Overschrijven

“Bent u de schrijver?” Het was bijna een dwingende vraag die ik niet ontkennen mocht. Na mijn stilte verontschuldigde zij zich. Het was niet de bedoeling om zo. Even bleef het stil. Toen vertelde ze dat ze had gezocht. Eigenlijk was het een vriendje die zocht voor haar. Ik luisterde. Het was haar zoon geweest, zestien jaar en geniaal. Ik zei niet dat alle moeders dat van zestienjarige zoontjes vonden. Pubertijd, rotzakjes zijn het. Als je dat uitlegt als geniaal dan is het nog iets.

Wachten tot ze de twintig voorbij zijn. Getemd door een vrouw. Dat duurt maar even. Mannen zijn dwazen, die moeten bewegen. Ik had angst. Angst voor de vastberadenheid van haar stem. Maar haar onzekerheid liet mij groots zijn. Op geen enkele manier had ze regie. Ze ratelde, een constante stroom woorden zonder te vragen. Nu was het moment en alle woorden kwamen eruit.

Ze vertelde hoe het gegaan was. Dat ze had gelezen, herkend en dat ze op een zondagmiddag had verteld dat ze mij had gelezen. Herfstzon op de ramen en eindelijk het hele spul compleet. Warme chocomel en hij dronk drank. Resten in flessen van zijn vader, een man die ooit hier had geleefd. Weg was, vertrokken nadat hij had bekend te leven als een beest. In struiken op zoek naar genot. Ze had van hem gekotst en daar was het bij gebleven.

Dat vond zij en het was goed zo. Maar nu, nu had ze hem ontdekt en wilde ze alles weten. Ik zuchtte en begreep dat ik niets moest zeggen. Mijn stilte zou een nieuw stuk opleveren, misschien wel een nieuw boek. Het was alsof ik schilderde. De grote lijnen al op het doek. Het licht gemeten, de camera al zo geplaatst voor een juiste compositie. Er was een basisritme, ergens in mijn hoofd klonk de hoofdmelodie al. En ze ging maar door en ging maar door.

Over haar werk bij een uitgever en dat ze wist wie goed was en wie gek. Dat het haar ook allemaal overkwam maar ze niet zo kon schrijven. Ik knikte, het moet haar aangespoord hebben. Hoe ze seksualiteit herontdekte door te lezen nadat haar man… Of ik zeker wist dat het peentjes waren, ze raspte immers nooit peen, zelfs niet door de sla. Ik keek omhoog, de overgang van de muur naar plafond is een mooie.

Het is een kaarsrechte lijn. Een overgang. Kleurloos, als een grijze potloodstreep. Bijzonder dat ik daar op kwam. Gewoon tijdens het luisteren naar deze radeloze vrouw. “Dus…” zei ze. “Dus wilde ik vragen of u kwam. Gewoon, zodat we uw boek kunnen citeren.” Het zijn altijd fijne avonden. Ik knikte, “fijne avonden in prettig gezelschap met rode wijn.” Ik gruwelde ervan.  “U moet weten, mijn zoon is er zeker van” zij was er ook zeker van. Ik niet. Maar ik moest het zijn.

“Dus mijn vraag aan u, bent u de man, de schrijver?” Ik schudde, nee, ik was een andere man.

Twee dagen later belde ze weer. Het klonk als heel zeker. Maar die trilling in haar stem. Ze had het niet opgemerkt. Bood haar excuses aan. Dat het niet kon, ongepast. Zo maar bellen. Al haar vriendinnen deden het op de gekste momenten. Middernacht, zes uur ’s ochtends, onder de douche. Altijd ging haar telefoon. Dus ze was gewend, het was gewoon. Maar ze begreep heel goed dat het niet mocht.

Dat wilde ze vertellen. Ook dat ze de reacties nooit had bezocht. Niet had gelezen. Overgeslagen eigenlijk. Niet verwacht dat ik daar meer zou schrijven dan een vriendelijk dankjewel. Haar ogen waren geopend, er was een nieuwe waarheid ontstaan bij haar sprongen van reactieveld naar reactieveld. En opeens, zo maar opeens had ze het gevonden. In een doos, de nalatenschap van haar vader. Dozen op zolder en dozen bij haar broer. Ik luisterde wederom.

Met kerst ging ze kijken. Wat hij had en zij wilde hebben. Er was ook al wat weg. Echt dierbaar en zo. Dat was uit haar doos en vast ook bij haar broer. Verdwenen, gewoon weg. Alsof het dierbaarste er nooit geweest is. Maar daar wilde ze mij niet mee lastig vallen. Het was zo een lieve man, net haar broer. Maar in die doos lagen cd’s. Haar vader had er een kleine twintig bij elkaar gespaard. Eigenlijk wist ze het zeker, maar het was toch even zoeken.

“Allegro non molto, u weet wel, van Vivaldi.” Ik bleef even stil. Wist het niet meer en opeens voelde ik het. Het ijzige, de kou. Daarom wordt het natuurlijk winter genoemd. Ze stopte constant nieuwe woorden in mijn oor die ik niet hoorde. Ik schudde, legde mijn telefoon neer en typte. Wat moest ik anders? Tot ze herhaaldelijk riep “hallo, hallo!” Eerst nog vragend, daarna dwingend en een klein beetje in paniek. Ik zei haar dat ik nadacht over de dozen en dat het er precies twintig waren. Dat vond ze ook gek en mijn opmerking geniaal.

Dat laatste begreep ik wel. We lachten. Ik moet haar blik even gezien hebben in een klein moment dat ik mijn ogen sloot. “Kom ik nu op uw weblog meneer Duval.” Ik kon het niet weigeren, eigenlijk stond de tekst er al, dus ik knikte. “Ik wist het wel. Ik wist het wel.” klonk ze kinderlijk blij. “Maar mag ik u vragen, zo vrij en blij als wij hier nu aan de telefoon staan, zou u op een vrolijke woensdagavond, bij mij, ons, in het clubje iets willen citeren en na afloop signeren.” Ik zei nee en dat dacht ze al. Daarna hing ik op, er moest nog een plaatje bij.

Advertenties

Over ghduval

Wat hier staat is echt, tenminste toch echt in het hoofd van Duval en kan dus niet gebeurt zijn. Uitschrijven van gedachten niet meer dan een vriendelijk gebaar zodat u mee kunt lezen, verwonderen, afwijzen of omarmen. Deze weblog is het aambeeld waarop wordt gesmeed. De mens in al zijn verschillende vormen het ijzer wat gesmeed wordt. De gedachten en vele kronkels van Duval zijn de hamer die ritmisch neervalt. Nu alleen de warmte nog. Dat bent u, webloglezer (v/m), het is aan u het vuur hoog op te stoken zodat het wonder van de smid te bewonderen valt.
Dit bericht werd geplaatst in oud-vkblog-2009-10 en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

15 reacties op Overschrijven

  1. jp zegt:

    Ik vind dit een erg lekker stukje

  2. F.Frenkel zegt:

    Ach gottegottegot,jij ook al een touw.
    Ik gun het je.
    Ah je schrijft weer beter,in jouw cadans.
    Vannacht dacht ik
    Zou hij ziek zijn?
    Want de cadans was verdwenen.
    Hoe doe jij dat nou,als je ziek bent?
    Ja,je bent er weer.
    Ben `t zeer met Jean Pierre eens.

  3. G.H. Duval zegt:

    Dankjulliewel jp en F.Frenkel
    Moment, er wordt gebeld…

  4. easywriter zegt:

    maarreh, je bent het dus echt niet? de schrijver?

  5. F.Frenkel zegt:

    Vanwaar deze titel,confrere?

  6. F.Frenkel zegt:

    O,dit is echt een wisdag voor mij.

  7. F.Frenkel zegt:

    Want wat ik ook zal zeggen,maakt niet uit.

  8. G.H. Duval zegt:

    Neen easywriter,
    ik ben nog niet
    ontdekt…
    Om het zo maar
    te noemen.
    Volhouden dus
    tot het einde
    het bittere einde
    en dan
    roemloos sterven
    en zuchten
    dat het voor niks
    was.
    Misschien oppert
    iemand het
    idee
    om dit ook
    gratis te doen…
    Dat ik gewoon schrijf, post ende upload, for free, dat jullie mee kunnen lezen. En als zij dan belt, dwaze verliefde vrouw, dan wordt het onstuimig. Dat mijn boeken worden uitgegeven en zij mij aanspoort tot meer pengeweld. Corrigeert en redigeert. Met dat laatste de discussie in ons leven voerend. ’s Avonds bij het vuur als de regen zachtjes tikt. Dat ze besluit om alles zo te laten, niet omdat het goed is maar omdat het heerlijk verkoopt.
    Ik zal volhouden
    Tenminste
    nog heel even toch.

  9. G.H. Duval zegt:

    Het gaat er niet om wat je zegt Fleur.
    Maar hoe je het brengt.
    Wisdag?
    De ramen, een beurt?
    Hier druilerig en regen.
    Ik verlang naar liefde.
    Passioneel en warm
    Dicht bij elkaar als
    omarmen.

  10. G.H. Duval zegt:

    .Het is wel de droom denk ik. Niet dat je zelf, maar iemand anders zegt: dit is genoeg, stop maar, ik heb vertrouwen. Je oppakt en een schuurtje voor je timmert a la Roald Dahl. We moeten immers klein beginnen. Dat je schrijven mag.
    Ik zag pas een documentaire over een amerikaan. Die slaapt er zelfs in zo een klein huisje. Lijkt me heerlijk. Ergens ver weg mooie dingen doen. Niet eens met drank maar met een houtkachel. Dat je iedere ochtend wandelt, kort slechts, en dan schrijft. Tot de zon komt, dan loop je verder, stroop je vruchten in het bos, terug via de bakker die voor jou drie broodjes bewaart.
    Zo moet het leven goed zijn. Jij en je tevreden uitgever. Als totale wereldvreemde aan een tafel in een tv studio. Waar iemand je toefluistert: zorg dat je praat! En dan zeg je vreemde dingen over een hond en een kat, warmte van vuur en van liefde. De mensen om je heen lachen wat verlegen maar gossie wat zijn ze blij dat je praat. En uiteindelijk komt de vraag: waarom Duval en niet gewoon Piet?
    Dan zal ik breedlachend vertellen dat Piet niet kan omdat ik zo niet heet en Duval toen precies paste bij alles wat ik wilde schrijven. Dat snappen ze dan niet en schakelen over naar politiek. Zo een gewichtig man met stropdas (of niet) die dan wijze dingen zegt die iedereen kan begrijpen. Of ze vragen: leest u weleens een boek. En dan zeg ik ‘niet’, ook zo dolkomisch.
    Na afloop drink ik niet. Mijn protege geleverd via de uitgever. Een vrolijk mens met lustvolle ogen. Die zich dan om mij bekommert en zegt blij bij mij te zijn. Als soort van stralend middelpunt. Misschien wel een muze, maar ach daarvoor is zij toch veel te jong. Maar ik leef tevreden, net als zij, zolang mijn boekjes door het publiek worden verslonden.
    Lijkt mij wel leuk. Een mooie tijd ook. Inclusief de levensdrama’s die daarbij horen ter inspiratie voor het schrijven. Ik denk wel dat het komt. Op een dag gaat ze lezen, belt ze op en laat mijn bal rollen. Nu nog even niet. Nu nog even zonder storm. Veilig bij de volkskrantblogmoeder op zolder.

    .

  11. jeg_synes zegt:

    leuk verhaal…
    ik moet er om glimlachen….
    gewoon door blijven schrijven dunkt me….net zoals wij allemaal…
    ontdekt worden we vermoedelijk geen van allen….
    als we elkaar ontdekken is het al héél wat…
    jeggroet

  12. G.H. Duval zegt:

    Knikt…
    Blijven schrijven, alleen zijn de meesten van ons verstopt in een onmogelijke regelmaat van soms te veel en dan plots even niet.
    Lezen is hier genieten. Dat zou het ook zo moeilijk maken als er ooit iemand komt die echt iets met al die woorden kan.
    Jezelf oprichten en grote stappen zetten is een optie. Ook kan je via internet al snel een boekje produceren, de mogelijkheden zijn er. Het gaat om doen.
    Ik doe nog even zo, bevalt mij best.
    .

  13. Unbeschreiblich Weiblich zegt:

    Vertel je uitgever eens wat je zoal aanricht bij andere vrouwen?
    Zal zij amusant vinden?
    Wellicht valt ze daarop.
    Ik ruik wel een zweem Polanski behaviour bij jou,
    dus die jeugdigheid lijkt nauwelijks een obstakel
    op te werpen.
    Petra heet ze,de dochter van Pipo.
    Ik kom haar geregeld tegen
    in het Okura gedruis.

  14. G.H. Duval zegt:

    De 13e reactie is voor jou dit keer Nina H.
    Die trouwde op het strand en had een wild romance.
    Zij leeft nog, ik bedoel maar, waarom zo doen.
    Zo, zo? Zo… Tja, wat doe je eigenlijk?
    Tweede dag ook een wisdag?

  15. Unbeschreiblich Weiblich zegt:

    Hoe doen?
    Bevalt mijn reactie je niet dan?
    Wat bedoel,Duvel?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s