Eroica

Op zijn rug. Hijgend. De knopen nog dicht. Straks afgereten, weggetrokken, geplukt, veroverd. Zijn schoenen, zakken geleegd. Nooit zal hij het slagveld meer verlaten. Zijn beenderen in een grote put. Gegraven door dienaren met respect voor het leven. Juist zij geven rust aan de dood. Om erger te voorkomen. De uitbraak van ziekte, het sterven van velen, onschuldigen.

Maar is hij niet onschuldig? Hier, hijgend op het slagveld. Ten onder gegaan. Geraakt of misschien wel onder de voet gelopen. De ander meer haast om te sterven. Bewust op zoek naar de ondergang. Gehaast om zo niet te beseffen, het lijden voorbij willen gaan. Achterblijven kan ook. Achterblijven en omkeren. Dat een hoge officier, met één schot of de bajonet. Dat kan ook. Geen medelijden.

Geen medelijden met de dood. Hij hoort iemand bidden. Te snel opgezegd door ogen die te veel hebben gezien. Het is vreselijk om een opengereten lichaam te zien. Stukken te zoeken die bij elkaar horen. Allen geplunderd, allen geroofd. Een mug landt op zijn gezicht. Niet van de prediker, maar van hem: bijna dood. Hij zucht. Een zucht tussen het hijgen door. In de verte rommelt het geluid van oorlog nog.

Dichterbij nu. Geen onderscheid. De man die op hem lag. Ander uniform, wel dood. De vijand. Niet gezien, waarschijnlijk de dader van zijn dood. Voor soldij en eer of voor het vaderland. De overwinning was toch zeker, de overwinning was zo zeker. ‘Nog niet dood’ zegt de prediker en wijst naar hem. Hij voelt hoe zijn schoenen verdwijnen en hij vloekt in het aangezicht van de prediker.

Leven en dood kent geen gratie. De prediker zegt het. De man hijgt het leven. Dan gaan zij uit elkaar. Naast hem voetstappen. Op een ladder dragen zij de man. Een hoge officier, met gebogen hoofden. Alsof hij hen ziet, zij spijt hebben van het volgen van de bevelen die hem zelf ten onder lieten gaan. Nog één keer zucht hij. Probeert overeind, meer rechtop.

De man roept om laarzen, iets aan zijn voeten, zodat hij. Maar zijn stem maakt geen geluid meer. Een jongen knielt en roept dat hij nog leeft. Hij hoort het niet, alsof hij niet meer, als een ding dat achterbleef. Restanten van een dwaas gevecht. Een strubbeling die op een ochtend zou zijn beslecht. Het werd een lange dag vechten en pas in de nacht zou de genadeslag komen.

De snelheid van nieuwe troepen. Jonge mannen met frisse moed om te sterven. Die zich vol vuur werpen op zij die moe zijn, ten dode opgeschreven. Alleen nog maar hoeven te worden afgeslacht om het einde te betekenen. Dat was de avond, dat was de nacht. Nu is het morgen. Er knielt een man naast hem. Als hij ademt proeft hij bloed. In zijn ogen rust de blik van iemand die het verschrikkelijkste heeft gezien, maar ook zelf bereid was te doden. Gedood heeft om te overleven of omdat hij opgejaagd was.

Zijn hand glijdt weg. Voor zijn gevoel stond hij. Zijn hoofd kwam nauwelijks los van de grond. De grond waar voetstappen elkaar raken. Heen en terug, voorwaarts en gevlucht. Teruggekomen om opnieuw. Steeds weer het ultieme gevecht om gewonnen meters, centimeter voor centimeter terug te geven. Met zijn vingers voelt hij de aarde, zijn gedachten zijn al weg.

Hij voelt de deken van het bed waar hij als kind op lag. De wind tussen kieren van de winterse kou. Er wordt hem rust gegund. De nacht komt, een kaars wordt uitgeblazen. Een bajonet valt als een bijl op het hakblok. Hij voelt niet eens dat zijn hoofd rolt. Het bloed stroomt. De prediker prevelt een laatste gebed. Dan worden zijn knopen gegrist, zijn ring, zakken gekeerd. Het wapen al veel langer weg.

Morgen sleept men hem in de put. Maar eerst nog de raven en de nacht. De dames die komen. In een rijtuig langs de kant van het slagveld. Waar een koord de rand aangeeft zodat schoenen de modder niet raken. Modder als ander woord voor bloed, voor de stank van lijken voor de lucht van de schande van het gevecht. Nog één keer een zucht. Maar nu van de jongen die knielde en riep dat hij nog leefde. Daarnet, even terug, vlak voor het gevecht.

Advertenties

Over ghduval

Wat hier staat is echt, tenminste toch echt in het hoofd van Duval en kan dus niet gebeurt zijn. Uitschrijven van gedachten niet meer dan een vriendelijk gebaar zodat u mee kunt lezen, verwonderen, afwijzen of omarmen. Deze weblog is het aambeeld waarop wordt gesmeed. De mens in al zijn verschillende vormen het ijzer wat gesmeed wordt. De gedachten en vele kronkels van Duval zijn de hamer die ritmisch neervalt. Nu alleen de warmte nog. Dat bent u, webloglezer (v/m), het is aan u het vuur hoog op te stoken zodat het wonder van de smid te bewonderen valt.
Dit bericht werd geplaatst in oud-vkblog-2010-10 en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Eroica

  1. StadsfotograafVelsen zegt:

    Lijkt wel Oorlog en Vrede…

  2. Annah zegt:

    Annah Karenina die graaf Vronksky aanbeden heeft.Het leidmotiv de vertrekkende trein.

  3. Floor zegt:

    Annah ,
    .Daarom haat ik afscheid nemen,en weiger dat constentieus en pertinent..mourir un peu,ammehoela troela,leven is al heavy enough.
    Gewoon net doen alsof je ff naar the city that never sleeps gaat om je te be-ijlen voor ener boodschap…
    the battle of Galactica is er niks bij.
    Schrijvertje die Du XXXX!!!

  4. G.H. Duval zegt:

    Knikt, ja stadsfotograaf… het lijkt net oorlog.
    Het vkblog van Annah kan ik niet bereiken. Toch bedankt voor een reactie die ik niet helemaal kan plaatsen.
    Floor, dankjewel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s