Struikelen voor je valt

Ik ben op zoek gegaan. Heb je gezocht, geprobeerd een spoor te vinden. Alsof ik je ergens zou kunnen vinden. Opkijken, botsen misschien. Samen weer op die plek waar we tuurden over de Seine. Parijs, gosh wat wilden we graag naar Parijs. Ik ben er vaker geweest dan wij ons toen voor konden stellen. Palais du Luxembourgh, een bankje voor de Notre Dame, het zijn van die plekjes waar je rustig kan wachten op de nacht.

De avond komt, de zon er nog is en met warme stralen afscheid van ons neemt. Je ziet de ouderen hun boek dichtslaan, de geliefden die het gezicht niet meer zien door een te sterk verduisterende zonnebril. Hij schuift hem omhoog. Hoog in haar mooie lange zwarte haren. Ze kijkt vertederd, hij streelt haar wang er volgt een zoen. En ik vraag mij af of het over tien jaar nog zo zou zijn. Ik vraag mij zo veel dingen af en theoretiseer daarmee alles dood. Als er een stok tussen mijn spaken mocht dan was het toen wel.

Wanneer liefde bloeide tussen ons dan wist ik precies waarom en wanneer het ons zou opbreken. Welke enorme bergen er voor ons lagen. Nu begrijp ik pas dat jij iedere top met een glimlach zou nemen. Nu begrijp ik pas dat jij mij zou dragen en ik niet jou. Nu begrijp ik pas dat jij mij en al mijn lasten als een pakezel naar boven zou willen torsen als ik… Als ik die woorden maar kon verdragen: "ik hou van jou". Dat kon ik niet, ik kon het wel en zei dat ook. Met argumenten vertelde ik jou hoeveel ik van je hield en dan volgde er een zoen. De zoen als zwijggeld. Ben ik dan een verrader van onze liefde?

Ik denk het niet want een zoen is geen kus. En zoenen, samen zoenend op de bank, het hoge gras, de dijk waar wij afrolden. Dat was geen zoen, dat was een vrijpartij. Niet eens! Het was, ja, hoe zou ik het beargumenteren. Het was vrij netjes voor twee mensen die zo veel van elkaar hebben gehouden. Ik deed een zoen en jij zweeg. Ik ook, samen ons mond gehouden. Niet gekozen voor de liefde, niet gekozen voor elkaar, niet gekozen voor de ellende. Dat noemen ze hier miserere, mooi woord. Als je luistert hoor je hier in Parijs mooie woorden. Zelfs een stoep is hier… inderdaad, en bij regen. Nee, ik spreek nog steeds geen woord Frans.

Toch verlang ik naar mijn voeten in het water. De hoge kademuur heeft iets van zoals het tussen ons was. Ik kan het niet aanzien en kijk dus verder. Omhoog, opzij of over mijn schouder even terug. Er is hier veel moois te zien. Je weet dat ik nog steeds buiten het hoogseizoen reis. Ik heb niets met zon en warmte en overal de drukte van drukkende mensen op straat. Maar er zijn dagen dan verlang ik naar jou. Naar je kont, mijn hand erop, jij dichtbij, die hand, die verschrikkelijk mooie hand door mijn haar. Ik zag een voet vandaag, een voet van een vrouw. Ik keek en wist weer hoe mooi jouw tenen waren, zijn.

Zijn, dit gaat niet over toen, dit gaat over nu. Je bent er nog. Ergens ben je. Ik zoek je hier, ik zoek je daar, ik zoek je overal. Maar het is een doelloze zoektocht. Ik kan je nog steeds niet geven wat ik verlang. Je noemt mij geen lafaard, maar wat ben jij een sterke vrouw. Ik zou bij je willen zijn misschien wel juist daarom. Met de dagen dat ik je mis komt dat besef steeds meer. Jij die zo zwak was, zo kwetsbaar, zo… Ik was vaak bang voor de wind, dat hij je mee zou nemen. Te pletter laten slaan tegen een boom of de muur van een gebouw.

Dan kan ik de stukken rapen en met plakband puzzelen terwijl ik zachtjes een liedje neuriede met de tekst "ik hou van jou". Maar dat doet de wind niet. De wind blaast hooguit mijn haar door de war en het jouwe voor je ogen. Vind je mij een kannibaal, een hufter en misschien wel een egoïst? Dat ik meer verlang naar je lichaam of dat ik zoek naar je en niet durf te zeggen dat ik je nodig heb. Omdat één mail voldoende is om mij in te laten zien wat er mis is met dit leven. Maar zouden wij het beter hebben dan? "Ik zou zo heel graag die man zijn die jij in mij ziet", dat is een zin uit een liedje. Dat liedje kan ik zingen.

Ik zing vaak ik in mijn verdriet. Hoe sterk is het jouwe? Is jouw verdriet zo sterk dat je wankelt, omvalt en opkrabbelt. Opkrabbelt en doorgaat tot je weer denkt hoe het zou zijn als we niet uit elkaar waren gegaan. Er geen afscheid was genomen. De boze woorden achterwege waren gebleven. Het was lang geleden dat ik hoorde dat iemand mij mooi vond. Gewoon mooi zoals ik was. Ik vond je prachtig, de zon op het raam van je kamer, jij ervoor, mijn wimpers dicht en dan zag ik jou. De ernst, de glimlach, de twijfel, jij wist al dat het eindig was. Mijn hoofd herhaalde toen alleen maar: ik wil jou.

Nu zoek ik. Als ik je zou vinden dan passeer ik je. We zijn zo veel ouder. Ik weer druk met de dingen die toen een last waren. Ik was niet sterk genoeg om er van af te zien. Ik had links kunnen gaan of rechts. Wij samen in een caravan in de vrieskou. Ik weet dat ik niets tekort gekomen was. Zingend naar Frankrijk, slapend in onze dromen terug. "Geef mij maar Amsterdam", je zou het zachtjes zingen om mij plagend wakker te maken. Je glimlach als ontbijt, een zoen als begin omdat je even niet wilde dat ik zou gaan praten. En dan je hand richting zonsopkomst, dat de stilte past bij iets wat prachtig is.

Daarom, juist daarom is er tussen ons zo veel gezwegen. Als ik bij je mocht zijn dan was het goed, samen voelde even perfect. Omdat er rust was, geen noodzaak iets te doen of te beleven. Samen was voldoende, samen was goed. Zou ik de was door is kunnen vervangen? Is de beste was goed genoeg om de was te zijn waarmee ons leven geboend moet worden? Ik weet het niet, ik weet het echt niet en ik wil het ook niet beredeneren. Er is geen noodzaak meer: je bent weg. Jij net zo ver weg als ik niet meer dicht bij jou ben. En ik vraag mij alleen maar af of je ze ook kent: de dagen waarop je zoekt.

De dagen waarop je hoopt dat je botst. Er iemand in de verte fluit en blij zal zwaaien. Een blos op de wangen en een verlegen blik naar alle kanten omdat over tien stappen, armen om je heen. Ik vraag mij af of je die momenten ook kent. Dat je hoopt de ander te zien, te treffen, dat je zegt: nu laat ik los en gaan wij samen. Ja, wat samen. Verder? Jouw spoor of mijn spoor. Ons gezamenlijk spoor is een onduidelijk pad met vele wegen waar we zullen struikelen. Weer van de dijk af rollen. Ik weet nog hoe je fluisterde dat je blij was dat er geen stekels waren. Ik kuste je.

Advertenties

Over ghduval

Wat hier staat is echt, tenminste toch echt in het hoofd van Duval en kan dus niet gebeurt zijn. Uitschrijven van gedachten niet meer dan een vriendelijk gebaar zodat u mee kunt lezen, verwonderen, afwijzen of omarmen. Deze weblog is het aambeeld waarop wordt gesmeed. De mens in al zijn verschillende vormen het ijzer wat gesmeed wordt. De gedachten en vele kronkels van Duval zijn de hamer die ritmisch neervalt. Nu alleen de warmte nog. Dat bent u, webloglezer (v/m), het is aan u het vuur hoog op te stoken zodat het wonder van de smid te bewonderen valt.
Dit bericht werd geplaatst in oud-vkblog-2009-05. Bookmark de permalink .

9 reacties op Struikelen voor je valt

  1. Jezzebel zegt:

    Het is een prachtig stuk.
    En als ik mag plagen, jij bent een romantische dwaas 🙂
    Ik begin alleen wel leuk te vinden.
    (Jaren later)

  2. G.H. Duval zegt:

    Ja, jij mag plagen…

  3. Gus zegt:

    Je was en bent nog steeds smoorverliefd, probeer het misschien op Hyves of…
    Voor mij zijn er ook een aantal meiden die ik heel, heel graag terug zou willen zien.
    Er is er 1 waar van ik weet waar ze woont, alleen zij wil niet omdat ik indertijd ‘vreemd’ ben gegaan, neemt ze me nog kwalijk. (37 jaar geleden) Tja.

  4. Du zegt:

    Wat nu weer?
    Du?
    What`s up?
    Uppercut?

  5. G.H. Duval zegt:

    @Gus, tja Hyves… ik kijk er weleens rond en zoek er de mensen die ik niet kan vinden.
    @Du aka Dunya, wat nu weer? Ik schrijf een meesterwerk 😉 en jij (U?) reageert met ‘Wat nu weer?’ Kan ik jou wel op Hyves vinden?

  6. Dunya zegt:

    Ach ja,jij schrijft alleen maar meesterwerken en bent geliefd in de omstreken!!!
    Was je maar een oprecht persoon,
    bediende ik mij niet van hoon??
    Ik heb je prive gemaild,
    want jij houdt toch van mij
    achter jouw hand te houden
    voor eventualiteiten
    zodat je niet zult slijten
    en je je van je taak kan kwijten
    met praten zul je hem niet verslijten
    wat zou me dat toch spijten..
    we zitten al eeuwen met elkaar op Hyves
    en lullen wat van
    buiten kijf.

  7. G.H. Duval zegt:

    Even voor de goede orde: jij zit niet op mijn Hyves. Ik vraag mij af waarom je twijfelt aan mijn oprechtheid, misschien omdat je jouw e-mails (tot nu) niet beantwoord? Verder hou ik niemand achter de hand.
    Ik vind je wel aardig en je reageert op een bijzondere manier. Maar ik vind hier meer mensen aardig.

  8. Jezzebel zegt:

    Man, Dunya is heel bijzonder.
    En zeker niet zomaar ‘aardig’.
    Ze houdt van plagen.
    Een beetje spelen.
    Dat weet je toch al lang?
    Jij ook Duval, tot later.
    Tot op ons nieuwe blog.

  9. G.H. Duval zegt:

    Tot later Jezzebel!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s