Over rocksterren en goedkope wijn

Hij zag de honderd kilometer de teller overschrijden. Honderd kilometer weg, weg van alles. Even kijkt hij opzij, niet eens om. Er is een grijns, geen opgeluchte schaterlach. Nee, een grijns, hij ziet haar. Zag haar al, zij is constant in zijn rechterooghoek. Haar been, de blauwe spijkerbroek. Soms voelt hij, legt zijn hand op haar been, daar waar hij zijn wil. Nee, niet te laag, maar bovenop, bevestigend: verbonden willen zijn.

Honderd kilometer voorbij, honderd kilometer ver weg. Weggereden van alles. Voorbij de grens. Even kijkt hij om, zij kijkt hem aan. Ogen die elkaar ontmoeten. Ze voelen wat ze voelen moeten. Wat wordt verwacht, gebruikelijk is nu. Zij weet waar ze heen gaan, hij nog niet. Ver voorbij de afgrond zal ze remmen. Het op de meest dramatische manier uitschreeuwen, hem overdonderen. Misschien gaat ze zelfs met iets gooien. Hem vertwijfeld achterlatend. Zo moet het, dat is het eindpunt. Met de trein terug naar huis, misschien liftend.

Ze lacht, buigt zich, legt haar hoofd op zijn schouders. Ongemakkelijk, de auto te breed, te groot, te, te veel. Maar ze vindt hem mooi. Ze houdt niet van luxe, wel van dit merk. Toen hij nog nieuw was kwam hij. Trots grijnzend, een beetje zoals nu. Niet eens honderd kilometer ver weg. Ze had gestreeld, haar vingertop over de lak. Met haar nagel had ze een spatje van de ruit gekrabt. Omdat het perfect moest zijn. Ze zei het, hij knikte, perfect was ze. Hij hield van haar en hij zei het, waarom zou hij ontkennen? Oneerlijk moeten zijn, waarom?

Dus reden ze een rondje, samen. Hij achter het stuur zij pratend, vol complimentjes. Het was zo gewoon, zo vanzelfsprekend, zo normaal. Het was zoals het was. Het gebeurde niet het overkwam ze. Ze hadden gelachen, oprecht gelachen. Een bulderende lach, het gehijg van niet meer bij kunnen komen. Tegen elkaar aanvallen en in alles een reden vinden om weer te lachen. Weer lachen tot je niet meer kan. Tot je lichaam zegt dat je lachenergie op is. Dat je aankijkt, zo dicht bij elkaar. Je voelt, ziet. Je ogen kruipen naar de punt van je neus om haar lippen te zien. Het lachen kon zich herhalen, kan zich herhalen. Maar het is onoverkomelijk.

Je weet dat het gebeurt. Het zachte aanraken, haar lippen, jouw lippen. Je weet als man dat je haar niet kan ontlopen. Als vrouw wist je het al veel eerder. Toen hij begon te lachen al, eigenlijk al veel eerder. Je zag het aan de manier waarop hij uitstapte, naar je keek toen je met je vinger over zijn lak. Hij je toestond om zijn domein binnen te dringen en aan te raken waar hij het kwetsbaarste is. Toen wist je al dat je zou zoenen. Zoenen en zo veel meer. Maar niet in zijn nieuwe auto.

Hij streelde haar haren. Keek haar aan met die ernstige blik. Zij draaide haar hoofd weg, probeerde te negeren, maar het kon niet. Ze moest! Hij deed het. Althans, kwam naar voren, zij deed het laatste. Het was lekker. Het voelde fijn, het was zoals het zijn moest. Als ze iets had verwacht dan was het dit. Het overkwam ze meer dan dat het was bedacht. Twee weken later neukten ze. Niet omdat het moest, maar gewoon. Het was niet eens bedacht al was het op een praktische manier allemaal goed uitgekomen.

Zelfs dat was hemels en tegen de verwachting van beiden in. Meestal strandde het in bier en rode wijn. Stond de één op het meest ontactische moment op om een sigaret te roken en wist de ander niet meer hoe lang geleden het al was gestopt. Dan strandde het. Naast elkaar staan op een te koud balkon. Turend en niet meer weten wat te zeggen. Onhandig omdat je niet wilt dat de buren zien dat je van elkaar houdt. En… echte liefde is het ook niet. Het gaat over bier en rode wijn, sigaretten roken en even, heel even bij elkaar zijn. Daar gaat het mis. Mensen mogen niet samen komen. Ja, om te vergaderen en te werken. Om te verpozen en samen plezier te hebben, maar dan wel in verenigingsverband.

Een spektakel met voorzitter en secretaris. Dat er orde is en structuur. De rolverdeling bekend en iedereen doet wat gewenst wordt. Dat is pas leven! Maar zo, samen, turend op een te laat uur. Met een sigaret in je hand terwijl je al jaren niet meer rookt. Genietend van haar rillen, zijn blazen. De gretigheid waarmee hij rookt en de schaduw van de buurman aan de overkant steeds weer langs de vitrage glijdt. Dat is leven. Hij pakt haar arm en drukt zijn sigaret uit. Dan pakt hij de hare uit haar mond. Hij neemt een trekt en geeft hem terug. Zij mag ook nog een keer.

Hij neemt over en doet de laatste trek. Dan drukt hij uit. Zij kijkt naar kracht en zekere bewegingen. Ze weet wat er komen gaat en wacht. Wacht tot hij omkijkt en haar via haar arm richting deur stuwt. Ze opent, het is immers haar balkon. Wacht tot hij binnen is en omarmt, zoent, verlangt. Want dit is liefde, hij fluistert het, nee zij. Dit is niet gepland, ver van structuur, dit gebeurt. Vrijen is fijn, samenzijn ook. Als er twee mensen voor elkaar zijn geschapen dan zijn deze twee het voorbeeld van de perfecte eenheid. Ze fluistert het tegen de man die in slaap valt.

Zij niet, zij waakt als een wekker. Weet precies wanneer zij hem wakker zal maken. Net op tijd zodat hij zich zal haasten. Ze zal hem remmen en vertellen te verlangen. Niet met woorden, maar met haar lichaam, haar ogen, haar geest. Hij zal het niet zien, af en toe opkijken. Hij zal het totaal negeren. Druk om weg te gaan, het is immers laat, onderweg naar huis. Zijn doorzonwoning met vrouw en kinderen, zijn appartement en vrijgezellenbestaan, de kamer op drie hoog en ook nog achter. De eenzaamheid van een hardwerkend leven, de triestheid van verkeerde keuzes of het geluk van de totale vrijheid.
 
Nu weet ze het niet. Ze weet niet wie zij is. Nu hij hier zo ligt, haar strelende vingers door zijn haren, over zijn arm, borst, schouders, alles. Nu weet ze niet wie ze is. Nu wil ze niet zijn. Nu niet de overspelige echtgenote, niet de partner in een vrije relatie. Nee, nu is ze niet alleen en eenzaam en hulpeloos en gevlucht in zijn woorden en sterke armen. Nee, nee, nee, nu niet. Nu is er alleen maar ruimte voor liefde omdat hij kan wat een ander nooit lukte. Hij geeft wat ze nergens vond. Het is niet gepland, het is haar overkomen.

Hij kijkt op zonder bewegen. Spiedt tussen wimpers door maar ze heeft hem gelijk ontdekt. De lach is een zoen. Hij voelt zich een rockster fluistert hij. Wakker worden in de armen van een mooie meid, een geweldig leven, doen wat je droomt. Haar voorhoofd fronst. Ze noemt het uitdrukken van sigaretten en een gehaast vertrek. Hij zegt dat alleen popsterren de waanzin kunnen stoppen, zij rolt op haar rug. Duwt hem om en krijgt zo ruimte om haar armen onder haar voorhoofd te plaatsen. Het is als een heuvel op een zonnige dag, volop zon en dan een grasveld, samen. Ze zegt het niet maar hij neuriet, dat hij een lied zou schrijven over haar, zo, in deze houding.

Ze vraagt of het naakt is. Hij kijkt verbaasd op, alsof je aan een liedje zou kunnen horen dat het over naakte of niet naakten gaat. Ze knikt, zegt dat ze dat kan. Hij rolt om, over haar. Lichamen raken, naakten raken elkaar. Het is niet vreemd, het is juist welkom. De muziek zwijgt, de muzikant doet waar hij het beste in is en de vrouw ontvangt. Dan piept de wekker met een luide vloek, dat het veel te laat is. Buiten op straat roept hij dat er een dag komt waarop het niet meer nodig is, de tijd geen beperking meer zal zijn. Aan de overkant beweegt de vitrage, het is iemand die alles beter weet.

Maar waarom zou iemand die alles al weet moeten remmen? Opstaan, de deur openen en de twee vertellen dat het gedonder over moet zijn. Wat is er mis met oprechte liefde? Zij weet dat hij naar de afgrond rijdt. Hij gelooft tegen beter weten in dat alles wat hij ziet hem gewoon is overkomen.  Dus rijden ze ver weg, samen. Samen op weg, honderd kilometer voorbij. Alsof ze de grens passeerden, veilig zijn voor boze goden en demonen. Hij slaat af van de snelweg. Kiest een parkeerplaats versierd met vuil. De vuilnisbakken stromen over en braken papier en etensresten. Zoals een verlaat kroegganger die na een slechte dronk huiswaarts keert.

Maar hij grijnst en de grijns wordt een glimlach. Ze kijken elkaar aan en er volgt een zoen. Haar blik is vragend maar hij stapt uit. Opent het portier voor haar en begeleid naar een tuinbankje ergens vijftien stappen van het asfalt. Er staan liefdesverklaring in het hout gekrast. Dat doen ze niet, zo een bevestiging verdraagt hun liefde niet. Hij loopt terug, opent de achterkant van de auto en haalt wat nodig is. Zij heeft broodjes in haar tas, hij een klein flesje wijn en twee glazen. Ze lacht. Het is wit en zoet en ze was blij dat hij dat heeft onthouden. Zijn liefde lijkt bijna perfect oprecht en gelukkig kan hij haar ogen niet zien dankzij haar zonnebril.

Als hij inschenkt leunt hij over haar. Ze komt achterover en raakt hem. Een samenvloeien van mensen, het overstromen van energie van de ene naar de andere ziel. Waar liefde is zal liefde gedeeld worden. Hij buigt verder en geeft een zoen. Dan zit hij naast haar en heft zijn glas. Niet op haar, niet op de liefde, zelfs niet op zijn nieuwe auto. Hij drinkt op de reis, de afstand en dat het goed is. Ze knikt en drinkt. Opent haar tas en deelt broodjes. Dat vindt hij fijn. Ze kijkt hoe hij eet terwijl ze langzaam drinkt. Geen hap door haar keel kan krijgen. Ze vraagt zich af of de beul ook een galgenmaal eet. Haar ogen hoeft ze niet te sluiten om te zien hoe hij straks achter zal blijven als het vonnis ten uitvoer is gebracht.

Ze lacht, hij knipoogt. Haar duim haalt kruimels bij zijn mondhoeken weg. Zijn lippen bedanken. Zijn lichaam staat op, vingers van haar en hem vlechten zich samen. Zo lopen ze terug. Alsof het een zomeravond was en de wandeling op het strand. De zon net op en het enige geluid een specht in een ontwakend bos. Zoals vingers samenvlechten glijden ze uit elkaar. Het lijkt alsof regendruppels op het zwarte asfalt vallen. Als tranen van iets wat ze achterlaten. De herinneringen, de mooie momenten. Hoe harder ze rijden hoe sneller ze bij het einde zijn. Ze weet het en stapt in, hij legt de spullen achterin. Als hij instapt kijkt zij hem aan.

Hij start, pas daarna beantwoord hij haar blik. Zij zet haar zonnebril af. Het is onmogelijk voor haar om deze rol te behouden. Dus vraagt ze waar ze samen naar toe gaan. Hij lacht, het is geen grijns, het is een lach en hij noemt de horizon. Maar nu is haar blik ernstig, haar vingers legt ze op zijn onderarm zonder aan te raken. Hij noemt het ravijn, het neerstorten, samen ten onder gaan. Ergens eenzaam achterblijven, begrijpend knikken en weten dat wat ze samen hebben gedaan goed was. Niet eens gepland maar overkomen, verliefd maar nooit de kans op verloofd. Ze schrikt van zijn woorden. Hij rijdt weg, drukt de radio aan. Zijn vinger op een knop, radio uit, ander nummer, iPod of usb.

Hij kiest, voegt in, zij heeft het koud, leest 23 graden. Uit de speakers klinkt de stem van Herman. Even zag hij in zijn ooghoek een papagaai vliegen. Tenminste, daar leek het op. De band speelt al. Er rolt een traan. Bij haar, hij legt zijn hand op haar bovenbeen en ziet niets. Geconcentreerd op navigatiesysteem en borden langs de weg. Nu doet het pijn. Ze zingen het, telkens weer. Nu doet het pijn. Van Dik Hout. Hij grapt, dat ze van dik hout planken zagen. Ze knikt, lijkt het bewustzijn te verliezen, actrice in een slechte B-film. Hij zegt het, dat dit lijkt op een clip van een rockster. Een man die slechte wijn drinkt en reist. Ze vult in gedachten aan dat er altijd een mooie meid bij is voor de nacht.

Ze passeren de grens en zijn onderweg naar een goedkoop hotel in een grote stad. Komen te laat aan en vinden een sleutel, checken in en doen wat hen zal overkomen. Na het sluiten van de deur kan de ruzie al komen. Woorden, heimwee, verloren passie of slecht geschoren. Eigenlijk hoopt ze op seks, goede, fijne, lieve seks. Zoals ze altijd deden, zoals wat over… eengekomen. Ooit, ergens aan een begin. De regels van het spel zonder liefde. Beide single en geen zin in een relatie. Twee mensen opzoek naar samen. Man en vrouw omringt door anderen die zeggen wat ze moeten en bij elkaar wilde ze niets. Hij had naar haar moeten luisteren, zij naar hem. Dat deden ze en werden verliefd. Dom, nu is het wachten op het einde, vannacht om kwart over drie.

Advertenties

Over ghduval

Wat hier staat is echt, tenminste toch echt in het hoofd van Duval en kan dus niet gebeurt zijn. Uitschrijven van gedachten niet meer dan een vriendelijk gebaar zodat u mee kunt lezen, verwonderen, afwijzen of omarmen. Deze weblog is het aambeeld waarop wordt gesmeed. De mens in al zijn verschillende vormen het ijzer wat gesmeed wordt. De gedachten en vele kronkels van Duval zijn de hamer die ritmisch neervalt. Nu alleen de warmte nog. Dat bent u, webloglezer (v/m), het is aan u het vuur hoog op te stoken zodat het wonder van de smid te bewonderen valt.
Dit bericht werd geplaatst in oud-vkblog-2009-04. Bookmark de permalink .

6 reacties op Over rocksterren en goedkope wijn

  1. Jezzebel zegt:

    Man, wat een mooi verhaal.
    Ik maak me geen zorgen over hen.
    Zij zullen doen wat ze moeten doen.
    Zo goed als ze kunnen.

  2. G.H. Duval zegt:

    Dankjewel Jezzebel! Want een compliment van jou, maakt mij altijd wat verlegen…

  3. Gus zegt:

    Sad love story, zoals veel liefdesverhalen.
    En toch, hoe vaak je ook verliefd ben geweesd, je gaat er altijd weer voor.
    Telkens weer.

  4. Dunya zegt:

    Zeer fraai!
    Met wie ga je het uitvoeren?
    Zie zoveel moois buiten,dan denk ik aan jou.Das wat voor hem,denk ik dan.
    Kijk nou hoe mooi,die handen,die rankheid,die onschuld.

  5. ... zegt:

    Het lukt je echt wel!

  6. .... zegt:

    Ja,deze vind ik een van de topstukken!!!
    Vooral dat neuken,of course!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s