Hoog op de berg

Vandaag heb ik een rustig plekje gezocht. Camera thuis gelaten, oude schoenen aan. De auto in, ver weg. Niet eens zo heel erg ver maar ik moest eruit. Het bonst in mijn kop. Vier mei stond ik er niet. Kan het niet. Het rondkijken, herkennen. Zien of jij er bent, naast hem staan, achter haar. Als één van de eersten langs het monument. De plaatselijke fotograaf die een compositie kiest en jou net meekiekt.

Er staan namen op het monument die ik niet ken. Ik ken de mensen niet. Het zijn helden. Sterven voor het vaderland ken ik niet. Ik ken ook geen mensen die gestorven zijn voor het vaderland, die lieden zijn namelijk allemaal dood. Waar ik wel stil sta is bij het graf. Een paar eenzame graven naast elkaar. Gestorven in dezelfde oorlog op een heel andere dag in een heel ander jaar. Twee of drie mensen die elkaar nooit gekend hebben.

Vandaag heb ik een rustig plekje gezocht. Stil kan niet meer in ons land. Ons mooie land waar vrijheid fel bevochten is. Ons mooie land van polders en dijken, molens en klompen. Van industrie en vinexwijk van onbegrepen bestuurders en geoptimaliseerd individualisme. Dat land, dat land daar houd ik van. Tenminste… als het stil was. Ergens dan. Bereikbaar stil. Dat je niet in de auto moet om stilte te vinden. Pseudo-stilte creëren dankzij luide muziek onder het motto: ‘geen stilte, dan wel mijn eigen geluid’.

Het gedreun klinkt luid. Het is een vliegtuig in de verte, een zware vrachtwagen, een snelle motor of een trekker die maait. Ik kijk niet om maar sluit de ogen. Ik zit hoog, hoog boven het maaiveld. Koos expres een punt ver weg. Hooguit, vrij, uitzicht. Zien wat je zien kan en ik sluit de ogen. Vandaag is het tien mei, een paar dagen voor Pinksteren. Toen nog werken. Geen weekje in een bungalowpark, geen lang weekend in een stad ver weg. Geen nieuwe schutting plaatsen of even raggen met je hogedrukspuit over parelgladde tuintegels.

Toen werkte men en geloofde in God, of niet. Als je niet geloofde zat je in een andere zuil. Mensen langs elkaar. Onmogelijke verschillen, overbrugbaar als de samenleving klein was en mensen afhankelijk. Afhankelijk van elkaar. Ik vraag me af wat die mensen deden die dagen. Het radiobericht, als ik nu schrijf over televisie in die tijd dan is dat erg raar. Het radiobericht, mededelingen van sonoor pratende radiopresentatoren. Feiten brengend die we nu herkennen als oud nieuws.

Duitse troepen de grens overschreden. Een opmars van een enorm, modern en getraind leger. Mensen die wisten dat ze kwamen om te doden. “Piece of cake” zouden de Engelsen zeggen. Ze lieten ons, we waren immers pacifist en slecht bewapend. Strijden met de Nederlanders geen erezaak en bij voorbaat verloren. Een overrompelend geweld als een donderstorm in aantocht. Kropen mensen weg? Kochten ze extra water of brood of wachtte men af? Hier in de regio waar ik woon zijn ze met parachutes naar beneden gekomen. De Duitsers dan.

Ik kan het zo zien, stap op de fiets en wijs je de plek alsof ik er zelf bij was. Dat was ik niet, ik ben te jong. Het geluid is weg. Nieuwe geluiden in een land waar zo lang vrede was. Door mijn gedachten schieten flarden. Het zijn anekdotes van mensen die er niet meer zijn. Hun verhalen over de oorlog. De dingen die gebeurde. Soms werd er aarzelend verteld, soms met vuur in hun ogen. Het zit in mijn hoofd. Ik hoor hun stemmen. Zie beelden van films en oude televisiejournaals. Feiten en fictie ineengevlochten in mijn hoofd.

Ik probeer een beeld te maken van de waanzin van die jaren. Vraag mij af of het slim is om te vechten. De vlucht van regering en de strategie van Generaals. Zouden ze werkelijk gedacht hebben de Duitsers te kunnen weren? Zoveel vragen die geen zin hebben. Zoveel mensen uit die tijd niet meer om mij heen. Het enige wat ik nog hoor is de wind. De wind maakt stemmen. Ze zingen. Het is Duits en gaat over overwinnen. Ik kijk op richting de stad. De stad brand.

Nog lang niet alles, kleine rookpluimen van gevechten, een brandje. Misschien wel een keuken, vlees garend, warme kost voor dappere soldaten. Tien mei was het gisteren. Ik schrijf vandaag, de elfde. Een verhaal op volkskrantblog. Ik zit te hoog. Het is hier te stil. Tien mei is een rare dag. De meeste zijn na vier mei alles vergeten. Twee minuten is het echt, geflankeerd door tientallen oorlogsfilms op die dagen. Tien mei is alles voorbij. Vijf mei nog erg correct met concert, gedicht en samenzang.

Op tien mei moet je niet zeuren. De dagelijkse sleur als een prettige last op je schouders en gaan. Vrij en lachen, lallend door een bestaan. Je consumeert en bekritiseerd de ander. Eist je ruimte en wil er eindelijk echt voor gaan. Ik kan deze dagen niet leven zonder stil te staan. Iedere dag een moment nadenkend bij levens die zijn vergaan. Vrijheid gekrenkt en beknot. Misschien wel een noodzakelijke beknotting om er nu, in die decennia daarna, er zo vol tegenaan te gaan? Ik sluit nog even de ogen. Geniet van de kwetsbare zon en laat mijn gedachten nog even hun eigen wegen inslaan.

Bron afbeelding: Mothership
Verder lezen kan hier over het project brandgrens

Advertenties

Over ghduval

Wat hier staat is echt, tenminste toch echt in het hoofd van Duval en kan dus niet gebeurt zijn. Uitschrijven van gedachten niet meer dan een vriendelijk gebaar zodat u mee kunt lezen, verwonderen, afwijzen of omarmen. Deze weblog is het aambeeld waarop wordt gesmeed. De mens in al zijn verschillende vormen het ijzer wat gesmeed wordt. De gedachten en vele kronkels van Duval zijn de hamer die ritmisch neervalt. Nu alleen de warmte nog. Dat bent u, webloglezer (v/m), het is aan u het vuur hoog op te stoken zodat het wonder van de smid te bewonderen valt.
Dit bericht werd geplaatst in oud-vkblog-2007-05. Bookmark de permalink .

6 reacties op Hoog op de berg

  1. Maria-Dolores zegt:

    mooie tekst… we doen het inderdaad veel te weinig, gewoon ‘zomaar’ nadenken, even stilstaan…

  2. Galadriel zegt:

    stilstaan en niks denken zou vaker kunnen

  3. Alexandra zegt:

    Mooi geschreven. Af een toe een stap terug nemen en nadenken, reflecteren, is inderdaad broodnodig maar gebeurt te weinig! En de zon is ook veel te kwetsbaar momenteel…

  4. Starry Night zegt:

    Heel mooi blogje. Mijn vader weet het nog, zo’n bombardement. Drieëneenhalf was hij. En dat waren trouwens de geallieerden, niet de Duitsers, die een hele woonwijk in puin veranderden. Hij zat met zijn ouders onder de trap en nog hoort hij het gegil van zijn moeder.

  5. Duval zegt:

    @Starry Night: oorlog is zo’n verschrikkelijke waanzin… Maar als ik er over nadenk heeft WOII ook zo een positieve omwenteling gebracht in het leven van mensen. Verschrikkelijk dat er die waanzinnige oorlog voor nodig was…
    Trouwens, bedankt voor je rondje door mijn logje 😉

  6. Starry Night zegt:

    Ik wou daar maar een gewoonte van gaan maken, van dat laatste;-).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s