A life long lemia

Ik las een etiket. Het was een onbewaakt ogenblik, misschien zelfs een moment van zwakte. Etiketten bevatten info over inhoud, caloriën, het adres van de fabrikant en wat gesnater. Kortom: je wilt het niet weten. Toch moest ik het blijkbaar weten. Gelokt door een onduidelijk plaatje, niet eens ikzelf maar mijn zoontje.

Tja… kinderen en ouders, de schuld van alles. Waren er geen kinderen dan hield alles op. Kon de ozonlaag zich herstellen. Dramatische uitbreiding van industrie- en woongebied onnodig. Al vraag ik mij af of wonen ook geen vorm van industralisatie is geworden, maar goed. De eilanden op de Noordpool bleven onontdekt, de ijsberen zouden niet uitsterven of in verzwakte versie voortleven via een fokprogramma in de plaatselijke Zoo.

Het zou mooi zijn als wij de enige generatie zijn. Gewoon één reeks mensjes op de wereld. Even lol, één keer lol, niet te ver vooruit kijken en niet te ver terug. We zouden druk zijn om ons te proberen voort te planten. Een wilde orgie van mannetjes met paringsdrift en vluchtende vrouwtjes die net nu even niet willen. De minister-president zou een krachtig leider zijn. Een gespierd mens en misschien kozen we in onze wijsheid wel een vrouw.

Je kan veel zeggen over mannen maar als ik Gusje ter Horst zie dan noem ik haar toch al snel Mevrouw de Minister-President. Ik heb niets met zwakke vrouwen dus waarom die Vogelaar steeds met haar gezicht op tv verschijnt of Bos. Wat zegt u? Bos een man… Tjonge jonge jonge. Kijk, dat bedoel ik. Er zou een leider zijn. Een vent (v/m) met ballen waar naar geluisterd wordt. Zoveel tijd hebben wij immers niet en onze Minister-President zou ons er op wijzen dat pogingen onze soort voort te planten erg prettig is maar dat aan het einde echt alles op is.

Zouden wij de hongerdood willen sterven of leven wij liever gelukkig verder in een ritme van werken, rusten en af en toe parend. Niets geen corrigerende maatregelen van bovenaf! Wat moet je immers met een ambtenarenapparaat als er slechts één generatie is. Nee. Onze Minster-President confronteerd, noemt de voor en nadelen van de situatie en communiceert helder, duidelijk en vooral eerlijk. Er is immers maar één generatie en daarna is er niets meer.

Ik zou de hongerdood niet willen sterven dus eet met smaak en altijd met een gezonde lekkere trek. Daarom werp ik op mijn broodje bal twee grote klodders fritessaus. Daar gaat het helemaal niet om. Maar ik heb kinderen en u ouders dus wij hebben beide schuld aan het feit dat er niet één generatie is. Het niet bestaan van die ene generatie die alles mee mag maken, alles fout kan hebben gedaan en uiteindelijk niets gepresteerd heeft wat er echt toe doet. De soort sterft immers uit.

Het etiket schreeuwde bijna naar mij en sprak de volgende woorden:

Etiket:                          Wist je dat Lemia de uitvinder van de fritessaus is?
Weblogschrijver:          Neen, dat wist ik niet…
Etiket:                          40 Jaar geleden kwam Lemia als eerste met fritessaus op de markt!
Weblogschrijver:          Zo, zo…
Etiket:                          Lemia fritessaus bestaat nu dus 40 jaar…
Weblogschrijver:          Ja, dat lijkt mij erg logisch!

Ik dacht er over na. Zo oud ben ik nog niet en slechts een paar jaar voor mijn geboorte kwam er dus fritessaus op de markt. Ik schat mijn ouders niet in als ‘early adopters’ dus die fritessaus is niet direct in huis gekomen. Hoe lang zou dat geduurd hebben voor patat-met een zak friet met fritessaus werd? Had je daarvoor eigenlijk wel een patatje-met of bestond dat toen nog niet. Was het een frietje-mayo en werd dat al snel dankzij één of ander dialect een frietje-mé-tsjow. Dan snap ik waarom een patatje met een patatje-met heet. Friet vind ik een verschrikkelijke naam.

Ik gruwel van friet. Pommes klinkt mij te vet in de oren. Franse frietjes is werkelijk niets. Hooguit marketingtechnisch goed in de markt gezet. Ik denk dat het ook zo is geweest met fritessaus. Mayonaise was er wel. De verhalen over blokjes kaas met een toef mayo als lekkernij zijn mij bekend. Ik weet nog iemand die het doet: toastje, plakje gekookt ei en een toef mayo. Dat soort mensen houden de mayonaise industrie aan de gang. Breek mij de bek niet open maar die mayolui kunnen toch beter bezig zijn met bio-brandstof voor de verbrandingsmotor in mij auto.

De generatie die veertig jaar terug leefde en leuke dingen als fritessaus vond was zo een generatie die alleen stond. Geen voorgangers, geen nakomelingen. Natuurlijk hadden ze ouders maar die mensen waren toch letterlijk kapot. Kapot gewerkt na de oorlog, kapot in hun gedachten omdat een oorlog meer kapot maakt dan een dictator lief is. Het fundament was gelegd. Er waren huizen, er was een industrie, de wereld kon niet kapot en voor grote en kleine problemen vond men oplossingen.

De Minister-President was tijdens die generatie een man, maar de vrouwen rukten op. Natuurlijk was de Minister-President een man, maar wel een man van zijn tijd. Niet iemand die in de tijd was stil blijven staan. Er werd gepaard en de Minister-President vond het goed. Men werkte hard, het geld stroomde binnen, de verzuiling bewaarde het nationale evenwicht en toen kwam er fritessaus. Een revolutie in denken, een revolutie van vrij zijn, een revolutie van ongekende mogelijkheden. Kort daarna werd ik geboren, u waarschijnlijk iets eerder maar wij zijn allemaal nakomelingen van die generatie die alleen was.

En dat is een raar besef. Ik zie mijzelf niet als eenling maar als schakel in een lange rij schakels die kettingen vormen. De generatie voor mij kon ieder moment overrompeld worden door een wereldoorlog. Tegenwoordig is alles beter. Voor ieder probleem wordt een oplossing gevonden denken we nog. Maar we knijpen alles verder uit. Variaties op een thema als het om nieuwe dingen gaat. We zijn bang om een sloot over te springen omdat we niet meer weten hoe het leven onder water gaat. We zijn opgesloten in vakjes omzoomd door geasfalteerde wegen. Mijn leven zou een hel kunnen zijn maar ik ben blij dat er fritessaus bestaat. Fritessaus en regelmaat, dat wel. Beiden vruchten van de generatie voor mij. Ik ben u dankbaar.

Advertenties

Over ghduval

Wat hier staat is echt, tenminste toch echt in het hoofd van Duval en kan dus niet gebeurt zijn. Uitschrijven van gedachten niet meer dan een vriendelijk gebaar zodat u mee kunt lezen, verwonderen, afwijzen of omarmen. Deze weblog is het aambeeld waarop wordt gesmeed. De mens in al zijn verschillende vormen het ijzer wat gesmeed wordt. De gedachten en vele kronkels van Duval zijn de hamer die ritmisch neervalt. Nu alleen de warmte nog. Dat bent u, webloglezer (v/m), het is aan u het vuur hoog op te stoken zodat het wonder van de smid te bewonderen valt.
Dit bericht werd geplaatst in oud-vkblog-2007-08. Bookmark de permalink .

2 reacties op A life long lemia

  1. easywriter zegt:

    Ow wat een mooi verhaal weer meneer Duval… ik houd van verhalen van de hak op de tak die toch weer terugkeren tot de stam.

  2. Duval zegt:

    Thank you easywriter!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s