Mijn oude vriend kijkt op, ik heb zijn aandacht.

"Ik ben gestopt met schrijven." Mijn oude vriend kijkt op, ik heb zijn aandacht. Zijn hand krabt zijn buik op een manier zoals hij dat altijd doet. Vroeger toen hij nog werkte krabde hij op diezelfde manier aan zijn kruis. Het was een manier om afstand te bewaren. Het werkte bij de mensen die hem niet kende. De groep waar het wel werkte reageerde op twee manieren. Of ze negeerden zijn handgebaar of ze vroegen verwijtend of hij jeuk had. Na die laatste opmerking ging hij vloeken.

Tenminste, als je na drieën kwam. Daarvoor had hij nog te weinig gedronken. Drank op de werkvloer was streng verboden er was immers een aanmerkelijk gevaar. Maar ik heb altijd begrepen dat niemand van personeelszaken een confrontatie aan wilde gaan met de krabbende man. Dus bleef hij en kroop ik op een moment dat ik rust zocht even in zijn ‘office’. Dat stond op zijn deur en binnen leek er meer kabaal dan buiten. Dat zorgde voor rust, een gesprek was niet nodig. Ik bracht thee en hij had zijn eigen drank.

"Mot je doen joh, interesseert mij nou." Het boeide hem niet. Ik had ook niet het idee dat het hem zou boeien. Maar ik had zijn aandacht. Pas als hij sprak keek hij je kant op. Keek hij niet naar jou dan zag hij wat anders, krabde zijn buik en was gelukkig. In die werkelijkheid leefde hij en ik wilde er binnendringen. Dus ging mijn hand gedachteloos over mijn buik. Ik voelde de kriebels komen, ergens onder mijn navel. Bijna moest ik mij inhouden of ik zou gillend weglopen van de jeuk. We dronken samen thee. Het was nog vroeg in de morgen en koffie wilde we niet.

De filterzakjes waren op, de bus koffie leeg of gewoon geen stroom om het apparaat te laten pruttelen. Op een allesbrander kookten we water. Ik kookte, hij keek, door het raam naar buiten "lekkere wijve" zei hij opeens. Ik keek niet, het waren kinderen van de middelbare school. Zestien jaar en van God los. Op de fiets onderweg naar drank en drugs. Gelukkig hadden wij een beter leven. Hij hoestte luid en vroeg waarom ik zou stoppen geinige stukjes te schrijven op dat internet. Ik glimlachte blij om zijn vraag. Tilde het deksel op en zag dat het water nog niet kookte.

"Het gaat om aandacht Frank" ik probeerde het gedachteloos te zeggen. Turend in de soep, pan met stoofvlees, bouillon of dampende aardappels. Het was theewater met een net zo heet deksel als de rest van de pan. Ik plaatste het deksel terug en vloekte. Hij zei niets meer dan "Hans". Verwijtend keek ik hem aan, herhaalde zijn naam. Hij tuurde a weer naar buiten en samen zagen we niets. "Met sneeuw is de wereld mooi" sprak hij zachtjes. Ik aarzelde maar bevestigde zijn gedachte "sneeuw en koffie, dat lijkt mij wel iets" hij knikte, bewoog zijn hand over zijn schouder.

Even voelde wij ons tevreden. Ik had een theedoek gepakt om te voorkomen dat mijn hand zou verbranden. Mokken stonden er voldoende op tafel. Ik vulde er twee met kokend water. Daarna ging de pan terug op de allesbrander. Ik gooide een extra blok op het vuur, het was immers lente. Even dacht ik na, meestal lag er een pakje met zakjes in de buurt. Nergens zag ik iets. Ik dacht aan de kast. Zo een grote vanuit een kantoor. Hoge metalen deuren die, als je ze echt hard dicht deed,  een enorm kabaal konden maken. Zo raar deden wij allang niet meer.

Daar vond ik ze. "Waarom stop je?" het was zijn stem weer. "Aandacht" brulde ik terug alsof ik het geluid van vroeger moest overstemmen. Alsof iemand mij stoorde bij mijn drukke werkzaamheden, alsof… Ja, alsof ik die dingen bijna niet kon vinden. Ik zag ze wel. De tweede plank van boven ligt eigenlijk helemaal vol met dozen. En in al die dozen zitten theezakjes. Dus ik pakte een doos en draaide mij om. Liep naar de tafel, haalde de wikkel van de doos en liet die ergens achter. Opende het deksel, pakte een zakje en schoof de doos naar het midden van de tafel.

Het was een achteloos gebaar. Zowel het schuiven als het zakken van het zakje in de mok heet water als ook zijn handgebaar. Wegwerpend, onbelangrijk. Zak erin, even wachten, vijf keer dat deuntje van de Radetzky mars en dan eruit, kleur controleren, één, twee, drie in de volgende mok. Weer wachten, vijf keer, één, twee, drie. En voor ik bij drie was begon hij te zeuren. Waarom ik het eigenlijk deed, hoe dat heette, dat ze zoveel meer was en er vroeger niemand behoefte had aan internet. Ik was de tel kwijt en vergeten iets mee te nemen waar het zakje in kon. Dus opende ik de allesbrander, tilde, schatte de afstand en wierp.

"Heb je weleens geneukt" hij keek mij aan en ik keek op. Te warme mok in mijn hand, gezicht fel verlicht door het geopende deurtje van de allesbrander. Net een klein burgerlijk theezakje naar de hel gestuurd en terwijl mijn vingers branden stelt hij mij een vraag. Ik ben verbaasd, sinds jaren krabt zijn hand weer daar. Een te dikke man onderuitgezakt op een versleten stoel. Dicht bij het raam zoals alleen een koning die plek op kan eisen, wijdbeens, zelfverzekerd met een hand daar. "Natuurlijk heb ik geneukt!" ik zei het vol overtuiging; er zijn immers dingen die je niet moet ontkennen.

Hij pakt zijn mok aan "godverdomme wat is dat warm". Pas als ik mij omgedraaid heb glimlach ik. Kijk naar de tafel, de doos met zakjes die wachten op de ondergang. Even draai ik mij om als ik gejuich hoor. Het is een nieuw groepje dat voorbij komt. Dit keer zijn het jongens. Hij zegt dat het jongens zijn en ik draai terug naar mijn thee. Pak de mok en blaas. Trap met mijn voet het deurtje van de allesbrander voorzichtig dicht en draai een stoel dicht bij hem. Samen blazen we. Hij kijkt mij aan, blijkbaar is de jeuk verdwenen.

"Gek he" zegt hij "soms kriebelt het overal en soms voel je niks meer." Voorzichtig drinken we. Ik tuur naar zijn schoenen. Het zijn nooit gepoetste boots, ruwe vuile werkschoenen. Spul gebruikt op de manier waarvoor het gemaakt wordt: om te slijten. "Dat zegt iets over ons" merk ik op, maar hij volgt mij niet. Gelukkig kan ook hij geen gedachten lezen. "Ik stop en dat is een vraag om aandacht. Het is als stilstaan voor een groen stoplicht, gaan liggen in een drukke winkelstraat, op donderdagmiddag van je bureaustoel opveren en duidelijk zeggen dat het weekend is." Hij knikt, de thee is warm, we hebben allebei een plekje gevonden om onze mok kwijt te raken.

"Schijters heb je overal, maar om zo de boel te verneuken." Ik kijk hem aan, volgens mij gebruikt hij bewust deze woorden. Hij weet dat ik dit nooit zo kan schrijven. "Ik kan dat soort woorden niet opschrijven." mijn zin klinkt wanhopig. Hij kijkt mij aan "vroeger vloekte je anders aardig." Ik zoek een donker plekje om mijn ogen op te richten. Als ik die gevonden heb dan tuur ik, kijk dan opeens geïnteresseerd op naar het raam. Buiten gebeurt werkelijk niets, er vliegt zelfs geen meeuw voorbij. Hij krabt langzaam zijn buik. Ik wrijf over mijn schouder. "Het is een mooie dag vandaag", ik zeg het, hij knikt.

"As je ooit geneukt hebt weet je dat je daar de boel niet moet verneuken." Het zijn duidelijke woorden van een wijs man. Ik veeg mijn andere schouder, krab op mijn enkel en daarna op mijn hoofd. Hij observeert mij met een verwonderde blik "hebbie jeuk of zo", ik zou kunnen vloeken maar ik negeer hem. "Waarom zei je nou dat je wilde stoppen?" het is zijn vraag, ik mompel iets over aandacht en zo. Hij schudt, zijn hand gaat over zijn buik. "Ik begrijp dat wel" zegt hij. Dan heft hij zijn mok en ik schenk nog eens in. Buiten krijst een meeuw en als dat gebeurt weet je zeker dat er even niets voorbij komt.

Advertenties

Over ghduval

Wat hier staat is echt, tenminste toch echt in het hoofd van Duval en kan dus niet gebeurt zijn. Uitschrijven van gedachten niet meer dan een vriendelijk gebaar zodat u mee kunt lezen, verwonderen, afwijzen of omarmen. Deze weblog is het aambeeld waarop wordt gesmeed. De mens in al zijn verschillende vormen het ijzer wat gesmeed wordt. De gedachten en vele kronkels van Duval zijn de hamer die ritmisch neervalt. Nu alleen de warmte nog. Dat bent u, webloglezer (v/m), het is aan u het vuur hoog op te stoken zodat het wonder van de smid te bewonderen valt.
Dit bericht werd geplaatst in oud-vkblog-2009-03. Bookmark de permalink .

4 reacties op Mijn oude vriend kijkt op, ik heb zijn aandacht.

  1. Kokopelli zegt:

    @GHD: Potdomme, al het tweede blog van jou dat ik binnen twee dagen lees. Jij mag dus niet stoppen en hebt bij deze mijn aandacht ;-)))
    Groet,
    Kokopelli

  2. Thera zegt:

    Ik denk dat ik ook maar eens stop. Niet om de aandacht, alhoewel dat natuurlijk ook lekker is, maar ik ken zo’n hoop fraaie afscheidsliedjes. Vol dramatiek. Ja. Ik ga er een serie van maken, denk ik.
    Leuke vriend heb jij, heeft hij beide benen nog?

  3. G.H. Duval zegt:

    Dank voor jullie reacties.
    @Kokopelli: ik denk dat er binnenkort nog wel een tekstje komt. Maar ik heb altijd zo’n moeite het juiste plaatje te vinden.
    @Thera: hij heeft zelfs zijn baard nog. Overigens geloof ik niet dat ik in de illusie leef vrienden te hebben.
    "Stoppen" is echt een heerlijk weblog onderwerp. Als je er een klein beetje creatief mee om kan gaan kan je het heerlijk uitmelken. Ik ben benieuwd naar je serie!

  4. Kokopelli zegt:

    @GHD: Graag en desnoods zonder plaatje. Ik ben benieuwd.
    @Thera: En nu ben ik nog méér benieuwd…Reactie is geredigeerd

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s