Das Ziel

Das Ziel

Das Ziel, the goal, het doel, de ziel… “Waar ga je voor?” vroeg zij ’s nachts toen ze tegen mij aanrolde. “Ik ga voor jou” antwoordde ik. Ze knikte, dat begreep ze. Er was geen beter doel dan zij, daarover waren we het eens. Gelukkig was het donker en miste ik haar glimlach. Mijn liefde was oprecht maar zij wilde weten wat ik de andere dag zou doen.

Zij wilde weten wat mij bezig houdt. Waar ik voor wil leven. Ik noemde weer haar naam, dat ik voor haar wilde leven en nu hoorde ik haar glimlach. Zonder geluid, maar de beweging van haar lichaam. Hoe haar hoofd draait en zij lacht. Naar mij lacht. Dat doet ze met haar handen die mijn hoofd omvatten. Dan volgt er een zoen en toen voelde ik die glimlach.

“Waar leef je voor lieve man” en ik sloot mijn ogen. Als ze mij zo noemt, als ze zo doet, dan wet ze dat ze mij heeft. Klem in de hoek, ontwijken onmogelijk. Dan sprak haar ziel tot de mijne. Dan zweefden onze gedachten ver boven wat onze lichamen deden. Alsof beminnen op het dierlijke vlak zo veel anders was dan op het geestelijke niveau.

Daarom streelde zij mijn wang. Keken haar ogen die gewend waren aan het duister naar mij. Ik opende ze weer. Ook ik moest een zoen. Niet omdat ik het wilde, maar omdat het hoorde. Ik moest, de stilte doorbreken met een kus. Vluchtig, te snel, onderweg naar haar mond maar geland op haar neus. We lachten samen, begrepen allebei dat deze wel moest mislukken en ik draaide op mijn rug.

Ik noemde de kinderen als groot doel om voor te leven. En zij vertelde mij dat ze met zeventien al op zoek zouden zijn naar een kamer. Studeren of werken in de grote stad. De jongste kan je misschien tot één en twintig in huis houden maar daarna zou het over zijn. Dus kwam ik terug op haar. Ze lachte. Fantaseerde en gunde zichzelf een secret lover, een heuse affaire. Zij hier in het appartement in de binnenstad, ik een paar jaar in de caravan op het platteland.

“Waarom geef jij je ziel niet aan de polder?” Ik keek haar verbaast aan. “Je bent er geboren, je verlangt iedere dag naar een slootkant, het riet. Je bent altijd op zoek naar een kikker of een kievit. Ik zie water, jij ziet vissen. In de verte zie jij regen vallen en ik alleen maar grauw en grijs. Jij wijst mij op de v in de lucht en ik noem vogels en jij de vriendschap.” Ze straalde toen ze kon vertellen waar ik zo van hield. Ik zuchtte.

Eigenlijk wilde ik best een tijdje naar de caravan maar ik durfde er niet over te beginnen. Gewoon een maandje weg. Inderdaad voor zonsopkomst de laarzen al aan en ergens midden in de polder. Dromend tot de zon opkomt. Foto’s maken van het ontwaken van het leven. De nacht die wordt verdreven en zo zien hoe de ziel in al het leven komt. Je afvragen waarom de dag meer rechten heeft dan de nacht en daarna weer verder zwerven.

In de stilte van de nacht opkijken en hopen op een maanloze nacht. Nergens licht, alleen de sterren en dan de ziel zien van ons bestaan. Voelen hoe de voorouders van onze voorouders ‘s nachts omhoog hebben staan turen. Zich afvragen wat het was of misschien wel als mooi kompas op een wonderlijke reis langs stad en land. Maar ik durfde niet over mijn vertrek te beginnen. De Sint komt, daarna kerst, eigenlijk toch de ziel van ons bestaan.

Ik draaide om en noemde kerst, plat op de buik, handen onder mijn hoofd. Kerst, Pasen, oudennieuw, de verjaardagen. Vaste dagen als de ziel van ons bestaan, het doel waarvoor wij leven. Ze knikte. Ik ken haar inspanning om het huis ieder jaar weer mooier te maken voor de kerstdagen. In januari help ik mee als ze moe is en alleen nog maar zucht. Dan gunt ze me twee dagen en een nacht soms. De caravan, rust, dan hoop ik op ijs, tenminste nachtvorst. Omdat het mooi is om naar te kijken.

Haar duim ging langs mijn lippen. Ik bleef stil. Ze mompelde: “Kerst niet, je kinderen niet, de liefde van je leven niet. Waarom besta je mooie man, wat houdt je bezig, wat wil je het allerliefste doen?” Dat wist ze wel en ik rolde om. Hapte gretig naar haar lippen, ze spreidde niet eens haar benen maar de mijne kwam er tegenaan. Ze rolde mij terug. Keek veel te serieus en ik smachtte naar liefde. Dat zei ik ook en zij schamperde. Vond haar vraag zo veel belangrijker, interessant ook en de moeite waard om te weten.

Ja, ik gaf me over. Wilde mijn werk niet noemen. Er waren mooie dingen door mij gemaakt. Bedacht, verzonnen, beschreven, getekend zelfs. Doorgegeven en uiteindelijk voor mij gezien als groot en werkend. Ik was trots, blij, maar raakte het? Maakte het mij tot wat ik was? Lag mijn ziel in die dingen? Nee, dan toch veel meer bij mijn kinderen, de opvoeding, het enthousiasme en stimuleren dat ze leven, beleven en zo veel meer worden dan ik ooit was. Ik kijk om naar de prachtige vrouw en glimlach.

Zij is niet de eerste, maar mijn tweede vrouw. Alleen in mijn gedachten draagt ze dat nummer. In mijn leven is zij mijn prinses. Ik moet wel van haar houden maar haar woorden over een secret lover blokkeren mijn gedachten. Nu vraag ik ernaar. Hoe ze dat had bedacht. Of het Johan was of toch Agnes. Ze schudt en schrikt van de laatste naam. Noemt dat inderdaad een vrouw om van te houden. Dan praat ze over de ziel van de vrouw en de liefde voor haar man. Ik luister en voel de overtuiging in haar woorden.

Mijn arm slaat om haar heen en ik trek haar dichterbij. Vrouw tegen man, warm, verwarmend, een echte vrouw hoort dichtbij, is dichtbij. We zijn stil en liggen. Verwarmen elkaar in het grote bed. De zolderkamer met uitzicht op de sterren. Ik wilde zo graag onder open vensters. Dat we altijd naar buiten konden kijken. De dag zien op een vroege zomerse morgen en de sterren op een koude winternacht. Ik wrijf haar zachtjes en mompel onverstaanbare woorden.

“Je ziel is wat overblijft als je lichaam sterft” mompel ik zachtjes door. Haar stem maakt een zacht “yes”. Ik zucht nog eens en denk aan wat ik achterlaat. De rommel op mijn werkkamer, een te dure auto, enkele vrienden die vast nieuwe vrienden krijgen. Kinderen die mij niet zullen vergeten maar toch die ander vinden voor dat ene gesprek dat ze met mij zouden delen. Ik kijk naar mijn vrouw die nu al een affaire noemt.

Ik zucht en moet bekennen dat het enige wat blijft mijn woorden zijn. Mijn Volkskrantblog het enige stekje waar mijn ziel ligt. Het is zonder doel, zonder enige pretentie. Ik schrijf gewoon en daarmee is alles gezegd. Even komt ze omhoog, haar hoofd los van mijn lichaam. Ze vraagt of ik schrijver wil worden. Even twijfel ik, ik zou het kunnen zeggen, vertellen wie ik ben. Maar ik durf het niet. Ze ligt al weer en ik hoor haar stem “zelfs je schrijven is geen doel, waar ligt je ziel?”

Nee, ik weet het niet. Een puber kijkt de kamer in en kan het kleffe tafereel verdragen. Nog slaperig wordt er een lichaam gerekt. Dan verdwijnt het uit de deur en is onderweg naar beneden. Ik kijk naar de vrouw, zij kijkt naar de man. Vraag haar of ze weet wat ziel in het Duits is. Ze noemt Ziel, ik vraag haar naar het Engels en ze noemt goal. Dan plaag ik haar met het Frans. Ze denkt, lacht, “but?” Mijn handen zijn daar, grijpen vast. Ik zie haar blik, de ondeugende lach. “But van dubbel t enzo” ik knik, zij weert nog één keer mijn zoenen af.

Advertenties

Over ghduval

Wat hier staat is echt, tenminste toch echt in het hoofd van Duval en kan dus niet gebeurt zijn. Uitschrijven van gedachten niet meer dan een vriendelijk gebaar zodat u mee kunt lezen, verwonderen, afwijzen of omarmen. Deze weblog is het aambeeld waarop wordt gesmeed. De mens in al zijn verschillende vormen het ijzer wat gesmeed wordt. De gedachten en vele kronkels van Duval zijn de hamer die ritmisch neervalt. Nu alleen de warmte nog. Dat bent u, webloglezer (v/m), het is aan u het vuur hoog op te stoken zodat het wonder van de smid te bewonderen valt.
Dit bericht werd geplaatst in oud-vkblog-2010-11 en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

10 reacties op Das Ziel

  1. zolder zegt:

    Mooi verhaal man. Ik zal het nog eens lezen. Word maar geen schrijver, dan moet je het nog mooier maken en wordt het misschien minder echt.

  2. Kiezels zegt:

    Alvast aanbevolen. Ik las de beginzinnen en zag ineens de klok.
    Maar dit is de Duval waarvan ik houd.

  3. G.H. Duval zegt:

    Glimlacht, reacties laten mensen schrijven… Dat weten jullie denk ik als de beste 😉
    Maar dit soort ‘kritieken’, wow, dankjewel. Zolder, je maakt een glimlach en Dianne haar woorden brengen toch weer die verlegen blos. Dank jullie wel!

  4. Kiezels zegt:

    je ziel ligt in het verlangen 🙂
    Erg aansprekend, Duval.

  5. Kati67 zegt:

    Mooi verhaal Duval! Dat van die pubers die binnenkomen kijken ken ik! 😉 De mijne kunnen het kleffe gebeuren niet aanzien en verdwijnen dan! 😉

  6. moonfairy zegt:

    Mulish zei
    schrijver wordt je niet
    dat ben je al
    en jij bent het al
    mooi, Moon

  7. Aad Verbaast zegt:

    Genoten van deze openbaringen van je. Zielsveel houden van.

  8. Inge Soons zegt:

    Zet je aan het denken dit verhaal.
    En daar houd ik van van denken.
    Neemt je mee vreet je op dit. Ik ga niet meer kunnen slapen denk ik en ik slaap niet eens onder het raam….damn!

  9. Pilgrimheart zegt:

    Prachtig. Alles tegelijk, liefde en twijfel en verlangen, een vleugje pijn.. Volgens mij ben je al een schrijver.

  10. Fleur zegt:

    Feind hört mit
    Cu later,alligator
    .
    .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s