Rauw

Als hij at, dan zag je hem niet eten. Hij vrat als een beest. Niet als een dier, niet dierlijk. Niet snel schrokken omdat je zo weer wordt opgejaagd. Nee! Hij vrat als een beest. Smekkend, pratend, schoof spullen opzij zodat zijn armen een plek op de tafel vonden. Bestek viel op de grond: hij at met zijn handen. “Meer erbij” klonk het smakkend toen hij zijn glas leeggoot in zijn bek. Ik zag het ernaast druipen.

Het beest in mij smulde. De moorkop zonder kijkers. Gewoon met je handen het ding openscheuren. Chocolade en slagroom. De ananas als ongewenst fris. Eerst je vingers afsoppen en dan verder naar de wasbak. Het zwart van je kin wassen, de handen weer fris, een boertje en weer verder leven. Ik hou zo erg van slagroompunten. Maar dan zonder banketbakkersroom tussen de cakehelften.

“Ik wil je rauwer” het was haar stem. Ze smulde gretig, maar er was ruimte voor een gesprek met mij. Het was nauwelijks praten. Vaak bleef het stil, hoorde ik haar ademhaling als sigarettenrook door de kamer. Zwevend op zoek naar lekker. “Je blijft aan de oppervlakte, ik wil je erin” ik schrok ervan. De stilte had mij opgenomen. Ik had mijn plek, keek rond en zag haar kamer.

Het was haar kamer niet. Het was een vreetpaleis. Het was de plek waar ruw werd genomen. Dit was de balzaal waar het beest at aan een tafel. Die tafel stond in de hoek. Net als die ene kast in de andere hoek. Eigenlijk moesten ze weg maar daar was geen ruimte meer voor in dit gebouw. De grootste kamer was deze kamer. Zij had hem ingenomen, bezit, rauw, opgeëist, aanwijzen en zeggen “mijn”. Het was onhoorbaar, haar stem. Ik zag haar hoofd over de leuning. “Mijn” hijgde ze in een dwingende herhaling.

Ze masturbeerde en kwam klaar. Nu pas zag ik de stoel. Ik vond het een ongepast moment om met haar te praten, bij haar te zijn. Mijn verlegenheid was gewenst. Ze had mijn onhandigheid gezien en misschien gehoopt dat ik zou doen, veranderen, als zij schaamteloos. Ze was niet zonder schaamte. Zij was zoals het beest eet: hij stuurt je weg om drinken te halen. Zo lag zij nu met haar ogen dicht, draaide en gleed eruit. Liep naar het raam en keek over de velden uit.

Alsof ik er niet was. Net nog gewenst en in een gesprek. Al stuurde ze mij onder de tafel, dan zou ik volgen. Spiedend vanonder, de rand, kijken, opnemen, al het ruwe. Mijn hand openhalen aan een spijker in de vloer en voelen hoe zacht haar handen het verband om de mijne rollen. Ik gun haar liefde maar weet dat ik mijn liefde niet kan geven. “Ik wil je nog een keer” zei ze terwijl ze niet naar mij keek, maar naar de velden.

Ik ging naast haar staan. Zag de structuur, de gulden snede, een perfecte compositie met haar of het raam als natuurlijk kader. Zwijgend, ik wilde ook ruw zijn, dan past dit soort gezever niet. Ze keek om, lachte:” je bent te laat, net had ik je willen zoenen, rauw he?” Ik knikte en voelde mij weer negentien jaar. De prof was een vrouw, onderwijs gaf zij met haar lichaam. De constante verleiding van jonge mannen en ze zo aan je woorden binden. Iedereen faalde voor het eerste tentamen want je wilde dit college nog een keer.

Moest ik knielen? Mij overgeven aan haar brute lust? Ik haar verleiden tot dierlijk en laag? Door mijn neus haalde ik adem, door mijn neus ging de gebruikte lucht er weer uit. Zij merkte een zucht en legde haar hand op mijn schouder, wreef mijn rug, hield even stil op mijn onderrug. We keken elkaar aan. Er was stilte, de klok sloeg twaalf, dus was het vier uur.  Ik moest gaan, ze wist het en lachte. Opeens zag ik wat mooi was.

Ik stond dichtbij, heel dichtbij en ik zag haar. Twee stappen achteruit en ik zou niet zien wie ze was. Jawel, natuurlijk, maar hier. Drie stappen ver weg was ze anders: oud en rond. Dichtbij was ze dierlijk, onweerstaanbaar, letterlijk onweerstaanbaar. Ik voelde mij rauw, er dwong zich een dierlijke gretigheid in mij: ik moest nemen. De stoel stond er nog, dichtbij. De tafel kon, samen tegen de kast. Ik deed het.

Ik deed het, rauw en dichtbij. Ik nam, bezit, eiste en overwon. Het was te oppervlakkig, wel de woorden maar niet de essentie. Ik vloekte. Dacht terug aan die dag en las wat ze schreef. “Het is wel goed, maar niet perfect. Ik zoek ook geen perfectie, ik verlang geen perfectie, ik wil rauw, oer met passie: vreten en boeren Duval!” Ik zweeg, wachtte even en verwijderde toen haar mail. Die haalde ik ook weer terug uit het mapje ‘verwijderde items’ en besefte toen dat ik nog niet ruw genoeg was.

Advertenties

Over ghduval

Wat hier staat is echt, tenminste toch echt in het hoofd van Duval en kan dus niet gebeurt zijn. Uitschrijven van gedachten niet meer dan een vriendelijk gebaar zodat u mee kunt lezen, verwonderen, afwijzen of omarmen. Deze weblog is het aambeeld waarop wordt gesmeed. De mens in al zijn verschillende vormen het ijzer wat gesmeed wordt. De gedachten en vele kronkels van Duval zijn de hamer die ritmisch neervalt. Nu alleen de warmte nog. Dat bent u, webloglezer (v/m), het is aan u het vuur hoog op te stoken zodat het wonder van de smid te bewonderen valt.
Dit bericht werd geplaatst in oud-vkblog-2009-10 en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

12 reacties op Rauw

  1. maria-dolores zegt:

    en dan de knagende twijfel of je degene was die een moorkop opvrat, of tòch de moorkop…
    (was mijn gedachte na het lezen)

  2. G.H. Duval zegt:

    .
    Heej! Mooie invalshoek maria-dolores, zo had ik het niet geschreven en ook niet herlezen. Dankjewel! (Nu ga ik nog eens lezen 😉
    .

  3. maria-dolores zegt:

    hm… dat zit natuurlijk vooral in MIJN brein

  4. G.H. Duval zegt:

    .
    Dat is juist het mooie van webloggen en specifiek hier webloggen. Leuke, slimme mensen die meelezen en soms met één woord een draai geven die jou als schrijver van het tekstje een nieuw inzicht brengt.
    Leuk!
    .

  5. Isis Nedloni zegt:

    Prachtig beschreven en een voorbeeld hoe de taal ons kan brengen naar de onderste laag.
    Rauw en proestend.
    Ruw hoort daar niet bij daar rauwheid een schoonheid bevat die het lelijke heeft overwonnen….ruw is taboe.
    Rauw is mooi zolang het echt is…
    MOOI
    TAAL
    KUNDE
    PROEVEN
    HIER; )))))
    Vriendelijke middaggroet; )))))

  6. G.H. Duval zegt:

    Hoi Isis, dankjewel voor je woorden.
    Ruw, over ruw kan ik ook wel schrijven. Misschien… wie weet… ach er is nog zo veel tijd en nog zo veel ruimte, komt wel.
    .

  7. dianne zegt:

    Een paar keer gelezen
    mooi, van je inleiding tot het einde laat het ruimte
    Zonde om er meer over te zeggen, dat legt vast.

  8. ceesincambodja zegt:

    En wat zegt je therapeut hiervan, H.G.?
    Je taalvaardigheid is onovertroffen, dus ik denk dat je je psychiater wel aankan. :-))
    Ceesgegroetje

  9. G.H. Duval zegt:

    Goedemorgen Cees.
    Mijn psychiater zat in haar stoel, ik vertelde dat ik wilde leven. Weg van de middelmaat maar rauw: het leven beleven.
    Lees nu nog eens 😉
    Nee Cees met therapeuten en psychiaters heb ik niks. Regelmatig bewegen, gezond eten, dat helpt vaak meer dan een uur uitgehoord worden over details van je leven en met een vervolgafspraak weer naar huis.

  10. G.H. Duval zegt:

    @Dianne: het is moeilijk om er meer over te zeggen. Alle teksten hebben verschillende waarheden.
    Bij mijn vorige tekstje ‘Dochters in actie’ moest ik wel even ingrijpen en dingen verduidelijken. Helaas… Ik had gehoopt dat de lezers mijn afstand tot het onderwerp hadden begrepen.
    .

  11. Jezzebel zegt:

    Ik wil je rauwer, je blijft aan de oppervlakte… als inspiratiebron 🙂
    Mooi verhaal, ik heb er van genoten.
    Ik hou van de manier dat jouw gedachten een vlucht nemen.
    .

  12. G.H. Duval zegt:

    Glimlacht
    Hoi Jezzebel!
    Meer wil ik er niet over zeggen… 😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s