Kikker is verliefd

In de grote poel hier in het bos tussen eeuwenoude bomen zit een kikker. Een grote dikke kikker en zoals je van kikkers verwacht is het een kikker die kwaakt. Ik fiets er weleens langs, loop er weleens een rondje of droom mijzelf er gewoon heen. Dan zie ik hem zitten, de koning der kikkers. Min of meer druk op het blad van één of andere waterplant of gewoon verscholen onder bladeren aan de kant.

Als hij niet kwaakt dan vreet hij. Met zijn tong veegt hij alle vliegjes uit de lucht en als je als kleine kikker in de grote poel hier in het bos denkt "ik wil er ook wel één" dan is de grote kikker toch weer razendsnel. Rolt zijn tong, schiet het lange eind door de lucht en weet je zeker dat het vliegje verdwenen is.

Er was ooit een kikker, een klein eigenwijs ding. Het kwaakte niet eens maar verschoof een beetje in de onbenoemde ruimte. Het plekje dat kikker overliet voor kikkertjes die hij nauwelijks gedoogde maar voor het evenwicht in de grote poel toch onmisbaar is. Die kleine glibberige nauwelijks kwakende kikker deed een keer een greep naar een vlieg.

Dat was niet slim. Alle vliegen zijn voor de grootste dikke kikker op zijn waterplantenblad of even verscholen onder de bladeren. Als je wilde dan moest je het bijna vragen door te observeren. Keek je en dat lijkt dan erg op vragen. Als de grote kikker dan luid zat te kwaken dan mocht je. Dan was hij namelijk tevreden en wilde laten horen wie er regeerde. En dat was hij. De dikke dominante kikker die niets meer leerde en alles wist.

Hij was wat hij zelf had bedacht. Deze poel door hem geschapen, de bomen door hem zelf neergezet en dat ik hier voorbij fietste was de laatste keer want hij had het geluid van mijn krakende ketting veracht. Zo ging dat in de grote poel in het bos hier vlakbij, tussen eeuwenoude bomen en een fietspad dat sinds enkele dagen afgesloten is.

Ik ben er nog weleens geweest, niet bij de kikkerpoel, nee in het bos. Ergens op de grens van links en rechts, de rand tussen talen. Waar mensen meer kunnen verhalen dan dat je zou begrijpen uit de rust die er is. Zo een dorpje met een kerk, een lange straat die bochtig en soms zelfs steil is. Daar liep ik met een vrouw die mij vertelde dat er ook liefde is.

Ze was mooi en wijs. Haar haren tussen kort en lang, ze wilde sporten, bewegen en vooral laten zien wie ze was. Dat wist ik wel, dat wist ik allang. Dus ik keek en leerde hoe de omgeving paste als een decor bij wie ze is. Wat kon ik anders dan haar vragen beantwoorden? Wat kon ik meer dan kiezen voor wie oprecht is?

Zo was het ook met die kleine kikker. Zijn tong schoot maar de grote dikke had ook geschoten. De kleine zijn tong was rondgeslagen rond de tong van de grote alles overziende groene blij kwakende kikker die bijna een vlieg had gemist. Maar toen de grote in wilde halen kwaakte de kleine.  Dat kon niet, verstoorde de eetlust van de grote en heeft u weleens gedacht aan het gezicht?

Het gezicht van twee tongen die om elkaar waren geslagen. Het brede slijmerige niet groen gekleurde ding waarmee kikkers scoren werd geremd en landde in het water. De kikker was boos, de kleine ook maar kon het niet laten merken. De grote wel. De grote brulde! Bewoog zijn kop en wierp zijn tong los. Slikte tong en vlieg in waarna hij brulde. Een woest diep gebrul. Een vernietigend gebrul waarmee hij de kleine miezerige kikker verjaagde. Verjaagde uit de poel tussen eeuwenoude bomen ergens op de grens van links en rechts.

Daar liep ik dan met een vrouw waar ik verliefd op was. Een mens waar ik meer van zou houden dan al die andere liefdes waar ik mij ooit in had vergist. Ik kende haar woorden en nu zag ik haar bewegen. Het klopte. Ze had nooit gezegd dat ze mooi was maar dat ze mij gedoogde vond ik niet mis. Zo liepen we berg op en berg af. Alsof wij toppen en dalen voortaan als kleine kiezels op een vlakte zouden ervaren.

Alles was immers goed. Met die vrouw was niets mis. Aan mijn kant lagen meer twijfels dan een kleine miezerige kikker kon bevatten. En toen wij het brullen van de brulkikker hoorde lachte ze. Ze lachte en ik was verliefd. "Brulkikker" zei ze en ik vroeg of dat werkelijk een kikker was. Want zo een luidde brul kon nooit van een klein lief groen kikkertje zijn.

Maar ik was verliefd en verklaarde mijn liefde. Zoals de grote kikker zijn liefde verklaarde aan al de kikkerinnetjes in zijn poel. Het was immers zijn poel en zover als de grote kikker kon zien vond hij alle kikkerinnetjes zijn kikkerinnetjes. Dat maakte hem weer blij en hij brulde er lustig op los. Wij waren al ver door het donkere woud geslopen en onderweg vertelde ze dat je zomers nauwelijks kon slapen van het gebrul van die kikkers.

We lachten en wandelden verder. Ik begreep dat ik het nachtelijk gebrul vanzelf zou gaan ervaren. Keuzes in de liefde maak je immers niet voor even. Doen wat je hart zegt bevat meer ratio dan een weloverwogen besluit om dingen niet te doen. We doen vaker dingen niet dan wel en soms denk ik weleens dat we alleen maar dingen doen als ons hart met een extra slag ons daartoe aanzet.

Mijn hart had al drie keer geslagen dus was het juist en goed dat wij zouden ontmoeten. Zo voelde het. Er was geen spanning, geen angst, hooguit een klein beetje nieuwsgierigheid en zo belandde ik eigenlijk in een poel waar ik helemaal niet uit zou willen verdwijnen. Ik kwaakte er lustig op los en zij kwaakte mee. We vertelden wie we waren en eigenlijk was dat veel herhalen.

Ik kende haar en luisterde aandachtig naar nieuwe verhalen. Zag in haar heden en verleden, voelde mij meer thuis dan ik die laatste jaren ooit ergens was. En met al die gedachten luisterde ik naar de hare. Hoe haar leven soms van bos naar bos sprong maar altijd draaide om dezelfde poel. Dat vond ik mooi en ik zou graag in haar poel verjaren. Ouder worden en horen bij haar thuis zijn. Liefde delen omdat ze liefde geven kan.

Op een dag zou ik boeren als een brulkikker en dan luid roepen over houden van. De ramen open en de deuren dicht en zingen over liefde en haar lange benen. Maar dat zei ik natuurlijk niet. Ze was wijs en intelligent en ook ik zou gaan sporten, ze stelde immers eisen aan haar man. En toen kwamen we op vrijheid. Net als die kleine kikker aan de rand. Die kwaakte blij van vrijheid.

De grote kikker draaide om en brulde luid "van mij, van mij, alle kikkerinnetjes van mij" en de kleine kikker nam een wijs besluit en kwaakte zijn eigen weg. Dat meisje van mij keek om en lachte dat de brulkikkers er weer waren. Ik keek haar aan en was nog meer verliefd. Ergens begrepen we de onmogelijkheid van de hele kikkersituatie en al snel was er een kikkerinnetje die iets riep.

Dat roepen werd al snel een luide revolutie en opeens dacht ik aan de nachten dat ik daar sliep. De ramen open, de deuren dicht. Het geluid van alle kanten en die grote dikke niet. De grote die zijn eigen poel had geschapen tussen bomen die hij zelf had geplant. Het mocht niet, niet blijven, niet zijn, niet eeuwig. Maar de kikker riep "van mijn, van mijn" en de kikkerinnetjes kwaakten "verliefd, verliefd". Toen bloosde de grote dikke kikker, hij werd zelfs een beetje rood van verdriet.

De grote kikker hopte weg van de poel en dook onder varens. Daar kwaakte hij een heel ander lied. En heel langzaam kwaakte hij alleen nog tranen omdat het geluid hem verliet. Traag hopte hij voort en leerde een nieuw woord "verliefd". Het was wat raar maar als hij dan sprong, als hij al sprong… Dan opende zijn mond en klonk er iets dat leek op "verliefd".

Dat maakte de grote groene kikker met rode blos op de wangen toch weer wat blij en zo hopte hij en opende zijn mond om te roepen "verliefd, verliefd, verliefd". Bij de snelweg stond hij blij te hoppen. Maar er kwamen zoveel auto’s voorbij. Even dacht hij dat in zijn bos dit nooit zou gebeuren. Hij brulde en er kwam een auto heel dichtbij. Snel schoot hij weg, rolde, tuimelde en belandde in een vieze stinksloot.

Daar zat hij, de grote groene kikker met rode blos. De man die had geregeerd en alles had genomen en omgevormd tot zelf bedacht. Iemand die stuurde, koos en terwijl jij nadacht al had besloten. Soms keek hij om en kwaakte "verliefd", maar daar zat hij in zijn stinkslootje. Ergens tussen twee buizen die het vuile water van de snelweg in zijn nieuwe koninkrijk loosde. Het kwaken werd al snel een hik en langzaam schoof hij opzij.

Zijn leven was over vond hij. Alleen met de vliegen had hij nog schik. Hij dacht aan hoe het was en wat er gebeurde als hij toen minder had genomen. Toen kwaakte hij een zin en zei "het moest vind ik". Die leek op niets maar een kikker die al verliefd kan kwaken moeten we in al zijn triestheid niet opstuwen tot een welbespraakt monster. Ik fietste er toen voorbij denk ik.

Fietsen voor mijn gedachten. Vooral om te ordenen, oplossingen te genereren voor grote en kleine problemen die in mijn leven zijn. Dat heeft iedereen, dat maakt mij niet bijzonder. Maar om dan toch een brul te horen brengt herinneringen die er misschien niet mogen zijn. Omdat zij een ander leven heeft met of zonder. Omdat mijn gedachte "hoe ik ooit zonder haar verder" misschien helemaal niet de hare zijn.

Dat leven ook anders kan zonder last en met op gepaste tijden ook lust. Dat houden van zonder verplichtingen moet kunnen. En juist  langs die stinksloot stonden drie kinderen. Ze keken naar beneden, zochten iets en vooral het gevaar. Eentje stak zijn hand uit en riep "kijk kikkers" en ik zag ze niet. Er lag een olievlek en plastic onderdelen. Langs de kant een oude fiets en wees eerlijk… de Randstadkikkers die hoor je niet.

Dus brulde ik, een woord als "verliefd". Ik brulde zoals ik geleerd had van de kikkers. Zoals geleerd tijdens de wandeling op de grens van links en rechts, de grens van praten en stil zijn. Ik straalde en voelde mij, voelde mij als een kikker in de poel waar ik ooit in gezeten had. Daar tussen hoge eeuwenoude bomen. In een bos zonder fietspaden en ver van snelwegen. De plek waar je alleen kon komen na een forse klim, daar… daar waar ik liefde had gevoeld en gezien.

Plots, we stonden er eigenlijk alle vier van te kijken, sprong er van de kant een heel klein kikkerinnetje het stinkslootje in. Haar kwaken was bijna een hulpeloos gepiep en aan de overkant bewoog de grote groene kikker met een enorm rode blos op de wangen. Hij plonste niet maar wachtte in zijn lompheid tot ze helemaal aan de overkant gezwommen was.

De drie vonden dat ze het kleine kikkerinnetje moesten helpen met een forse tak, desnoods de fiets weer de sloot in, zodat ze kon klimmen. Gelukkig ben ik wijs en al weer een heel stuk ouder dan aan het begin van dit verhaal, dus ik hield ze tegen. Fluisterde dat ze best klimmen zou en wees op haar lange kikkerbenen, maar dat we die twee maar even moesten laten.

Langzaam zwom ze dichterbij en kroop bij de grote dikke kikker. De drie waren al verder langs de sloot gelopen. Er plonste grote stukken klei in het water alsof het bommen waren. En ik stond daar met mijn handen op de brug te dromen. Een veel te brede brug over een stinksloot. Een ouder echtpaar stopte bij mij en de heer sprak met sjieke stem "kikkurs" en de grote dikke brulde "verliefd".

Ik glimlachte en de glimlach kwam niet meer van mijn gezicht want ik hoorde het echt. Het was waar, niet raar, wel vreemd. Maar de heer en de kikker maakten samen een zin die bijna de titel van een kinderboek kan zijn "kikkur is verliefd".

G.H. Duval

Naschrift:

Zoals het altijd gaat in een doldwaas leven als dat van mij kom ik mijzelf vaker op de fiets tegen. Soms voert zo een tocht van nadenken en worstelen met een wilde wind van gedachten mij naar vreemde plaatsen, soms blijf ik dichter bij huis. Dit keer besloot ik dat ik naar de brug wilde. Verlangde naar lange kikkerbenen en de romantiek van een brulkikker uit de luwte van een grote poel en een randstadkikkerinnetje.

Ik trof het want op het bruggetje stond een groep natuurvrienden. Het waren mensen in bijna alpinistenoutfit, je zou ook kunnen denken dat ze hun nordic walking equipment waren vergeten. Maar alle rugtasjes waren voorzien van een dure merknaam en bijna alle heren hadden een verrekijker op de borst. Waarschijnlijk om te kijken naar aalscholvers in hoogspanningsmasten. Zo gaat dat.

De gids stond met zijn veterschoenen in de slootkant. Hij vertelde hoe hier vroeger het water zo van de snelweg werd geloosd. Ik wist dat het nog steeds zo was. Maar ik wilde niets zeggen. Ik was immers op de fiets gestapt om problemen weg te laten waaien. "Kijk", sprak een oudere heer die ik bijna dacht te herkennen. Zijn hand ging naar de overkant van het water. "Kikkurs" sprak een dame en ik dacht "niet weer!".

En vlak bij de de voeten van de gids kon die grote dikke het niet voorkomen. Hij zag haar lange kikkerbenen, het rondje dat ze iedere morgen zwom en waarbij hij droomde. Droomde van hoge bomen en een grote poel. Een poel vol kleine kikkerinnetjes en resten van gedeelde dromen. Zoals iedere morgen kwaakte hij, brulde zijn liefdesgroet en het klonk nog steeds als "verliefd". De gids boog en schepte hem op.

Zijn hand blij omhoog. "Kijk eens!" straalde hij. Snel sloot zijn andere hand over het kwakertje dat wij kennen als de grote groene kikker met de rode blos op zijn wangen, de kikker die altijd sneller was dan de rest en alle vliegen ving voordat hij er lustig op los kwaakte en de vliegen liet, de kikker uit de poel in een eeuwenoud woud, een woud waar geen fietspad is omdat hij zich ooit ergerde aan het gekraak van een fietsketting.

De gids klom terug naar de groep die hem belangstellend omringde. Met twee handen hield hij onze kwakende vriend stevig vast. Er kwam geen geluid en met angstige ogen keek hij rond naar de ogen van dwaze mensen die hem begeerden. Uit de mond van de gids klonk wijs "dit is een pad". Blijkbaar was dat nogal wat. De pad die vanaf nu geen kikker meer is ging in de zak en was onderweg naar een pril natuurmuseum ver weg.

En het kleine kikkerinnetje? Sta mijn grijns even toe. Ze zat daar zo sip, dat begrijpt u en ik kon het niet laten. Dus langzaam schoof ik langs de kant. Gleed en belandde in het water. Kon haar nauwelijks vangen. Als ik stapte sprong ze weg. Ze lachte, moet gelachen hebben en ik verzon een list. Even brulde ik zoals ik geleerd had toen ik liefde voelde. Het was geen luidde brul maar slechts een gefluister. Ze zwom, ik pakte haar op en kuste…

Advertenties

Over ghduval

Wat hier staat is echt, tenminste toch echt in het hoofd van Duval en kan dus niet gebeurt zijn. Uitschrijven van gedachten niet meer dan een vriendelijk gebaar zodat u mee kunt lezen, verwonderen, afwijzen of omarmen. Deze weblog is het aambeeld waarop wordt gesmeed. De mens in al zijn verschillende vormen het ijzer wat gesmeed wordt. De gedachten en vele kronkels van Duval zijn de hamer die ritmisch neervalt. Nu alleen de warmte nog. Dat bent u, webloglezer (v/m), het is aan u het vuur hoog op te stoken zodat het wonder van de smid te bewonderen valt.
Dit bericht werd geplaatst in oud-vkblog-2008-01. Bookmark de permalink .

2 reacties op Kikker is verliefd

  1. Fleur zegt:

    Wat heb ik nog veul NIET gelezen…..tsjonge,jonge,jongen.

  2. G.H. Duval zegt:

    .
    Ow… en ik heb altijd gedacht dat jij één van de weinigen was die helemaal bij gelezen was.
    .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s