berg zijn. Jaar na jaar kopen. Vaak veel goeds maar sommigen ook gedateerd en populair door het moment. Even keek hij naar beneden. Toen omhoog. Hij zuchtte. Kende de passie van zijn dochter, haar streven kunst beschikbaar te maken voor allen. Hij mompelde. Zij herhaalde haar vraag. Schoorvoetend gaf hij toe dat hij dacht dat alles wel in de garage zou staan.

Daar had hij het vorig jaar gezet, bij al het andere. Ze was resoluut en zei dat haar galerie daar niet mee doorgaat. Hij knikte. Voelde zich verloren en zei haar dat hij morgen niet zou gaan. Beiden begrepen elkaar. Hij stapte uit en zij is verder gegaan. Doorgereisd naar haar huis. Even slapen, na een urenlang wentelen. De wekker gegaan, douche, iets eten, spullen mee en gaan. Op tijd op de beurs, klaar voor de bezoekers. Ze zag ze gaan. Sluipend. De vrouw iets voorovergebogen, de man norser dan verwacht. Ze kwamen. Hij riep haar bijna toe met zijn vraag wat het wel niet moest kosten. Er wordt niet verkocht, antwoordde zij.

Verbaasd keken ze op. Toen zijn ze gegaan. Luid mopperend was zij in haar gang van deze stand naar de volgende. Maar de standhoudster wist het zeker: kunst moet bekeken worden. Opslag is devaluatie, minachting van de kunstliefhebber, minachting van de mens. Vrolijk riep ze de bezoekers toe: komt dat zien, komt dat zien. En ze stroomden toe, er waren veel aanvragen. Dat vertelde ze haar vader die avond. Het zou allemaal vast goedkomen. Nee, er was niets verkocht, nog niet, en een man in een rolstoel had ze die dag niet gezien.

Vanavond met friet: http://www.artrotterdam.nl

Advertenties

Over ghduval

Wat hier staat is echt, tenminste toch echt in het hoofd van Duval en kan dus niet gebeurt zijn. Uitschrijven van gedachten niet meer dan een vriendelijk gebaar zodat u mee kunt lezen, verwonderen, afwijzen of omarmen. Deze weblog is het aambeeld waarop wordt gesmeed. De mens in al zijn verschillende vormen het ijzer wat gesmeed wordt. De gedachten en vele kronkels van Duval zijn de hamer die ritmisch neervalt. Nu alleen de warmte nog. Dat bent u, webloglezer (v/m), het is aan u het vuur hoog op te stoken zodat het wonder van de smid te bewonderen valt.
Dit bericht werd geplaatst in oud-vkblog-2011-02 en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Kunst kijken

  1. Vogel-vrij zegt:

    Wat een meesterlijk verhaal…

  2. G.H. Duval zegt:

    Dankjewel Vogel-vrij

  3. Klaas A. Mulder zegt:

    Ik was gisteren op Art Rotterdam (zie mijn fotoimpressie).

  4. G.H. Duval zegt:

    Ik denk dit jaar een keertje niet. Het is altijd wel grappig de diversiteit tussen de galeries. Maar er is te veel anders gepland dit weekend.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s