Black and Grey

Langzaam schuift ze naar binnen. Haar ogen ontwijken zijn kritische blik. Ze weet dat ze oud is, ouder. Ze weet dat hij kiest, kan kiezen. Hij kan zo veel, zo snel beter, jonger, wulpser. Haar lichaam zucht, daar staat ze. Naakt onder de dunne zomerjurk. Haar naakte lichaam voelt niet zoals zij zich wil voelen: trots, vrouw, mooi.

Hij staat op. De man, de hij, de enige in de kamer. Langzaam sluit zij haar ogen. Geeft zich over aan de waanzin die ze zelf in gang heeft gezet. Stoppen was een optie geweest. Iedere keer had hij haar teruggeworpen. Teruggeworpen met vragen, antwoorden die verder gaan onmogelijk maakte.

Iedere keer was ze weer opgestaan. Natuurlijk sloeg hij haar uit het lood. Raakte hij haar al veel eerder dan zijn hand straks zal doen. Lijden deed ze voor hem. Ze wilde niets liever dan lijden, voor hem… Langzaam rolt ze haar hoofd. Omhoog, achterover, valt bijna naar beneden, kin op de borst. Dan voelt ze zijn hand.

Hij heft, zij opent. De ogen ontmoeten elkaar. Zijn hand houdt haar hoog. Ze moet hoger, rekt zich. Een vingertop van hem laat haar op haar tenen staan. Zijn andere hand voelt ze op haar lichaam. Warm, welkom, de stof schuift en de vingertop laat haar staan. Voeten op de grond, weer op de grond.

Hij glimlacht. Bewondert haar. Zijn handen tasten, zijn ogen zien. Zijn glimlach vertelt haar wat hij ziet. Het wit van de dunne stof, het vrouwelijk ronde van haar lichaam. Ze bloost, buigt haar hoofd. Hij ziet de bloemen in haar haren. De vlecht van het zwart. Het zwart met de dunne grijze lijnen. Haar leeftijd is zo zichtbaar, zo kwetsbaar.

Haar ogen volgen hem. Zijn glimlach ontmoet de hare. Hij stapt achteruit, gebaart haar te knielen, te zitten, daar. Langzaam zakt ze. Drapeert de stof losjes over haar lichaam. Buigt haar hoofd zoals geleerd, zoals gelezen, zoals het voor haar goed voelt. Achter haar staat hij. Buigt voorover. Maakt de vlecht los.

Bloemen vallen op de grond. Als regendruppels om haar heen. Levenloos en zo vol kleur. Ze zucht als ze denkt aan haar wandeling. De ochtend met de eerste zonnestralen die haar begeleidden. Ze plukte een boeket zoals ze altijd deed op bijzondere dagen. Vulde de vaas met de kleuren van het land, de rand van een stadpark of het mooiste van het natuurgebied. Net naar waar zij was, mocht zijn.

Nu lag het hier op de grond. Kwetsbaar. Leer. Zijn schoenen: bruin. Haar voeten: naakt. Een stem zegt dat het ging gebeuren. Nu moest het. Zou ze doen? Zou ze juist reageren? Hij had kunnen slaan. Haar hoofd hard achterover. De natuur vertrapt onder zijn schoenen. Een geseling op ieder denkbare manier. Maar hij knielde. Knielde achter haar en knoopte los.

Verwijderde de laatste grens tussen hem en haar. De laatste grens tussen zijn vingertoppen en haar huid. Schoof over haar schouders. Zijn handen al gretig om haar borsten. Strelend. Het hoofd langs het hare. Zijn lippen kussen zachtjes haar schouder. Proeven haar angst, haar zweet, de mooie geuren die ze op haar lichaam bracht. Sporen van een stil verlangen naar…

Zij draait zich, wil omarmen maar stuwt zich op. Laat zichzelf staan. En hij daar zo kwetsbaar voor haar. Zijn hoofd niet hoger dan waar zij vrouw is en hij man zal zijn. Ze laat hem. Omvat zijn hoofd met haar handen. De vingers zonder ringen. Haar polsen zonder armbanden, haar hals zonder hanger. Dan grijpt zijn hand haar been. Zuigt zijn mond zich vast. Slaan tanden een merkteken in haar dijbeen. Wankelt ze.

Eindelijk wankelt ze. Jammert. Voelt de pijn. Haar handen willen ontwijken, afweren. De angst komt in haar ogen als hij vasthoudt. Vlijmscherpe messen niet dieper gaan maar ook niet los willen komen. Ze had het niet verwacht. Begrijpt de plaats van het merkteken. De binnenkant van haar dijbeen. Geen man zal haar meer beminnen zonder hem te zien.

Haar stem jammert, een traan rolt. Ze smeekt, spreekt. Verkeerde woorden. Onnadenkende woorden. Haar rol verloren. Niet meer die kwetsbare onderdanige vrouw, niet meer de vastberaden mens met het doel voor ogen. Haar geest verlangt naar het witte kleed. De zachte stof tussen hem en haar. Dan begrijpt ze zijn eis en koestert hem. Noem hem bij zijn naam die ze zelf heeft gekozen en hij laat haar.

Vlucht weg naar de wand. Weg van het midden van de kamer. Onmogelijk daar te blijven bij hem. De man met kleren aan en zij! Het contrast zo groot. Haar hand wrijft haar been maar hij pakt haar enkel. Trekt haar naar zich toe. Tilt op en kijkt. Niet naar zijn plek, niet naar zijn merkteken, maar naar haar. Hij kijkt naar waar zij vrouw is. Hij knielt en raakt haar daar. Ze wil niet meer, wil los, vrij, ontkomen, maar hij houdt zijn vingers daar.

Tien vingers en hij gebruikt er twee. Kijkt haar aan en zij ontwijkt hem. Hij fluistert dat ze zelf naar hem toe is gekomen. Vertelt haar dat hij haar al kon ruiken, ver voor zij wist dat deze dag zou komen. Zijn woorden zijn onontkoombaar. Zij realiseert zich dat zij voor het onvermijdelijke koos. Dan sluit ze haar ogen, slaat haar hoofd achterover en voelt dat hij haar raakt.

Met dank aan Mark Knopfler – Sailing to Philadelphia

Advertenties

Over ghduval

Wat hier staat is echt, tenminste toch echt in het hoofd van Duval en kan dus niet gebeurt zijn. Uitschrijven van gedachten niet meer dan een vriendelijk gebaar zodat u mee kunt lezen, verwonderen, afwijzen of omarmen. Deze weblog is het aambeeld waarop wordt gesmeed. De mens in al zijn verschillende vormen het ijzer wat gesmeed wordt. De gedachten en vele kronkels van Duval zijn de hamer die ritmisch neervalt. Nu alleen de warmte nog. Dat bent u, webloglezer (v/m), het is aan u het vuur hoog op te stoken zodat het wonder van de smid te bewonderen valt.
Dit bericht werd geplaatst in oud-vkblog-2007-07. Bookmark de permalink .

17 reacties op Black and Grey

  1. hippocampi zegt:

    oef…
    knap gedaan,
    gr. hippo

  2. koen -drijfveren zegt:

    wow, knap verwoord!

  3. Duval zegt:

    Thank you both!

  4. bieke zegt:

    Met ingehouden adem gelezen.
    De beelden kwamen zo voor de geest

  5. Duval zegt:

    Dank je Kjel.
    Tja bieke… tja, tja, tja…

  6. Gus Bolden zegt:

    Mooi geschreven, heel poëtisch.
    Gus

  7. easywriter zegt:

    Goh. Ben ik even stil van.

  8. jimhasenaar zegt:

    Zo, jij kan lekker schrijven. Ik kom nog eens langs.
    Op mijn blog staat je naam in de titel. Een kleine ode aan je, want je had gelijk.

  9. Duval zegt:

    Hoi Gus! Dank je voor je compliment, maar ik lees ook erg graag bij jou!
    Hallo Easywriter… Mhhh… niet goed?
    Ik zag je ‘ode’ Jim. Leuk als je vaker langskomt!

  10. easy zegt:

    Hoezo niet goed? Stil kan je ook zijn van bewondering hoor. Zelfs ik.

  11. Helena zegt:

    Mooi geschreven..

  12. Duval zegt:

    Easy er zijn vele vormen van stilte, vandaar mijn voorzichtige vraag.
    Dank je Helena

  13. An van den burg zegt:

    @ Duval van het bier, Duval? Maar dat is lekkerrrrrrrrrrrrr. Mooi verhaal, dank je, An.

  14. Duval zegt:

    Nee sorry… niet van het bier. Lees desnoods even één http://www.volkskrantblog.nl/bericht/140108 terug in de reacties.
    Wat het verhaal betreft: graag gedaan 😉

  15. Gingy zegt:

    Niet alleen goed geschreven, maar ook een goede observeerder!

  16. Duval zegt:

    Dank je Gingy

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s