De verwachting van het leven

Het zacht schommelen van de trein gaat over in een wild geschud. We zijn er bijna. Ik zie haar de spullen verzamelen die ze om zich heen verspreid heeft. Haar chaos maakt bij mij een glimlach. Ze vertedert me. Ik kijk al even, zie haar, het vrouwelijke, het ordenen van spulletjes op de bank naast haar. Het tafeltje is bezet met een flesje en haar iPod. Haar telefoon ligt ernaast en ging deze reis al twee keer over.

Ik wilde niet horen wie het was. Vast een vriend of vriendin en het tweede leek meer op een serieus gesprek. Bij het eerste gesprek was ze vrolijk, opgewekt, praatte hard en maakte gebaren. Het andere gesprek bracht haar onderlip tussen haar tanden. Ze knikte en keek met een frons. Een mooie frons. Ik zag de krul in haar wenkbrauwen, wilde dichterbij, met mijn vinger het spoor volgen. Het kon niet, dit was een trein en wij allen onbekenden.

Ze stond op en ik wilde haar niet verlaten. Ik deed een stap en een vrouw snelde naderbij. Tikte op haar schouder en ze keek om, op, langs mij. Moet mij gezien hebben, vast niet. Ik keek haar aan, te dichtbij, rook haar, kon haar aanraken, zij mij ook. De trein schokte, een andere raasde voorbij. Ze hield zich vast aan de leuning van de bank waar ik net op zat. Was iets vergeten, een rolletje, een pen, rond, labello of zoiets. Ik glimlachte om de attentheid van de dame, ze zag het niet, allebei niet.

De dame perste zich tussen ons. Ik wilde de scheiding niet met geweld ongedaan maken. Zij al bij de deur, haar hand op het knopje. Ik zag hoe haar vinger drukte terwijl de trein nog niet stilstond. Uit de andere coupé drongen jongeren van veertien jaar zichzelf op. De rugtasjes maakten meer ruimte dan ze nodig hadden. De dame werd opgesloten in het gedrang. Kon net de stang niet vastgrijpen toen de trein remde. Ze viel bijna, de kids lachten. Haar vinger bewoog nog eenmaal op en toen krachtig neer.

Luid sissend schoof de deur open. Veertienjarigen joelden naar buiten. De dame beklaagde zich, maar niet tegen mij. Ik wendde mijn hoofd af. Had niets gezien, keek om, weg van haar, wilde geen praatje maar moest de trein verlaten. Eruit! Op een station waar ik niet hoefde te zijn, mijn halte is er drie verder. Ik zag de verbazing wel van de oudere heer die iedere dag hetzelfde traject reisde. Ik zag het wel, hij wilde mij wenken, gebaren te blijven. Maar ik moest, toch minstens één keer, impulsief. Opstaan en volgen, de droom, leven.

Haar beweging zag ik gaan. Het been naar voren, de knik in de knie, het volgen van het andere been. Het bovenlichaam dat in evenwicht blijft. Ze keek even naar de treden, heel even maar en toen voor zich uit. Er stond een oude vrouw. Ik kon haar zien toen ik naar voren schoof. Nu was het mijn beurt. Ik pakte de stang bij de rand van de deur. Daar waar haar hand zich had vastgepakt. Het kan verbeelding zijn maar de plek voelde warm. Warm en zacht alsof het bevestigt wat ik dacht.

Keek op en zag haar praten. De vrouw had haar moeder kunnen zijn. Ik schat haar leeftijd jong en die van de vrouw ouder. De vrouw kijkt vermoeid, vertelt een ernstig verhaal. Misschien is mijn vrolijkheid niet juist. Is haar reis er één zonder vrolijk doel maar juist een ernstige. Het kan iemand zijn die haar ophaalt. Ik weet het niet. Opeens voel ik mijn impulsieve actie als ongepast. Ik realiseer mij dat zij misschien helemaal niet verwacht dat ik, hier, samen met haar.

Voor mijn twijfels is geen plaats. Er klinkt een fluit, deuren sluiten zich. Ik sta te dichtbij, de deur raakt mijn rug, schouder, ik stap opzij. Van de trein weg, vooruit, dichterbij haar, passeer en kijk om. Zij ziet mij niet maar knikt alsof ze het verhaal begrijpt. Ik zie de ernst op haar gezicht en verlang naar de vrolijke ogen. Die zag ik toch? Een paar keer al. In de trein, tijdens het lezen, haar telefoongesprek. Ik ben verliefd. Ik weet het zeker. Hoe zeker kan je zijn over verliefdheid?

Er gaat een map open. In het voorbijgaan zie ik het gezicht van een man. Zijn hoofd lijkt geknikt ten opzichte van zijn lichaam. Het is niet goed. Even wil ik blijven staan. Voel hoe zij trilt op haar benen. Het raakt haar. Ze pakt iets aan, een flyer, een kopie, een brief, ik weet het niet. Het is ongepast te blijven staan. Op mijn netvlies zijn de beelden gebrand. Het is een feest. Ik loop door, het stationsgebouw in. De deuren sluiten automatisch als ik binnen wil.

De kring is groot. Politie om de orde te bewaken. Er staan twee kraantjes. Aan ieder kraantje bungelt een strop van blauw nylon koord. Het is ongelofelijk hoeveel mensen er zijn gekomen. De jongen lacht, straalt. Hij stapt vrijwillig op het krukje. De mannen in uniform meer gespannen dan het publiek. Er huilt een kind ergens achterin. De voorste rij houdt de adem in. De jongen lacht, net de twintig voorbij. Hij zwaait, schuift handen naast zijn rug. Ik had geen handboeien verwacht. Zwaait hij naar mij?

Een klein ventje zwaait terug. Ze kennen elkaar. Het mannetje lijkt ouder dan mijn zoon. De jongen op de kruk nog zoveel jonger dan ik ben. Het is een ceremonie zonder veel symbolen. Er klinkt geen muziek of blijde klanken. Vanuit een raam hoog boven het plein kijkt een echtpaar. De strop zit. Er is er één die beweegt. Schreeuwt, zich oppept als een bokser voor het gevecht. Niemand zegt iets, nu wil niemand hier zijn. De stevige kruk blijkt wankel. De man die schreeuwt trapt. Het lijkt of zijn zonnebril iets opwipt.

Dat is niet zo maar automatisch kijk je niet. Nu wel. Hij bungelt. Ik beschrijf niet wat er gebeurde. Er is zoveel te zien, te voelen. De warme zon, het stof op het plein, het gekuch van mensen om mij heen. Ik kijk op, de vrouw heeft haar handen nog voor het gezicht. Ik wrijf mijn voorhoofd. Als er tranen komen dan wrijf ik die in één keer van mijn gezicht. Ze komen niet, er komt niemand. Heel even niet, staat alles stil. Dan willen mensen dichterbij. De lijken omlaag gehaald. Agenten duwen iemand terug. Achteraan draaien mensen zich al om, keren om, huiswaarts.

Ik wrijf mijn hoofd nog eens. Haar lieve gezicht vraagt of het gaat. Ik weet het niet. Mijn kont doet meer zeer dan mijn gezicht. Ik kan het onmogelijk zeggen. Voorzichtig probeer ik te staan. De deur sluit zich en gaat snel dicht. Ze heeft mijn arm al vast en helpt mij naar binnen. Het gaat wel maar nu, heel even. Haar hand om mijn bovenarm. Haar vingertoppen strelen mijn gezicht. Tenminste, ze kijkt of er bloed is. Ik maak een grapje en zeg dat alles dicht is. Ze laat me. In haar hand zie ik papieren van een gesprek.

Even sluit ik mijn ogen. Had ik mij voorgesteld? Weet ik nog wel wie ik ben? Ik kijk rond en denk mensen te herkennen. Kwam ik uit de trein of… Is zij echt of hier neergezet? Agent of voorbijganger? Ik besluit niet te praten. Ze vraagt of ik wat zeg. Ze noemt haar naam en ik ben verloren. Het klinkt zoet en zacht. Haar stem streelt mij en ik moet gestaard hebben. Staren naar haar. Het zal de klap zijn. De schok, ik zie dit soort dingen niet dagelijks. Ondertussen heeft zij een pen gevonden. Schrijft tien euro op een acceptgiro, daarna haar naam, een naam die kan ik niet goed lezen.

Doe er tien bij, zeg ik. Ze weigert. Dan lacht ze en zegt dat ze moet gaan. Ik knik. Dit is het moment waarop zij mij gaat verlaten. Ze staat op en loopt weg. Ik zie de mooiste benen uit mijn leven veel te snel bewegen. Moet ik opstaan, volgen? Het kan niet. De pijn is opeens enorm. De deur gaat dicht en ze is verdwenen. Ik herinner mij wat ik zag. Nu komt de klap pas echt. Het besef dat ze weg is. Voorzichtig probeer ik op te staan. Ik kan haar toch niet laten ontlopen?

Langs de rand loop ik naar de uitgang. Mijn benen voelen slap en het is net of iemand mij observeert. Het geeft niet. Ik heb maar één doel: als de deuren opengaan, moet ik snel zijn. Ik vraag mij af of dat gaat lukken. Vast niet. Bij het raam blijf ik staan. Ze is er nog. Ik kijk, film haar bijna. De blauwe spijkerbroek, een jas als een schapenvacht, korte blonde haren. Ze heeft haar armen over elkaar geslagen alsof het koud is, dat is het niet. Ze wacht en ik zie niemand komen.

Dan draait ze om. Er komt iemand, een man. Te oud, te dik; zo vond ik mijzelf. Hij doet niet veel voor mij onder. Samen zijn ze onwennig en ik dacht hoe vrij ze was toen ik… Viel, deur, dicht, rand, botsing, paniek, vrije val. Ze had mij geholpen, misschien wel gered. Er tikt iemand op mijn schouder. Of zij even mijn aandacht wil. Ik haat slecht Nederlands en stoor mij zelfs aan mijn eigen taalfouten. Ze opent een map met een inhoud die ik niet aan kan zien. Ik was erbij en wend mijn hoofd af, heb het allemaal al gezien.

Weer kijk ik door het raam. Ik zie ze lopen hier vandaan. Zij steekt bij hem in. Hij botst speels tegen haar schouder. Het ziet eruit als verliefd. Ik zou haar daarom niet moeten mogen. Het was onmogelijk om het aan haar te zien. Ik staar. Zie het mooiste van mij weggaan. De vrouw dringt aan. Ik weet niet, het is beter  dat ik de foto’s niet nog een keer zie. Loop naar de deur, wil naar buiten gaan. Een laatste poging om haar te veroveren. Ik struikel omdat ik weer de deurpost raak, niet gezien, de snelle beweging. Ik val en de vrouw laat mij gaan. Kijkt nauwelijks en draait om. Stapt op een ouder echtpaar af die het ook niet willen zien.

Ik blijf spartelend achter en verwacht niets meer van het leven.

http://www.sfvi.nl/fotoalbum/Kavosi/Ophanging_Kavosi.swf
(niet kijken als je niet wilt, want het is gruwelijk)

Advertenties

Over ghduval

Wat hier staat is echt, tenminste toch echt in het hoofd van Duval en kan dus niet gebeurt zijn. Uitschrijven van gedachten niet meer dan een vriendelijk gebaar zodat u mee kunt lezen, verwonderen, afwijzen of omarmen. Deze weblog is het aambeeld waarop wordt gesmeed. De mens in al zijn verschillende vormen het ijzer wat gesmeed wordt. De gedachten en vele kronkels van Duval zijn de hamer die ritmisch neervalt. Nu alleen de warmte nog. Dat bent u, webloglezer (v/m), het is aan u het vuur hoog op te stoken zodat het wonder van de smid te bewonderen valt.
Dit bericht werd geplaatst in oud-vkblog-2008-10. Bookmark de permalink .

12 reacties op De verwachting van het leven

  1. Noud zegt:

    In stille verwondering gelezen

  2. Klaverblad zegt:

    Wat goed! Waarom lees ik je zo weinig?
    Ik ga je op mijn linklijst plaatsen.

  3. Flipper zegt:

    Tsja, (té)vaak laten wij wat werkelijk waarde heeft (voor ons ?) maar lopen…
    Bedankt voor je reactie bij mij,
    Flipper

  4. fred van der wal zegt:

    Prima story. Het wordt tijd jouw weblog goed in de gaten te houwen, aanbeffie dus!

  5. amelie.pardouze zegt:

    Bijzonder Duval! Ik ga niet kijken naar het gruwelijks, daarmee zou ik de fijne indruk die je tekst heeft achtergelaten verpesten…

  6. G.H. Duval zegt:

    Dankjewel Noud… stil maken en verwonderen…
    Je schrijft zelf ook erg goed, vooral je laatste item houdt aardig wat mensen bezig Klaverblad!
    Ik probeer terughoudend te reageren Flipper, maar soms kan ik het niet laten.
    Dank je Fred! Ik ben benieuwd wanneer je weer een kunstwerk op je weblog plaatst.
    Nee, de link kan ik je niet aanbevelen Amélie. Op een bepaalde manier ook weer wel, maar de reeks van beelden is gruwelijk.

  7. Moonfairy zegt:

    door persoonlijke herinneringen
    zag ik alles voor me,
    ik vind je een juweel
    Moon

  8. zintuigen zegt:

    Mooi geschreven. Gevoel voor details en weglaten.

  9. G.H. Duval zegt:

    Pfieuw… wat een complimenten…
    Dank jullie wel Moonfairy en zintuigen!

  10. Ramirezi zegt:

    Prachtig verhaal, in al zijn gruwelijkheid…

  11. Gus Bolden zegt:

    Duval, ik wil even persoonlijk reageren, hartelijk dank voor je opbeurende woorden, Ja, ik ben blij dat ik weer thuis ben. Je eigen spulletjes en alles.
    Nogmaals dank.

  12. G.H. Duval zegt:

    Hallo Gus, het is fijn dat je terug bent. De regels vanuit het ziekenhuis zullen vast knellen maar je bent iemand met karakter genoeg om je er aan te houden.
    Het is wel wat bizar om jou reactie te lezen onder een weblogtekstje met de titel "De verwachting van het leven" en och… het is ook wel leuk.
    Welcome back!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s