Rood

Ik kijk naar haar. Het is een lachend, tevreden gezicht. Ik kijk naar haar. Lippen. Volle rode lippen. Rood zonder gestift. Ze straalt een gulzigheid uit. Ik kijk naar haar, haar volle rode lippen. Ze zijn gulzig, gretig. Zuigen je vast of slokken in één keer alles wat ze hebben kan op. Op of wil. Ik denk na over de omschrijving. Ze kan gretig zijn of gulzig, geil misschien of gelukkig. De omschrijving van haar lippen hangt af van de omschrijving van haar persoon in het vervolg van mijn verhaal.

Ik kijk naar haar, haar volle rode lippen. Ze moet geil geweest zijn toen de foto gemaakt werd. Geil als afvalberg van alles wat ook maar enigszins met gevoelens te maken heeft. Je even prettig voelen direct vertalen in geilheid verraad een beperkte geest. Beperkte geest of persoon die in alles genot vind? Ik roep veel meer vragen in mijn hoofd op dan ik in dit tekstje zou moeten doen. Want is geilheid genot? Of dwingt de persoon die jou ziet vanuit een geil kader je automatisch in een hoek waar je niet zijn wilt?

Ik kijk naar haar en ze straalde. Toen de foto gemaakt werd straalde ze. Het was een gewone dag, een ongewoon voorval, ze was er niet eens op gekleed. Er kwam een fotograaf, te laat natuurlijk, een burgemeester en veel collega’s. In een hoekje stond haar vrouw. Ze was lesbisch en gelukkig. Het fototoestel ratelde net als de woorden van de burgemeester. Het werd een speld, het blauw en oranje vloekte bij het geel en rood van haar kleding. Maar trots, zo trots. Dat zei haar vrouw die dicht bij haar kwam maar de fotograaf vond van niet. Beter even alleen, voor de foto, desnoods met de burgemeester. Die desnoods werd het in de krant. Haar lippen rood van geilheid.

Diezelfde dag stapte ik op de fiets. Wat kon er meer gebeuren dan een eenvoudige decoratie. Ze was al goed, ook al zelfingenomen en met ons werk nooit tevreden. We hadden in onze gedeelde woedde wel eens iets gezegd over haar geaardheid en haar volle rode lippen. Er zou een verband zijn, een samenhang. Wij bleven nooit lang boos, ergens zie je vanzelf een vorm van redelijkheid en ach… werk. Werk moet je loslaten. Dus toen mijn kans kwam pletterde ze naar beneden. Die andere, het meisje van twee hoog. Jong en onschuldig. Zestien jaar en hopeloos verliefd. De liefde ging uit en ik zat op kantoor: stafoverleg. Ze sprong en brak haar benen.

Nu is ze achttien en nog even mooi. Ik zou zo verliefd op haar kunnen worden. Ik als oude man, dertig plus en alle fijnzinnigheid verdwenen. Meisjes werden vrouw en vrouwen worden geil. Kijk naar het rood van hun lippen, de manier van kleding, hoe ze bewegen. In alles zie je het en ze wijzen je af. Oude man van dertig plus. Grijze haren, kop vol zorgen. Ver van een lintje, nog lang niet op weg naar een decoratie. Staat dan jouw vrouw? In de coulissen, ver weg te schijnen. Als een verstraler bij het ontbreken van zon. Trotser dan jij ooit kan zijn omdat ze dingen mogelijk maakte die alleen jij zou kunnen bereiken. Of heb je de kop verloren. Gezwicht voor oprechte woorden van een achttienjarige. Iemand die allang verdwenen is en je achterlaat in eenzaamheid en gedachten over de kleur van lippen.

Ik zag haar. Zei haar wat ik droomde. Dat ze zo mooi was dat ik verliefd kon worden, geheid voor de bijl zou gaan. Onder het afdakje stond ze. Samen met haar vriend van twintig jaar. Motor en zwart jack. Stoerheid die mij vol verbijstering in een onmerkbare schaduw liet staan. Ze stond tegen hem aan op een manier waar ik vroeger nog niet eens van kon dromen. De klassieke oudheid is nu echt langzaam aan het vergaan. Even keek ze om en lachte. Zijn handen iets strakker om haar middel. Het zachte, het tere, het kwetsbare. Ze keek hem aan en zoende, liet mij achter in mijn bestaan. Maar even zag ik haar! Haar lippen! Het rood, het volle, de gulzige tevredenheid.

Ik zag haar. De oude vrouw. Ik kon haar leeftijd niet delen want ik wist het niet. Dacht aan factoren: twee, één komma vier of misschien zes. Ouder maar niet minder fel. Alsof ze een kans zag die in haar leven niet meer voor zou komen. De jonge man was erg jong. Jong, jeugdig en zelfs iets verlegen. Zij niet, kende het klappen van de zweep en wist waar het zou eindigen. Ik wilde niet mee; observeren kent beperkingen. Het einde niet voor mij maar van mijn afstand zag ik het rood in haar lippen komen. Het donkere, het gulzige. De lippen iets van elkaar. De heesheid in haar stem. De rillingen op mijn rug. De jongen die wist dat hij niet meer kon ontkomen.

Ik zag haar: de kus als ontlading. Haar armen als klauwen, de jongen geplet. Haar lippen zogen, omarmden, ze had wat ze wilde behouden. De eeuwige jeugdigheid. Het frivole waarmee jonge mensen door het leven zweven. Hier zag ze het en ze herinnerde zich alles. Ik fotografeerde. Een sluiter die sloot. De koele klik vanuit de achtergrond. Beiden wisten dat ik raak geschoten had. Ik keek nog door de lens. Zag haar en drukte nog een keer. Een soort bevestiging dat ik ontdekt was. Mijn hand tikte op de tafel. In gedachte zei ik “buut vrij”. Dat was ik niet. De vrouw bleek een bruut. De lippen al aan het bleken.

Ik zag haar. Iedere stap werd woede sterker. Haar lichaam groter dan het mijne. Ze overviel mij, stond voor, over, sloeg, raakte, camera, een vloek. Ik lag. Ik lag naast een goedkoop plastic terrasstoeltje en zij stond naast mij. Haar woorden waren duidelijk maar ik deed net of ik er niets van begreep. Dat deed ik ook niet. Ik keek naar volle rode lippen. Wees haar op de auto die wegreed. Een jongeman, jeugdig en vol elan. Hij passeerde, de ober kwam dichterbij. Hielp mij overeind en deed haar de rekening. Ik stofte mijn camera, taxeerde de kras op mijn lens. Ze had geraakt, genomen en haar slachtoffer was ontkomen.

Advertenties

Over ghduval

Wat hier staat is echt, tenminste toch echt in het hoofd van Duval en kan dus niet gebeurt zijn. Uitschrijven van gedachten niet meer dan een vriendelijk gebaar zodat u mee kunt lezen, verwonderen, afwijzen of omarmen. Deze weblog is het aambeeld waarop wordt gesmeed. De mens in al zijn verschillende vormen het ijzer wat gesmeed wordt. De gedachten en vele kronkels van Duval zijn de hamer die ritmisch neervalt. Nu alleen de warmte nog. Dat bent u, webloglezer (v/m), het is aan u het vuur hoog op te stoken zodat het wonder van de smid te bewonderen valt.
Dit bericht werd geplaatst in oud-vkblog-2007-04. Bookmark de permalink .

2 reacties op Rood

  1. bieke zegt:

    ik denk dat uw kijken te doordringend was.
    Haar reactie te fel.
    De verbazing voor u des te groter.
    Beiden geraakt, genomen en….verloren?
    Zie u al liggen naast het terrasstoeltje 🙂

  2. jorrit zegt:

    ja Rood moet het zijn

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s