Nu je danst

Nu je danst

Nu je danst, ik jou zo bij het schoolplein zie staan. Jij, met hem. Hoe je lacht, omarmd, straalt. Nu, nu je danst op het plein waar moeders niet stil kunnen zijn. Waar sociaal moet, de babbel, het gelul, de onzinverhalen over niets, tien minuten langer vragen dan het moment waarop de klas start. Daar sta jij met hem.

Hij is groot. Zo veel groter dan ik had gedacht. Je schreeuwde toen, dat je me uit zou kleden, dat je dan voor een echte vent zou gaan. Dat je me zou pakken, grijpen, op het verkeerde moment. Nooit zag ik je zo vol wraak als toen je tegen mij schreeuwde. Waar is de liefde? Heb jij geen herinnering aan die woorden waarmee je smeekte om in het wit met een koets te gaan.

Ik heb je genomen, na het feest. Meer, harder, intenser dan het ooit zou kunnen zijn. Maar toen was je buit al binnen. Mijn daadkrachtige ja, mijn verborgen tranen bij de speech, het verhaal over leven en een bedankje naar je ouders, dat je altijd van je vader houden zou. Nu pas begrijp ik dat je die ene keer, alleen die ene keer zo blij was, dat jij, had veroverd.

Nu je danst, ik jullie samen zie staan. Nu vloek ik in stilte. Waarom had je gevraagd of ik zou komen? Het was toch mijn beurt voor de kids, of de jouwe, nou ja, dat het weer eens chaos was. Onduidelijk, zoals er tussen ons zo veel onduidelijk is geweest. In stilte gezwegen, alles verzwegen. En terwijl jij zo stil naast me zat dacht jij echt dat ik je had begrepen.

Zo ging het mis. Mis door de stilte. Mis door de rust. Mis door alles onthouden, niet doen, ieder initiatief gesmoord in een vriendelijk ‘nee’. Je lachte niet eens. Had je nu zachtjes mijn arm gewreven dan had ik je wel begrepen, als we hadden gevrijd, dan had ik toch geweten dat jij, ook nog steeds van mij. Maar het ging mis. Mis door de reclames op tv die zo veel aantrekkelijker waren dan de man naast je. De man die boven achter de pc, die man die steeds later, soms nog weleens thuis was.

Maar de stilte was heerlijk. Tot je wilde dansen. Na drie dagen fronsen en vier nachten woelen had je het gezegd, vertelt, gevraagd en eigenlijk was mijn lot al beslecht. Het moest, omdat je wilde. Ik wilde jou ook, daar, die nacht omdat er eindelijk iets was dat leek op een gesprek. Maar mijn ‘nee’ temperde jouw lust en ik deed daarmee toch niets anders dan jij zo gewend was? Ik eigenlijk zo van jou gewend was…

Nu sta je hier, eigenlijk daar. Met die man. Was het die man van de dansles? Uiteindelijk ben je gegaan. Omdat het moest, ik toch ook: overwerk, sportclub, fitness, een avondje bier drinken. Maar lieverd, ik was nooit op de fitness, nergens dronk ik bier. Ik zat in de auto en huilde. Reed soms een nacht lang en tankte ‘s ochtends een nieuwe dag. Ik vluchtte omdat iedere vraag van mij strandde in zwijgen.

Ik vluchtte omdat al die dromen waar je ‘ja’ op zei, toen. Al die dromen nu zo onbelangrijk zijn voor jou. Waar wilde wij wonen? Hoeveel dieren om ons huis? Hoe zouden wij lachen tegen de kinderen, maar je glimlach wordt overstemd door je geschreeuw. En ik vluchtte weg. Negen keer gezegd, na drie maal drie keer scheepsrecht is het echt genoeg. Maar ik kan het niet helpen, kon er niets meer aan doen en vluchtte weg.

Nu dans je. Hij neemt je in zijn armen. Jij legt je tegen hem aan. Ik zie hoe je opkijkt, ik zie zijn lippen bewegen, lieve zachte woordjes naar jou toegaan. En ik kan maar niet begrijpen waarom ik hier moet staan. Heb ik mij dan echt vergist? Ik moet gaan. Straks gaat de deur open, straks stormen kinderen naar buiten en ik wil die test niet aangaan. Ik wil niet weten wie ze kiezen. Ik wil niet zien hoe ze straks hand in hand met die boomlange man meegaan.

Omdat hij nieuw is, omdat hij danst. Omdat hij zorgt voor popcorn bij de nieuwste film van Barbie en dan toch tijd heeft om even te voetballen met onze zoon. Jouw zoon, het kind bij die man. Niet omdat hij dat zo wilde, maar omdat jij zei dat het hoorde. Ik had het immers altijd zo gedaan. Altijd als jij weg was, altijd als jij moe was, altijd als jij stil wilde zijn en wegvluchtte naar wasmachine of boodschappenronde.

Ik moet weg. Vluchten. Nu niet praten met de buurvrouw of de moeder van de beste vriendin. Nu geen gesprek over de sportclub van mijn zoontje. Nu niet, nu wil ik weg. Iedereen ziet toch dat dit een onmogelijke situatie is. Iedereen weet het! Het lijkt alsof allen praten over één: mij, nee hij, de danser, het danspaar, die twee. Wraak moet zoet zijn, maar ik heb alleen bitterheid geproefd.

Mijn jas al dicht. Rits tot bovenin. Normaal half open, de jas, ontspannen, rust, kinderen ophalen, plezier. Zingen op de fiets, in de auto of wandelend naar huis. Nu niet, jas al dicht, omdraaien, nu? Ik moet gaan. Zou mijn telefoon nu maar overgaan, iemand mij naam, achter mij, dat ik om kan draaien, praten en lachend weg kan gaan. Maar mijn ooghoek, is het mijn ooghoek? Volgens mij kijk ik jullie aan.

Dit gaat niet goed. Ik zie kinderen de gang op gaan. Hij streelt. Je lange haren. Altijd kort, nu zo lang en in je gezicht. Dat hij strelen kan over je wang. Ik veeg mijn gezicht, zweet. Ik moet weg, nu! Dan voel ik op mijn schouder. De vingers, de hand, de zachte druk. Ik kijk om, beweeg om, maar mijn ogen niet van de dansers afgericht. Haar andere hand tegen mijn buik, schuivend naar mijn heup. Ik kijk je aan.

Zie je ogen, je glimlach, de bezorgde blik. Als een kind huil ik zonder tranen. Ik snik alsof ik mijn pleister laat zien. Je streelt mijn wang, niet eens lange haren. Je kijkt mij aan en zonder woorden begrijp je. Je knikt, zegt dat je voelde dat je moest komen. Het nodig is. ‘Kom we gaan’ fluister ik en voel hoe het schoolplein kijkt. De mensen joelen, fluisterend praten. Uitgezakt en zonder leven. Smullend van het drama dat zich tussen mensen afspeelt.

Je schudt en pakt mijn hand. Je lacht en je been schuift tegen de mijne. ‘Dansen kunnen wij samen’ fluister je zacht. Ik glimlach, je leerde het mij. Niet van één, twee, drie, maar van voel, voel, voel mij. Ik voel je, ik voel me blij bij jou. ‘Confrontatie of kennismaking?’ vraag je lachend. Ik knik, ‘laten we kennismaken’ zeg ik zacht. En ik hou je hand, ik zie hoofden draaien, mensen opzij gaan. Zo schrijden wij over het schoolplein.

Langs krijt en speeltoestellen. Met een glimlach vol van liefde. Met een hand in mijn hand, zo zacht. Met een vrouw naast me die zo veel meer is dan een danspartner. Maar de enige met wie ik ooit dansen zou. Ik steek mijn hand uit naar de lange man. Vrouwen begroeten elkaar met de vriendelijkheid die past als je dingen niet kapot wil laten gaan. Dan openen deuren en stromen kinderen het schoolplein op.

Ze rennen, omringen. Springen, praten, vertellen wat ze die dag hebben gedaan. Vragen met wie ze mee mogen. De danser zegt dat hij hier niet had moeten staan. Ik lees hardop een sms met de vraag of ik wilde komen. Samen kijken we iemand aan, ze kijkt weg. Dit moet bitter smaken. Maar de danser lacht en haar hand wrijft de mijne. De kinderen besluiten met vriendjes mee te gaan. Terug in haar auto zijn we even stil. Dan zeg ik het toch ‘aardige man’, ze kijkt mij lachend aan.

.

Advertenties

Over ghduval

Wat hier staat is echt, tenminste toch echt in het hoofd van Duval en kan dus niet gebeurt zijn. Uitschrijven van gedachten niet meer dan een vriendelijk gebaar zodat u mee kunt lezen, verwonderen, afwijzen of omarmen. Deze weblog is het aambeeld waarop wordt gesmeed. De mens in al zijn verschillende vormen het ijzer wat gesmeed wordt. De gedachten en vele kronkels van Duval zijn de hamer die ritmisch neervalt. Nu alleen de warmte nog. Dat bent u, webloglezer (v/m), het is aan u het vuur hoog op te stoken zodat het wonder van de smid te bewonderen valt.
Dit bericht werd geplaatst in oud-vkblog-2010-10 en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

5 reacties op Nu je danst

  1. Kati67 zegt:

    *slik* zelf gescheiden een aantal jaar geleden, doet mij dit wel wat… Goed verwoordt wat t met iemand doet. (als dat je bedoeling was tenminste. 😉 )

  2. bieke1 zegt:

    tranen in de ogen……
    even wachten tot de letters weer zuiver zijn……..
    vervolgen……..
    terug tranen, krop in de keel…..
    Je empathie is verbluffend, schitterend geschreven.
    Het verhaal raakt van begin tot het einde.

  3. Vogel-vrij zegt:

    Killing.
    Prachtig.

  4. G.H. Duval zegt:

    Kati67, ja… het voelde zo, het moest zo, dus zo geschreven.
    Dankjewel bieke1
    Vogel-vrij, no need to kill, thanks…

  5. Fleur zegt:

    Kon gisteren niet reageren,schatz!!!
    Wat heb je prachtig gedanst!
    In de rondte!
    Eentje hier en eentje daar.
    Hoe voelt het aan om zo geliefd te zijn?
    Mooie opbouw van spanning
    in een spiraal der pasodoble.
    Ja,bij mij kwamen er ook tranen,
    die zitten nogal los momenteeel.
    Je relaas relateert nl aan een prive gebeurtenis
    die schrijnend is voor mij.
    Weet je wat wel heerlijk is?
    Vroeg shoppen,
    zo maagdelijk stil
    de dag nog vers.
    Ik krijg geen enkele reactie meer
    op mijn ARt piece
    zo mooi geschreven.
    Gisteravond hoorde ik via de Tros dat liedje van hem
    met de violen.Waar ik zo vrolijk van werd.
    Bij het mooiste meisje van de klas.
    Zou de Tros die music bekendmaken?
    Ik ga het vragen aan ze.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s