55o


Vijfhondervijftig plaatsen zijn er nog leeg. Geen 448 of 557. Nee, precies 550 plaatsen. Gedreven door mijn besluit terug te keren naar de grote stad rijd ik met mijn auto de parkeergarage in. Ik ben niet wereldvreemd, kwam hier vaker. In deze garage heb ik zelfs een eigen plek; de plaats waar ik altijd sta. Een rij vakken waar er altijd wel één voor mij is. Die rij was vanavond bezet. Een slechter voorteken bestaat er niet.

Ik was goed gemutst, had er zin in. Wilde doen wat ik moest doen en dat was integreren met mijn nieuwe leefomgeving. Je kiest bewust voor de stad, dus ook voor de mensen. Terugtrekken heeft geen zin als je net bezig bent om stappen voorwaarts te maken. Ik moet vooruit! Stilstand is immers achteruitgang. Daar ben ik niet van. Al voelt het betoog in mijn hoofd wat zwak aan. De zenderontvangst van de radio valt namelijk altijd weg in deze garage. Mijn gedachten vullen deze leegte op.

De garage is overzichtelijk. Het is een grote oppervlakte met zeer veel pijlers die het winkelcentrum dragen. Tussen die pijlers zijn vakken gemaakt, alleen de route van de ingang naar het plekje waar ik wil parkeren is een onmogelijke. Ik maak een scherpe draai en kom bijna in aanvaring met een dame. Zij kwam van rechts en ik ben een heer in het verkeer, dus mag zij voorgaan. Ik zie dat het druk is en besluit niet te koersen naar mijn favoriete rij. Vandaag staan wij tweede rang en ik ben er tevreden mee.

Het is even stil. De motor is uitgezet, de lichten ook. Een controlemoment: go or no-go. Ik ben binnen, moet eruit om de parkeergarage te betalen. No-go is geen optie. Ik open de deur resoluut. Bons met het portier tegen de auto naast mij en maak mij uit de voeten. In de verte hoor ik sloten vergrendelen als ik op het knopje van mijn sleutel druk. Dit soort dingen doe ik nooit dichtbij. Dat is gewoonte. Mensen gaan kapot aan ‘gewoonte’.

De trap, een lift is er niet voor mij. Twee liften, vier deuren, slechts één trap omhoog en één naar beneden. Naarboven moet ik! Winkels, kijken, kopen, zien, luisteren naar goedbedoelde maar inhoudsloze adviezen. Ik ben er klaar voor. Laat de laatste trede achter mij en voel de druk van het publiek op mij afkomen. Het is duidelijk: ik ben hier niet alleen. Vaak heb ik nagedacht over de multiculturele samenleving. Het is een woord wat mij niet past.

Hier ben ik als autochtoon in de minderheid. Ik ben wit en wordt nagekeken. Ik ben alleen en man. Hoeveel slechter kan het zijn? Mijn kledingkeuze doet niet mee met de mode en ik loop ook nog middenop. Slenter niet maar baan mij vastberaden een weg. Een donkere jongeman kijkt mij aan alsof hij een mes in mijn ribben wil steken. Ik ben niet bang maar waar vroeger iemand van het Leger des Heils blij met een collectebus stond te schudden staat nu niemand meer.

Tijden veranderen en ik doe mee. Ik had gekozen voor veiligheid. Ver weg is altijd veilig. Nu ben ik terug en hoe! Het is de waanzin van een man die tegen de wind in loopt. Wil rennen door kniehoog water. Je loopt nog, de bewegingen zijn er nog maar je komt geen stap meer vooruit. Alles werd troebel. Alsof ik door koorts bevangen was, zo kwamen de beelden op mij af. Grote gezichten voor mij. Geluiden harder maar onverstaanbaar. Ik moest weg, ergens heen, vluchtte een winkel binnen.

De winkel was klein en behoorde tot één van mijn doelen. Mijn hand schoof in mijn broekzak en ik haalde een zakdoek over mijn voorhoofd. Het moet een raar gezicht zijn geweest. Haren waarschijnlijk in de war, steunend om het poortje met rode lamp en het zweet van mijn gezicht vegend. Ik stoor mij er niet meer aan. Ik houd vast aan mijn cultuur, misschien wel tegen beter weten in. Het voelde als onaangepast en niemand van het personeel kwam op mij af.

Gelukkig! Ik wilde bijkomen en niet kopen. Keek aandachtig naar het duurste model maar niemand reageerde. Alsof er boven de ingang een groot scherm hangt waarop men ziet hoeveel je kan besteden. Zo moet het zijn. Mijn saldo laag of hun targets al gehaald. Misschien was ik wel op het verkeerde moment en heet dat ‘pauze’. Ik weet het niet. Enigszins bijgekomen verliet ik teleurgesteld de winkel: nog niets gekocht.

Ik moest verder. Liep oude routes en noemde dat vroeger een rondje. Het beste rondje langs alles wat mij interesseerde. Winkels die vroeger vol stonden met publiek waren leeg. Sommigen ook verdwenen en vervangen door eettentjes. Mensen kopen niet; mensen eten, vooral veel. Ik had mijn eten op: aardappels met jus en kon de verleiding weerstaan. Deed nog één keer een winkel van toen en kon er mijn draai niet vinden.

Weer eruit, verder. Het lukte niet. De mensen kwamen van alle kanten. Het zweet brak mij nu echt uit. Ik snelde terug naar waar ik vandaan kwam. Terug naar het begin! De trap niet zacht maar verraderlijk hard. Ik was ontkomen aan de mensen maar nu moest dit nog. Van beneden keek een vrouw op. Liever zo dan andersom. Ik had het helemaal gehad en wist mij geen houding te geven. Liep naar boven en zag haar kont. Ik kon niet ontkomen.

Haar man hield de deur voor mij open, ik moest er wel achteraan. Zij liep omhoog, ik volgde. Het was mijn doel. Hij zag zijn fout, haalde mij in, streelde haar billen en noemde haar ‘zijn lekkere ding’. Alsof ik niet begrepen had dat zij van hem was. De kinderen die er omheen zeurden bij hun twee hoorden. Ik wist dat wel maar ik was alleen. Natuurlijk had die man bij mij ook een vrouw verwacht of tenminste twee kinderen die trouw hun vader volgden.

Ik wilde het zeggen, roepen: “Ik ben Duval, van de volkskrantblog!”. Maar toen bestond ik nog niet. Was ik elders en wreed en onaangepast. Hijgend kwam ik aan bij de betaalautomaat. Twee mensen voor mij. Vanuit mijn ooghoek kon ik zien dat mijn auto was blijven staan. Nooit nadrukkelijk kijken. Mensen zien dan welke auto bij jou hoort. Het gevaar van een knuppel in je nek en auto kwijt wilde ik voorkomen.

Waar ik vroeger het bedrag in guldens betaalden moest nu dezelfde hoeveelheid aan euro’s erin. Daardoor besefte ik zelf dat ik niet was aangepast. Ik vroeg nog een reçu dat niet kwam. Sloeg hard op de automaat en hoorde via een speaker een stem. Schuldbewust sloop ik naar mijn auto. Toen ik zat heb ik even gewacht. Overdacht wat mij was overkomen. Blijkbaar is de wereld veranderd of ben ik niet meer wie ik ben. Hoe dan ook moet ik eruit. Ik moet verder. Nu ben ik in de grote stad.

Vandaag ga ik niet meer naar buiten. Misschien morgen of overmorgen, eerst maar eens kijken wat er vanavond op tv komt. 

Bron afbeelding: gemaakt door G.H. Duval
Verder lezen? schietpartij zuidplein

Advertenties

Over ghduval

Wat hier staat is echt, tenminste toch echt in het hoofd van Duval en kan dus niet gebeurt zijn. Uitschrijven van gedachten niet meer dan een vriendelijk gebaar zodat u mee kunt lezen, verwonderen, afwijzen of omarmen. Deze weblog is het aambeeld waarop wordt gesmeed. De mens in al zijn verschillende vormen het ijzer wat gesmeed wordt. De gedachten en vele kronkels van Duval zijn de hamer die ritmisch neervalt. Nu alleen de warmte nog. Dat bent u, webloglezer (v/m), het is aan u het vuur hoog op te stoken zodat het wonder van de smid te bewonderen valt.
Dit bericht werd geplaatst in oud-vkblog-2007-03. Bookmark de permalink .

Een reactie op 55o

  1. Morgaine zegt:

    Duval, van het volkskrantblog. Ha! Een magische zin, die deuren hoort te openen, mits op de juiste manier uitgesproken, als een mantra, een golf van klank…;)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s