Sinterklaas

Duval

Als groot kunstenaar had hij het ver gebracht. Jong ontdekt, de juiste opleiding gedaan, met een duw in de rug bekend bij vooraanstaande galeriehouders. Hij loopt rond in zijn studio. Wit, schoon en de ramen geblindeerd. Het blinderen is een druk op de knop. De zon kan weg, de zon kan mat op het oppervlak en als de ramen gezeemd zijn mag de zon ook weleens puur natuur naar binnen schijnen. Het lopen is een banen. De stevige stappen door drift voortgejaagd.

Er wacht een foto project. “Fotografie is geen kunst” hoorde hij ooit op een kunstacademie. Een hbo opleiding zonder eisen, alleen dat je creatief bent. Dat werd bewezen met knutselwerk van de middelbare school en een workshop bij een groot kunstenaar. Het was niet moeilijk een groot kunstenaar te vinden. Alles wat de academie goed vond was gelinkt via de site van de academie en na drie keer klikken werd er wel een workshop gevonden.

Hij koos de goedkoopste, maar wel één in het buitenland. Daar leerde de jongeling wijn drinken en alles over vaag glimlachende vrouwen van middelbare leeftijd. Hij kwam met drie werken thuis, was productief geweest en slaagde zo voor de intake van de academie. “Godverdomme” brieste hij en imponeerde zo het meisje dat naakt in het instellicht van de flitslampen stond. De tijd van seks met het model was voor hem al lang voorbij. Hij was immers groot en beroemd en vandaag stond zijn hoofd er al helemaal niet naar.

Niemand mocht hem oud noemen. Wijs wel, veelwetend. Dan was zijn glimlach er. En zo rond deze tijd ging zijn hand dan strelend door een denkbeeldige baard. Het is bijna december en hoewel de zon er volop was wilde hij die niet in zijn studio. Bij de overgang van herfst naar winter, van november naar december, hoorde de wind door de bomen, het gure, de slagregens. Er werd geflitst en een stagiair maakte een foto. Hij ontstak in woedde. Niet de stagiair, niet het manusje van alles, niet de homo die in stille aanbidding de kunstenaar volgde in alles wat hij deed. Nee, het was de kunstenaar zelf.

Hij tierde, was woest, vloekte en wilde alleen maar uitleggen dat het nog niet goed was. Hij liep weg. “Ik ga pissen” riep hij nog en verdween achter een deur. De enige vrouw die we hier echt bij naam zullen noemen was Babette. Babette was zijn assistent. Ze wilde het niet op haar kaartje, zeker niet “personal assistant” en daarom noemde hij haar altijd zijn PA. Ze wist wel beter als ze de rekeningen aan het einde van de maand betaalde, de schoonmaakster instrueerde en na wederom een dramatisch verlopen fotosessie uiteindelijk als laatste de deur op slot draaide.

Ze was zijn alles. Zijn geheugen en zijn gedachten. Kunstenaars zijn voorspelbare mensen maar lopen een ander ritme dan de rest. Babette kende zijn ritme en wist wat hem dwars zat. Ze vroeg het model om zich nog niet aan te kleden. Schikte wat decorstukken en stelde haar met wat vriendelijke woorden op haar gemak. Aan de stagiair vroeg ze om wat technische instellingen te controleren en de homo stuurde ze weg. Niet voor vis of puddingbroodjes maar om dubbelzijdig plakband van merk X van de bouwmarkt ruim een kwartier hier vandaan. Ze wist dat het dubbelzijdige plakband daar niet meer op voorraad is.

Uiteindelijk kwam de groot kunstenaar terug met de spetters op zijn broek. Hij had geplast, dat was duidelijk. Het model rilde en haar pose verstarde. “Denk aan de zee” fluisterde Babette. De groot kunstenaar nam plaats achter de camera. We zagen de stagiair wegvluchten. De kunstenaar leek rustiger nu. “Denk aan de zee” sprak hij luid terwijl hij enkele instellingen van de camera controleerde. Het meisje dacht aan de zee, er volgde een flits en Babette en de kunstenaar keken samen naar het scherm van de laptop. Toen de stagiair aanschoof schudde Babette “nee” en voorkwam zo een nieuwe uitbraak van woede.

De kunstenaar liep terug naar de camera en vertelde het meisje dat het creatief proces een worsteling is waarbij conflicten in je hoofd vaak hoog oplopen. Daarna noemde hij haar het mooiste meisje dat hij ooit had ontmoet. Vervolgens noemde hij een andere pose, ze draaide en hij flitste. Hij werd vriendelijker en noemde haar een natuur talent. Er kwam een blos op haar wangen precies op het moment dat hij het verwachtte. Hij flitste en had zijn instellingen zo dat het zachtroze op haar wangen in het beeld was gebleven.

Babette knikte, dit was goed. De stagiair keek vanaf een afstandje. Hij begreep er niets van en de kunstenaar wist dat Babette hem dat allemaal echt ging uitleggen. Hijzelf had er de tijd niet voor. Hij zou druk zijn met van alles al wist hij nu niet wat. Toen de deur openging draaide hij zich woest om. Hij vloekte, tierde, keek naar de homo en zijn rol plakband in de hand. “Die is niet goed” zei Babette in het kleine ogenblik dat de grote kunstenaar stil was. Beteuterd keek de homo naar het dubbelzijdige plakband.

Hij stampvoette, kreeg tranen in zijn ogen en noemde alles de schuld van die kut Sinterklaas. De kunstenaar stuurde hem weg en vroeg hem twee dagen niet te komen. Daarop draaide hij om, de kunstenaar naar de camera, de homo terug naar de deur. Hij liet de rol dubbelzijdige tape achter op de kast naast de deur. De kunstenaar sprak rustig, keek eerst heel even op naar het naakte meisje. “Het is niet de schuld van Sinterklaas, maar alles komt door Zwarte Piet”. Dat zei hij om vervolgens op te gaan in zijn werk.

Beeld na beeld maakte hij maar niets zou die ene opname met het roze op haar wangen evenaren. Toen hij het genoeg vond mocht het meisje haar kleren weer aan en zorgde Babette voor een verse pot koffie. De stagiair kreeg een rij nummers opgenoemd van afbeeldingen die hij mocht afdrukken. Vellen A4 papier kwamen uit de printer, met de nieuwe rol dubbelzijdig tape werden ze opgeplakt. Het was een lange rij van naakte onschuld. Precies de titel van deze serie. Sommigen waren perfect, andere vroegen nog een kleine nabewerking.

Met zwarte viltstift gaf de kunstenaar de uitsnedes aan. Babette knikte, rekende ondertussen wat deze serie op zou gaan leveren en omhelsde de kunstenaar en noemde het een succesvolle dag. Toen trokken zij zich terug. Het hele gezelschap inclusief de homo die toch schoorvoetend weer binnengekomen was en stil in een hoek had plaatsgenomen. De sofa die soms dienst deed als een divan, de bank, de stoel die half vergaan was, een plank op twee lege bierkratten een prima tafel. De grote kunstenaar bleef staan.

Babette keek op. “Het is die Sint die je dwars zit he” zei ze zachtjes. Hij knikte. “Laat het gaan…” fluisterde ze zacht. Maar de groot kunstenaar voelde de warme baard tegen zijn wangen en zijn hand maakte de grip stevig om de staf. Hij drukte zijn beker kapot en morste. Het gaf niet, zijn broek was toch al vies. Hij keek naar de homo. Een perfecte piet, een groot kunstenaar met zijn ballen en het net. Babette die de allerbeste hoofdpiet was die hij zich ooit kon wensen. En dan was er altijd wel een stagiair die met enige druk graag meedeed maar er altijd even in moest komen.

Hij had gekozen voor zwart. Dit tegenover een commissie van het gemeentebestuur verdedigd. Ze hadden hem dingen tegen geworpen. De schoonheid van kleur genoemd en alleen één essentiële roetveeg als noodzakelijk geacht. De grote kunstenaar zou zijn opgestaan en een vurig betoog hebben gehouden. Dat alleen hij van kleur weet, zijn vak cultuur is en zijn voelsprieten in alle lagen van de samenleving heeft. Hij noemde zijn reis naar Afrika als bewijs, zijn succesvolle carrière als ondersteuning van zijn kennis over kleur.

Uiteindelijk was hij in de val getrapt. Het belang van de slager was groter. Die wilde wel met roetveegpieten door de winkelstraat. Er zou voor de slagerij een moment zijn met muziek. Daar zouden ook foto’s worden gemaakt. De kunstenaar had het niet doorzien. Hij was ook zonder Babette naar het gemeentebestuur gekomen. Nu hij alles wist begreep hij het wel. Slagers weten immers alles van vieze vegen. Maar dat hij het juist allemaal via zijn manusje van alles moest horen!

Het model van die dag zei zachtjes dat het tijd was om te gaan. De stagiair wilde haar wel achterop zijn fiets naar het station brengen. De homo noemde het een mooie tijd maar zei dat alles nu eenmaal veranderde. Niemand reageerde. Het meisje en de jongen liepen de ruimte uit en werden gegroet. Babette zuchtte. Ze stelde voor om tijdens de intocht gewoon iets anders leuks te doen. Even noemde ze bowlen, een brunch. De grote kunstenaar zuchtte en schudde. Zachtjes glipte er uit zijn mond dat het zwart hoort te zijn.

Babette knikte en de homo stond op. “De schoonmaakster komt zo” zei Babette nog, maar de kunstenaar kon het niet horen. Hij was opgesloten in veel gedachten die zijn creativiteit beperkte. “Het is beter om te gaan” zei de homo tegen Babette. Ze knikte, maar keek niet om. De grote kunstenaar begreep dat het tij ging keren. Zijn tijd als Sinterklaas was voorbij gegaan. Het gemak waarmee hij jonge meisjes kon begeren was niet meer hier. Hij keek naar beneden en zag de vele vlekken in zijn broek. “Roetveegpiet” sprak hij tegen zichzelf, “bah!”

Geplaatst in Duval, Persoonlijk, Samen leven | Een reactie plaatsen

Gerhard Braun

gerhard-braun

Mijn vaatwasser maakt een ritmisch geluid. Het is de combinatie van twee lettergrepen gevolgd door één. Omdat het een moment op de dag is dat er weinig is te doen luisterde ik gedachteloos. Mijn vinger gleed over het scherm en zo speelde ik een spelletje met dezelfde gedachteloosheid. Eigenlijk was het ritme van twee-één meer in mijn gedachten dan de rest en al snel kwam de naam in mij op: Gerhard Braun. Ik kende de man niet, niemand in mijn vriendenkring, geen enkele bekende met die naam.

In onze tijd weten wij alles. Geen encyclopedie meer in de bijpassende kast. Ik google dus ik besta, al heb ik mijzelf nog niet teruggevonden daar. Dat is op zich knap maar je verlangt als echt bestaand mens toch wel eens naar wat anders. Dat je daar als eerste hit opkomt, een fan page hebt en mensen je stilletjes aanbidden. Al hoop je sommige dingen ook weer niet, maar dat vraagt even nadenken en dit is een gedachteloos moment. Ik zocht in Google en voegde aan de zoekterm ook het woord “Wikipedia” toe. Dat zou de betrouwbaarheid van het antwoord zeker ten goede komen.

Mijn eerste hit was inderdaad een Wikipedia pagina. Dat is mooi, vaak krijg je dan veel te lezen en in ieder geval wat links onderaan de pagina. Wikipedia had geen hits voor Gerhard Braun. Ik was teleurgesteld maar vond in het tweede en derde zoekresultaat van Google al snel het juiste. Althans, een resultaat. Iets wat zou verwijzen naar een mens en de toevoeging “Holz”. Dat is hout, en Braun is bruin in het Duits en ik ben niet gek. Zoiets, het is alsof je wakker wordt en je gaat beseffen wat je in je gedachteloze momenten hebt gedaan. Eigenlijk niets, wel actief maar niet doelgericht. Bewegend like humans do but not actually humanoid.

Soms zijn we als robots. Doen we de taken zonder er bij na te denken. Zoals het ruggenmerg dingen doet die de hersenen niet hoeven te weten. Ons vertrouwen in Wikipedia nu zorgt dat we straks iedere handeling van een automatisch systeem als juist zien. Tenzij het overduidelijk fout is. Een kruising met stoplichten waar alle lichten groen zijn is overduidelijk fout. Om daarna direct toe te voegen dat er een grote kans is dat deze fout veroorzaakt is door menselijk ingrijpen. Zo duwen we ons terug naar de juistheid van systemen. Systemen die nu nog zorgvuldig zijn ontworpen en getoetst door nadenkende mensen, maar straks volledig autonoom zullen worden ontworpen, geïnstalleerd en geïmplementeerd.

Zo gaat dat in de nieuwe wereld en ik vond, dankzij een ritmisch geluid van mijn vaatwasser, de man Gerhard Braun. Gerhard was geen fascist, deed niets fout in de eerste- of tweede wereldoorlog. Ik vond het enige opmerkelijke en dat was dat hij hout sneed. Dat deed Gerhard goed en zo op de overgang van het ene jaar op het andere leefde hij in een klein dorpje in een vruchtbaar dal. Zelf had hij een huisje wat hoger op de berg. Met stromend water uit de beek, hout voor een warm vuur uit het bos en de liefde van de mensen uit het dorp. Gerhard was niet helemaal goed maar één ding kon hij wel en dat was snijden. In het dorpsmuseum naast het dorpscafé was er nog steeds een vitrine met zijn werk en een papier dat verwees naar een hertenkop op een gebouw naast het plein.

De mensen kenden hem, gaven soms wat te eten en in de zomer moest hij meewerken op het land. Daar was geen dwang voor nodig, het was gewoon zo en het was goed. Dan kreeg hij wat geld, brood en op zaterdagavond deelde hij mee bij een nieuwe ronde bier. Iedereen kende Gerhard en Gerhard hoorde erbij. Natuurlijk hielp het enorm dat hij iedere zondag niet een plek op de eerste rij innam maar in alle bescheidenheid een plek koos meer achterin en tegelijk toch die route liep zodat iedereen hem kon zien. Hoeveel barmhartige Samaritanen passen er in één Zuid-Duitse kerk?

Zijn zoon, die ook Gerhard Braun zou heten, had een ander leven gekregen. De eerste Gerhard was los gegaan. Het was na een periode van kou en regen dat de zon weer kwam. Hij wilde niet naar het land en trok in de avond over de berg. In het andere dorp had hij gewacht, diep verscholen in het hooi. Om zijn tijd te doden was hij gaan snijden. De simpele tak werd ontkleed en toonde zo de vormen van een prachtige jonge vrouw. Gerhard had immers niets te doen en het voelde even of hij nu daar was waar hij niet hoefde te leven van goedheid en wijze raad, maar simpelweg zelf kon beslissen.

Toen hij haar hoorde was hij naar beneden gegaan. Zij was druk met de koeien en emmers vol melk. Hij stond daar als onbekende man met zijn mes in de hand en zijn mond vol tanden. Ze lachten naar elkaar. Zij de lach van angst, hij de glimlach van een gretig mens. Hij is weggegaan. Langs de koeien, de deur door, naar een andere stal, hetzelfde hooi en een lange nacht om te slapen. Het meisje wist dat dit haar voorbestemde avond was. Hoe vaak had ze de pastoor gevraagd om ook voor haar een liefde te regelen. Maar de weinige jongens in haar dorp waren bezet, het dorp verderop was een slechte keuze en volgens de pastoor was berusten ook niet slecht.

Ze was geschrokken van de onbekende man. Toch verlangde ze de volgende avond weer naar zijn bezoek. Hij kwam niet, die avond was hij druk. Nu hij eindelijk zelf kon beschikken over zijn leven koos hij ervoor dat het snijwerk af moest. Hij groef zich in, in het hooi. Vond een plek waar het maanlicht in al zijn felheid door een kier kon komen en werkte zo met liefde aan een vorm die hij steeds meer begon te begeren. Uiteindelijk was het af en dat was vroeg in de ochtend. Niet moe, niet slaperig, bijna gedachteloos zonder alles te kunnen weten, strompelde hij naar de beek en waste zijn gezicht en dronk het koude water.

Daar zag ze hem weer. Haar hart riep: ‘Halleluja’ en de angst leek langzaam iets te zijn verdwenen. Hij zag haar niet en zij liep door. Het duurde drie dagen voor ze elkaar weer zagen. Ze lonkte hem en hij volgde haar. Toen ging hij voor haar de trap op naar het hooi. Hij wees haar zijn plek maar kon geen woorden maken. Zijn armen gebaarde en zijn duim streelde liefdevol zijn houtsnijwerk. Dat begreep ze en omarmde hem als opening naar een nieuwe ruimte met vrijheid, liefde en de kracht van samen delen. Daar bleef hij, lui dromend tot de volgende dag. De dag waarop zij weg was omdat koeien gaan loeien als ze moeten wachten en dorpelingen bezorgd gaan zoeken als hij er niet is.

Dus liet hij zijn houtsnijwerk achter en vluchtte terug de berg over. Terug naar het boerenland, de beek van het dorp en de zondagse preek van de pastoor. Hij wist de dagen niet meer en toen er ’s avond niemand was bij het dorpscafé om bier te drinken hoorde hij dat het maandag was. Maandag en hij was gemist. Hij knikte zonder een woord te zeggen en trok terug naar zijn huisje, ging naar bed en haakte de andere morgen aan bij het ritme van gedachteloosheid en onwetendheid wat bij deze kleine dorpjes hoorde. Iedereen deed wat ze deden en wat ze deden deden ze goed. Hij werkte, sneed en waste zich in het water van de beek. De zondag kwam en iedereen zag hem weer. In de stilte van de kerk slaakte iemand een zucht en het was goed.

Het zijn de opmerkelijke verhalen die je vind als je verder klikt. Google toestaat zijn ding te doen en verder kijkt dan wat Wikipedia je voorschotelt. Alsof het wijzen uit een dorp zijn. De mannen en vrouwen die de leeftijd hebben om alles gezien te hebben wat jij nog zult gaan meemaken. Die herinneringen hebben en de verhalen kennen van de ouden uit hun tijd. In een weinig veranderende wereld is dat genoeg. Wie deze wereld snel en jachtig noemt komt bedrogen uit als je terugblikt met Google en Wikipedia. Ze kennen de verhalen en vertellen je over de oude werkelijkheid en dwaze acties die komen en gaan en weer zullen komen. Het is allemaal niet zo nieuw als je jezelf zou wensen. Een nieuwe ervaring voor jou is een oude van anderen. Schuld kan worden voorkomen en lasten moeten simpelweg worden gedragen.

Zoals je begrijpt werd het kind geboren. Ik vond na lang zoeken een tweede Gerhard Braun. Het talent van de jonge jongen met een mes en wat hout was opvallend. Er zijn mensen die reizen van dorp naar dorp en niets zien. Een kerktoren, een dorpscafé, soms een klein dorpsmuseum, de straten die uitkomen op een plein. De akkers en graslanden er omheen, de huizen dichtbij en enkele huizen wat verder af. Tot er iemand content toevoegt aan het internet. Een pagina met feiten of een mooi verhaal. Dan vind Google meer en zijn er kiemen voor een nieuwe pagina op Wikipedia. Het was, zoals we vandaag zullen zeggen, een traveling sales man.

De man verkocht messen en kende Gerhard Braun. Altijd zocht hij hem op, toonde zijn waar. Gerhard schudde en liet hem zijn mes zien. Keurig scherp geslepen, het heft toonde de plek waar zijn duim kracht zette. Ooit kocht een boer een nieuw mes voor hem. We weten niet of hij het ooit gebruikte. Daar ging het de verkoper ook niet om. Iedere ontmoeting gaf een kans om het prachtige snijwerk van Gerhard te bewonderen. En terwijl hij gedachteloos staarde mompelde hij over het kind aan de andere kant van de berg. Hij had de jongen gezien en zijn naam genoemd: Gerhard Braun. Dat hij net zo sneed als die ene man. De vrouw naast de jongen had hem weg willen jagen.

Haar eerste reactie was angst. Tegelijk begreep ze dat de traveling sales man niet lang zou blijven, hij was immers verkoper. Ze had haar schroom overwonnen en hem uitgehoord. Zo wist ze waar hij woonde, wat hij deed en hoe lang hij was. Dat hij zelden sprak en als hij wat zou zeggen niemand zou luisteren. Het kind was gek, althans niet zo slim als de anderen. Rekenen lukte niet en het natekenen van de letters op het bord lukte perfect, maar het zelf maken van woorden eigenlijk niet. Ze had vaak gezucht en met een glimlach teruggedacht aan die ene nacht in het warme hooi. Ze was trots op haar zoon en zijn talent, ze hield van zijn onhandigheid en trotseerde de opgelegde schaamte van haar dorp over het alleen zijn zonder man.

Gerhard Braun de tweede werd niet omringd door de dorpsgenoten. Zijn moeder was te eigenwijs en voldeed niet aan de norm. Een tekort aan mannen zorgde dat ze zelfs niet schaamtevol met het kind in haar armen toch zou kunnen trouwen. Dus leefde ze aan de rand. De nieuwe tijd eiste Gerhard Braun op en plaatste hem in een tehuis in de stad. Zijn mes werd hem ontnomen om gevaarlijke situaties te voorkomen. Zijn vader stierf op het land. Geplet en weggedragen. Een ernstig ongeluk wat hij niet overleefde. De dorpelingen hebben hem eervol begraven direct in de nabijheid van hun kerk. Zijn huisje werd overgenomen door een ander. Een man die niet zo goed snijden kon maar wel wilde helpen op het land als dat nodig is.

De tweede werd gek, gek verklaard en opgeborgen. Het gaf zijn moeder een nieuw ritme. Het ritme van één keer per maand de reis met de trein naar de stad. Ze zag de wereld veranderen en de dorpen groeien. Houtsnijden was geen ambacht meer en met Wikipedia en Google werd het antwoord op iedere vraag gevonden. Met verbazing staarde ze naar de machine die voor haar de afwas deed en ze hoorde dat zij als huishoudelijke hulp niet meer nodig was. Het maakte een ritme. Twee keer, één keer. Eigenlijk had ze hem Joachim genoemd. Drie lettergrepen. Maar ze wist dat hij Gerhard heette, Gerhard Braun, net zoals die vaatwasmachine het haar in duidelijke woorden vertelde. Ze googelt niet, kent geen Wikipedia. Ze zucht en berust.

 

Geplaatst in Duval, Samen leven, Uncategorized | Een reactie plaatsen

Dag buurman!

Dag buurman!

Dag buurman, buurvrouw. Ik kom toch niet ongelegen? U moet weten, nou ja. Ik uhh. Laat ik u beiden eerst welkom heten in onze straat. Mijn vrouw en ik, begrijpt u. Wij wonen hier al vele jaren met veel plezier.

We knikken beiden.

Kijk, het zit namelijk zo. Mijn vrouw. De vorige buren, Tilly en Wim. Wij hebben altijd prettig naast elkaar gewoond.

De man haalt adem, wij kijken hem beiden aan.

U moet mij niet verkeerd begrijpen. Maar snapt u. Mijn vrouw he. Zij heeft ernstig last van haar luchtwegen. Het is een grote zorg voor mij en ook Tilly en Wim deelden die zorg. En nu zagen wij onlangs. Ik denk ook aan het brandgevaar he.

We wachten op zijn conclusie.

Vooral met Wim had ik een fijn contact. Zo eens in de maand troffen we elkaar, bij toeval, hier aan de voorzijde van de woningen. Ik moet u zeggen dat wij erg genieten van onze woning. We zijn destijds verliefd geworden op het karakteristieke uiterlijk en de bijzonder prettige indeling. Wim vond dat ook.

We begrijpen hem en vergeten instemmend te knikken.

De tuin is heerlijk. Hij bied veel privacy. U zult merken dat u van ons geen merkbare last zal hebben. De kinderen komen alleen met verjaardagen en die van mijn vrouw en mij vallen beide in de winter. We vieren het al jaren samen en eigenlijk komt er niemand meer. U moet weten mijn vrouw he… Alleen Tilly en Wim zijn ons nooit vergeten.

Eigenlijk zouden we nu zuchten. Dat doen we niet.

Maar zoals u begrijpt. We zagen u beiden roken in de tuin. Meerdere malen zelfs. Dat levert mijn vrouw veel last. De rook verdraagt ze niet. Het is voor haar echt een grote last. Ik weet zeker dat u hier, net als wij, met veel plezier zult wonen. Maar ik wil u toch met klem vragen. Begrijpt u?

We glimlachen. Natuurlijk buurman. U bent welkom. Er is altijd wel een sigaret of twee, drie over in een pakje. U loopt maar voorbij.

De man glimlacht. Geeft een hand. Dankt ons voor het begrip. Hij keert om. Weg van Tilly en Wim, terug naar zijn vrouw. Alles weer goed, niets veranderd.

Duval verhuist van anti-kraak naar regulier. Van lekker lui en los naar poep-sjiek. Naar een wijkje waar het groen tussen de tegels al bespoten is voor het op kan komen. Schuttingen van één meter tachtig de grens tussen kavels aangeven. En ieder rustig verder leeft en we angstig zijn of ons geluid dat van de buren raakt. Want de mensen wonen daar rustig en fijn.

Zo willen wij ook… Rustig en fijn. Gedonder opgelost. Weer volop tijd om te schrijven, mooie dingen te doen en zorgeloos verder te leven. Komen er ooit nieuwe buren, zijn we bang dat plots alles anders. Dan weet ik zeker dat er wel een buurman is die vraagt, zorgt, zoals het hier altijd is, altijd was en de mensen een beetje bang vrolijk en tevreden verder leven.

Geplaatst in Buren, Duval, Persoonlijk, Samen leven, Samenwonen, Uncategorized, Verhuizen | Een reactie plaatsen

Heaven

Heaven

Vanochtend werd ik wakker door een zachtjes zingend koor. Ik verwachtte de zon, maar het had geregend. Eigenlijk moest ik gewoon blij zijn dat ze heel zachtjes zongen. Maar net wakker he… Je hoort niet eens wat ze zingen, maar draait je nog één keer om. En nog een keer, wacht op de zon die je uit bed brand, dat is immers wat je verwachtte. Eigenlijk kende ik het nummer wel, in een heel andere uitvoering. Man met microfoon, zo wil ik niet wakker worden.

Als ik je vertel over mijn ultieme vorm van wakker worden dan is het in de armen van, of omringd door vele. Noem mij maar maf, maar als het over dromen gaat mag ik toch schrijven wat ik droomde. Niet vannacht. Al mijn dromen van deze nacht zijn verdwenen. Gekomen en gegaan, misschien onbewust iets in mijn gedachten achtergelaten. Gewoon voor een to do lijstje, of een opmerking later deze dag dat ik dit toch al gezien of meegemaakt had.

Dromen, wie droomt er niet van heaven. De veilige haven. Noem het droomland. ‘Daar waar geen leed kan bestaan.’ Maar een beetje tegenslag. Het diepe dal dat achteraf natuurlijk maar een glooiing in het landschap is. Heerlijk toch om er weer bovenop te kruipen, helemaal weer jezelf, in control. Lekker, als het over mooie dromen gaat vraag ik je niet waar jij wakker van ligt. Als ik zou moeten bekennen dan lag ik wakker van het hemelse koor, de zuivere stemmen en dan ook nog zo heerlijk zachtjes zingend zodat ik niet met een bonkende hoofdpijn deze dag zou beginnen.

In mooi Engels zongen ze dat je niet altijd kan krijgen wat je verlangt, maar dat je vind wat je nodig hebt. Ik lag er op mijn rug in bed nog eens over na te denken. Dan moet je wel je best doen. De opgeruimde kamer kwam alleen door mijn inzet. Ik was er blij mee. De orde bracht dingen terug die mij anders een fikse zoektocht hadden opgeleverd. Ik rolde om. Samen wakker worden is fijn. In bed één van de prettigste plekken, zo in haar armen overigens bijna overal. Als ik dan mag wensen dan wel met zo een koor op vingerknipafstand.

Vandaag het koor, gisteren de chicks met gitaar. Ik keek gulzig, we mogen allemaal dromen toch en als het fysiek voor je staat moet je dan je hoofd afwenden? Die met de grote borsten, of die ene met die strakke kont. Wat dat betreft was gisteren een prima middag. De allereerste topper die ik zag was blond met hele grote blauwe ogen, perfecte make-up en haar kont in een prachtige strakke spijkerbroek. Wat dat betreft ga ik wel voor de ultieme top. You can’t always get what you want, maar ik mag er toch wel van dromen en als het voor mij staat…

Haar vriend had een spiegelende zonnebril. De man was gespierd en op zijn armen waren poppetjes getekend die een bepaalde status moesten benadrukken. Voor sommigen ligt de inhoud aan de buitenkant, maar heej: you can’t always get what you… Dus rookten we een sigaret en zaten even tevreden naast elkaar. Daarna vonden we een ijsje of een kop koffie noodzakelijk. We deden beiden. Het lag binnen ons bereik. Vlakbij stelde een band zich op. En ondanks dat ik net beschreef dat de meiden die de band vormden aantrekkelijk waren, ging mijn aandacht toch uit naar de mannen.

De blanke man had de leiding. Hij stuurde vooral de andere blanken aan. Was je getint dan luisterde je van een afstandje. Vanaf zijn iPod las hij op wat er moest gebeuren. Dat later op de middag de vrolijke popmuziek met evangelische teksten onderbroken zou worden,  door slecht toneelspel over goed en kwaad, uitgevoerd door verklede blanke mannen hoef ik je niet te vertellen. Want heej: you can’t always… Overigens had ik veel meer interesse in de mannen dan de vrouwen. Vooraf, toen nog niet alles stond wilde ze allemaal hun rondje op het drumstel. Waanzinnig hoe dat kan swingen, bizar hoe beperkt het wordt door samenspel. Al deed het meisje, dat tijdens het concert de drums bespeelde, natuurlijk vooral wat gevraagd en verwacht werd.

De mannen deelden tijdens het concert flyers, filmden met stramme arm en telefoon de belangrijkste nummers. Het optreden was vooraf al een succes. De meisjes zongen en de dominee uit Engeland zou de komende dagen met een gastoptreden het Pinksterfeest volmaakt maken. Want was je in nood, je relatie bijna kapot, de drank iets waar je mee wakker werd zoals ik morgen naar mijn koor zou verlangen? Dan, ja dan was deze groep je redding. Ik schud mijn hoofd niet meer bij die teksten. Ja, goed, ik swingde. Mijn voeten gingen op en neer en mijn hoofd deed wat raar. But hey: you can’t always get what you want. Want de muziek was best goed en ik kreeg het zonder inspanning.

We realiseerden ons dat het de dag voor Pinksteren was. Een groot feest. Och ja, natuurlijk hebben we de kerst als opperfestijn, natuurlijk. Maar dat is vooral gezellig en gekaapt door de commercie. Pasen gaat ook al bijna ten onder aan deze piraterij. Een aanval van terroristen met dubieuze beweegredenen op dat wat mooi en zuiver is. Pinksteren is één van die dingen die nog echt zuiver en puur is. Ver voorafgegaan door de zondagdienst op een regenachtige zondagmorgen. Waarbij alleen vaste gasten en die ene dwaze man die door de regen durft te gaan naar het zaaltje komen waar een dominee prekend voor de gemeente zal staan. But hey, you can’t he.

Pinksteren gaat over het evangelie. De start van de verkiezingscampagne: vote God! Het vuur waarmee sommigen je proberen te overtuigen is stuitend. Het kent de kracht van een man met spiegelende zonnebril die zijn blonde chick beschermt. Maar hey, ik stond in de rij bij de kassa en zij is vrijwillig voor mij gaan staan. Jij stond er al en zij schoof aan je zijde. Niet eens haar arm over je schouder, haar hand niet op je kont. Geen enkel fysiek contact, geen teken dat jullie echt samen waren. Ik noem je dan broer en zus en geef mij zo maar meer kansen dan ik bij het dromend wakker worden met een zacht zingend koor kan voorstellen.

Dat is het moment dat zij wel mijn hand pakt. Ze even over mijn rug wrijft. We een zoen delen. En zo bevestigen wat goed is. Samen veilig en welkom bij elkaar. Niet eens balen van de rij. Beseffen dat zij ook de prachtige vrouw treft en realiseren dat die man best aantrekkelijk is als je tenminste op mannen valt. Mijn vriendin valt op mannen want zij is bij mij. Maar hey, you can’t always get what you want, get what you need! Dat is het moment dat we even in elkaars hand knijpen. Niet vasthouden uit wanhoop of angst dat het zou wegglippen, alleen maar bevestigen dat als er een hand nodig is, die er al is.

Dat is mooi. Ik heb na vele zwervingen gekregen zoals ik het altijd droomde. Vanzelfsprekend, gewoon, tegelijk nooit vanzelf en zo bijzonder. Ze vond haar ook mooi. Beiden, allen. De blonde, de zangeres, de meid achter de drums, de tekst op zijn borst over geloof, de passie waarmee die ene jonge flyerde. Achteraf vond ik dat het rokje best kon, maar zij absoluut van niet. En dan geldt toch ook weer you can’t always get, you get what you need. Voor mij werd dat een rustige zondagochtend met muziek en een beetje schrijven, je leest mijn tekst.

Wat ik je over Pinksteren wil vertellen staat er al geschreven. De veilige haven die heaven is. Dat heaven niet daar is, maar hier in het nu. We tevreden zijn met de dingen die komen. Tegenslag helemaal niet negatief hoeft te zijn, maar wel doorworsteld moet worden. De glimlach je meer brengt dan het sacherijn en als je op een gedreven manier de mensen gaat overtuigen ze eerder weglopen dan dichterbij komen. Vraag je dan eens af of geloven samenhangt met de dominee, de gang naar de kerk en vooral doen wat anderen je opleggen. Leef in balans, met plezier, wees goed voor anderen en laat de anderen goed zijn voor jezelf. Ik denk dat onze verlosser het niet anders gewild zou hebben.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Wat ik zeker weet

Wat ik zeker weet.

Wat ik zeker weet, dat zei ze en toen ging ze zingen. Met haar mooie stem, en het combo als orkest. Met mensen die klapten en zo kreeg ze keer op keer applaus. Ze zong alles wat ze zeker wist. Maar wat al die mensen niet weten is dat ze weggaat. Straks rijdt ze weg. In haar auto, met haar sigaret. Terwijl niemand weet dat ze rookt. Noem het een verborgen leven.

De moeder die soms zelfs de naam van haar kind bijna kwijt is. Omdat er zo veel mensen, zo veel namen, te onthouden zijn. Een druk leven ja. Carriere, typisch iemand die alles zeker weet. Drie maanden later is ze gescheiden. Vannacht vliegen de vloeken door de kamer waar liefde heerste. Maar wat ze zeker weet zingt ze vanavond voor publiek.

Ik wist alles zeker. Hield koers, maar ondertussen waren de poten van mijn stoel al doorgezaagd. Nooit gaan zitten dus! Als je om wil donderen moet je rusten. Het is beter voort te razen, dingen doen en verder gaan. Verre reizen, zware banen. De verwarming een tandje lager omdat werken warm maakt. Houtjes hakken voor de kachel die je volgend jaar gaat kopen. Boeken verzamelen met wijsheid die je binnenkort wilt gaan vergaren.

Daarom zingt ze de dingen die ze zeker weet. Bekende klassiekers geven al die liedjes nog enige steun. En terwijl ze daar staat te zingen werkt zij zichzelf richting burn out. Zou ze dan niet liever een hele dag met haar kind in het park, bos of gewoon naar de dierentuin. Koffie bij oma of in slaap vallen in het grote bed met die kleine dicht bij jou. Ja, alles wat ze zeker weet zingt ze. Over de rest twijfelt ze. Daarom komt er een nieuwe lief. Eentje met mooiere borsten, een strakkere kont en recepten van zo veel dingen die ze nog nooit heeft gegeten.

Lesbische mensen maken er maar een potje van. Ik wijs graag en gretig naar een willekeurige groep. Het is immers wat ik zeker weet. Bij donkere mensen is het een rommeltje. Bij oude mensen thuis is het veel te warm. Bij vrijgezellen vind je blikken bier onder de bank. En die twee, die raren, dat zijn sadomasochisten. Die slaan elkaar naar een hoogtepunt zonder klaar te komen. Daar begrijp ik niets van. Ook niet van de verliefde blik als zij hem aankijkt.

Als ik het zeker wist. Ja, lach maar, dan zou ik er over zingen. Op een podium zonder publiek. Ja, één vrouw. Die daar dan een beetje in het midden zit. De beste plek in het theater. Een theater is een bioscoop zonder projector. Bij een theater is er alleen een podium. Een podium en publiek, laten we die laatste vooral niet vergeten. Ondertussen zingt het meisje door. Meisje allang niet meer, gevierde artiest. Groot talent, prachtige vrouw met gulle glimlach die te serieuze liedjes zingt. Ik zou van haar moeten houden, maar ja lesbische mensen he. Juist daarom! Onbereikbaar is heerlijk veilig.

Zou je het durven? Voor iemand staan en zeggen dat je van haar houdt. Of hem, het kan natuurlijk ook een man zijn. Dan heb je pas lef. Gewoon zeggen dat je het zeker weet. Terwijl de stad overstroomt met jong talent dat zo een plaats in kan nemen. Van jou of van die ander. Daarom zingt ze over de dingen die ze zeker weet. Even een moment veilig. Zonder kritiek, zonder de fles tomaten ketchup die door de lucht vliegt, zonder de ijzige stilte die een vooraankondiging is van een nieuw gevecht.

Als de buren het maar niet horen! Want die moeten naar theater, applaudisseren en zo veel meer. Omdat het hoort. En diep in de nacht rollen ze tegen elkaar en fluisteren iets over houden van. Dan komt het stuk waarover ik niet wil schrijven. Meestal is het één van de twee die strand en in een diepe slaap valt. Maar voorlopig klappen we. Knikken bij de woorden en draaien een cd via spotify. Het is als Herman van Veen die zingt over een veel te dure flat omringd met rozengeur en manenschijn, rozenschijn. Maar je hebt vast in één of andere documentaire weleens gezien waar hij woont. Nou dan begrijp je wel waar ik over schrijf!

We worden graag bedot en zelfs in de liefde spelen we het spel van ons dagelijks ritme door. We geven complimenten, draaien om de hete brei heen en als het puntje bij paaltje komt! Doe dan je je beste act en speelt een diepe slaap. Leef jij zo? Durf jij toe te geven dat je eigenlijk liegt? Alles klopt en jij het eigenlijk niet zeker weet? Steek je dan je vinger op en laat je alles omdonderen?

Of… deel je alleen je twijfels. Zucht je wat vaker en laat je dan de ander… Omdat je het zo gewend bent dat je poten al doorgezaagd zijn. Dat de zucht er al is voor je een suggestie kan doen voor het weekend. Leun je wat achterover en herhaal je weer dat je het niet weet. De seks goed is en het eten, de kleur van de muurverf veel beter dekt dan verwacht. Stimuleer je, ben je lief en zeg je terloops dat je het niet zeker weet?

Sta je gewoon morgenavond op het podium. Vertel je het verhaal over de liefde, je grootste zekerheid. Sta je dan met je grote grijns en je armen wijd als je het laatste applaus ontvangt. Een staande ovatie van mensen die zeker weten dat ze het niet zeker weten. Maar de schijterds geloven liever in een veel te dure flat, dan een bungalow die niet eens kan tippen aan wat je tijdens je voorjaars- of najaarsvakantie bij Landal of Center Parcs vind.

Noem je het een fijne avond als je samen naar buiten loopt? Ik zou je mijn stapel Acda en de Munnik cd’s moeten lenen. Die weten ook alles zeker maar zingen wel over de ellende. Zij niet. Ik herhaal haar. Omdat het fijn is te dromen van een liefde. Omdat de wroeging, het verdriet en de grote kille eenzaamheid ook iets heeft dat lekker is. Sadomasochist? Zou ze daarom zo naar mij hebben gekeken? Ik weet het niet. Ik weet natuurlijk alles zeker. En draaf wat door in werk en dingen die ik moet regelen.

Er moet zo veel. Ik heb nauwelijks tijd voor de liefde. Een gesprek kan, even met de telefoon of nee, toch liever een whatsapp. Het enige wat er moet gebeuren. Het enige wat ik hoef te doen is een besluit nemen. Maar gut, draaikonterij voorkomt dat je fouten maakt. Het is uitstellen. Behalve als ik cabaretier was. Dan zong ik een hele avond over de dingen die ik zeker weet. Om thuis het contrast te beleven. Dat levert vast een goede cd op. In liefde leven is simpelweg accepteren dat je het niet alleen kunt en samen beter is. Maar vind maar eens iemand die daarover zou willen zingen.

Dus draai ik nog een keer een rondje mee met spotify. Knik bij de liedjes en vertel in gedachten dat ik het moeilijk vind. De eenvoud, tevreden zijn met tevredenheid. Dat is de kunst. Het is gewoon een vaardigheid. Ik wil het niet leren, het is gewoon een kwestie van doen. Net als stoppen met roken, op tijd gaan slapen en eindelijk gezonder eten. Goed, beter, best, uitmuntend. Nu ik haar zo hoor zingen herken ik opeens dat zij mijn ultieme droom is. De vrouw waarmee ik morgenochtend het liefste een beschuitje eet. Het is alleen jammer dat ik zo veel meer van haar weet…

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , , , , , , , | 1 reactie

De verschijning van Maria

Iedereen die ooit acteerde een waarzegster te zijn herkent het. De verbaasde blik bij het slachtoffer die volledig trapt in je acteertalent. Niet eens omdat je zo gekleed bent als mag worden verwacht, het decor stijlvol is en de man of vrouw tegenover je volledig opgaat in de rol die is toebedeeld. Je zegt algemeenheden, dingen die zeker altijd kloppen. Het publiek herkent zich zelfs in jullie scene en de mythe dat waarzegster altijd wel iets van waarheid vertellen is steviger.

Ik liep gisteren door de poortjes van de metro. Pakte gedachteloos een sigaret en zag de vrouw wel maar bood haar geen aandacht. Ze riep me bij het voorbijgaan en vroeg of ik er één over had. Rokers hebben altijd vuur voor andere rokers en die ene sigaret is beter als hij gedeeld wordt dan als laatste opgerookt. We zijn als motorrijders: groeten elkaar net nog niet maar begrijpen elkaar wel. De niet-rokers zijn de onwetenden. Niet dat ze ongelijk hebben in hun strijd alle rokers zo snel mogelijk te laten stoppen. Ze begrijpen gewoon de kracht niet van het delen, de kans op een gesprek of het simpele ‘dankjewel’.

Toen ik wegliep riep ze mij na. ‘U heeft verdriet’. Ik knikte, liep nog door maar stopte toen ze me vroeg te komen. ‘U heeft verdriet, maar bent iemand die veel liefde heeft te geven. U bent een mooie man, het komt goed. De vrouw of man waar u op wacht komt en your wish will be your command. When you find your self in times of trouble, mother Mary comes to you.’ Het vloeiend overgaan van Nederlands naar Engels en weer terug herkende ik wel. Ik doe het zelf ook weleens, niet eens bewust. Blijkbaar is een andere taal net even makkelijker om dingen te verwoorden. Ik bedankte haar, draaide om en ging verder met mijn beklimming van de trap.

Natuurlijk is de vrouw knettergek en wilde ze me alleen bedanken voor een sigaret. Ze riep me nog eens. Ik zwaaide en liep door. Later bedacht ik me dat ze misschien niet eens vuur had en dat wilde vragen. Eigenlijk was ik te bang voor een lang gesprek. Meer duiding van zorgen en onmogelijkheden die zich lijken te verstrikken om mijn leven. Een heldere geest, een rationeel woord. Het is altijd handig. Maar ik vond mij als man tegenover een vrouw. Een oudere vrouw met een tas, ergens bij een metrostation waarschijnlijk wachtend op de man met de sigaret.

Het zijn mooie dagen zo na de kerst. Moe, volgevreten en een halve vakantie verdaan. Even bijkomen, een berg plannen en er eigenlijk nog niet aan toegekomen. Ja het bezoek, de omhelzing van vrienden, de glimlach van die allerliefste vriendin. Ouders die blij cadeaus delen en belangstellend kijken wat je dit jaar hebt uitgekozen. Gewoon, omdat ze zelf ook niet meer precies weten wat ze voor je moeten kopen. Het gaat om de gezelligheid. Want dat Christus exact in de nacht van 24 op 25 december is geboren. Daar twijfelen we niet aan, dat geloven we simpelweg niet meer. Het gaat om de gezelligheid. Dat houd ik de kinderen voor nadat we gegrapt hebben over de cadeauophaaldag.

De eerste kerstdag collecteerden ze maar liefst drie keer, de tweede was er nog een ronde. Dan voel je je rijk als je steeds weer het papier mag verscheuren en iets ziet wat je ook wel wilt, maar toch de waarde taxeert en in gedachte rekende op net iets meer. Op momenten in het jaar gezamenlijk gedenken zorgt voor een band. Tradities smeden mensen samen. Het maakt ellende draagbaar. In de kring is er ruimte voor iedereen om te praten. Over verdriet, gemis, het uitspreken van je ellende. Net zoals de act van de waarzegster een bekende situatie is, zo kent ieder ook het moment dat samen zijn het delen van zorgen is. Vaak haal je in gedachte opgelucht adem dat het bij jou dit keer zo erg niet is.

Een ieder vlucht in zijn of haar eigen beelden die houvast geven. Het leggen van kaarten, de aanbidding van een heilige, de duim over de buik van Boeddha of het gebed wat voor het eten gedragen wordt uitgesproken door de oudste aan tafel. Sommigen zien in hun uiterste wanhoop Maria. De verschijning van een vrouw met een zacht en liefdevol gezicht die je warm laat worden van binnen. De last lijkt van je schouders weg te vloeien en even, heel even is alles goed. Dan moet jij verder of gaat Maria weer en sta je er alleen voor. Gesterkt door de ervaring weet je zeker dat het goed komt. Was het echt, is het waar? Ik durf er geen uitspraak over te doen.

Ruim een jaar geleden was mijn ellende groter. Anders, heftig en erg samenhangend met het moment. Ik liep niet tegen de muren op maar liep in gedachten de zeven passen die de kamer lang is. De kamer is langer maar meubels beperken mijn doorgang. Ik hoorde het zingen van een kind. Hoe sterk is dat geluid als je kinderen mist? Het snijdt, grijpt je vast in het binnenste van je lijf en trekt zich samen met dezelfde kracht waarmee een kind vasthoudt als het verdriet heeft. Als er een God bestaat dan was hij er op dat moment. Het was zomer, warm, de ramen open en het meisje gebruikte het openstaande raam als haar balkon van een groot paleis. Haar mooie klanken stroomde over het plein voor haar paleis en ik filmde het.

Het was bewijs. Onomstotelijk bewijs dat ik niet gek was. Het echt gebeurde. Op dat moment al ervaarde ik het als bijzonder. Toen de mensen terugkwamen die mij liefdevol onderdak hadden gegeven bevestigde ze mij heel zeker dat ze haar nog nooit gehoord hadden. Het was zelfs nog nooit gebeurt en samen keken we naar het filmpje van slechte kwaliteit waarop duidelijk een meisje hoorbaar was die met heel haar hart zong en duidelijk een boodschap had. Ik moest vandaag aan haar denken. Vraag me niet hoe het zit en waarom dingen gebeuren. Ik zou kunnen stoppen met roken. Had ik het eerder gedaan dan was heel die malle situatie van gisteren niet voorgekomen. Maar ik liep daar, het moest en de vrouw vertelde mij wat ze zeggen wilde.

De dingen grijpen ineen. Dat geeft ze meer kracht. Zoals samen gedenken een band geeft levert herkenning van zelfde situaties ook begrip voor dingen die we eigenlijk niet kunnen bevatten. Dat er een God is weet ik zeker. Het is niet de mijne, het is de onze. Dat hij je helpt weet ik ook zeker. Niet door je brood te smeren of je salaris met een kleine tien procent aan te vullen. Nee, mijn God is vooral een richtinggever. Het steuntje in de rug. De man die op momenten in je leven voorbij komt en richting wijst. Je mag zelf kiezen, hebt misschien allang gekozen. Dan komt hij langs voor de bevestiging van goed. De bevestiging van slecht heb ik nooit ervaren of het moet wroeging zijn.

Gisteren was ze er. Gisterenavond vroeg ik mij af waar ze zou slapen. Nee, niet hier. Zoeken zou zorgen dat ik haar niet zou vinden. Zelfs als ze iedere dag daar was dan kwam ik er te weinig om haar weer te zien. Zo gaan die dingen. Ik zou wat meer zekerheid willen met die dingen als het om een aantrekkelijke vrouw gaat. Maar bij de oudere sigarettenvragendevrouw vind ik het goed zo. Het raakt, komt te dichtbij. Wat ze zei was waar. Zelfs het liedje kende ik. Maar ik ging niet fluitend verder. Natuurlijk is er verdriet. Maar noem mij één veertigplusser die bij de vraag of er verdriet is niet knikt. Zo rationeel ben ik wel en rationeel was ik vroeger nog veel erger.

Maar langzaam leer ik luisteren. Volledig teruggeworpen worden op jezelf en zien dat je de dingen eigenlijk niet alleen kan is één. Vragen om hulp en ervaren dat er mensen zijn die je helpen is een rare hoor. Ik schreef toch over de overtreffende trap van rationeel. Jong en succesvol! Zeker weten en altijd vastberaden de uitgezette koers houden. Tot ze aan je poten zagen en bij het omdonderen niet eens applaudisseren voor hun eigen succes. Nee, ze halen de bijlen al door de lucht om van het geheel stukken te maken. Dan lig je en ben je blij met de mensen die niet vragen maar je steunen zonder voorwaarden. Pas dan leer je luisteren.

Wat de vrouw zei begreep ik. Niet alles klopte direct. Waarschijnlijk heb ik de richting al gemaakt. Ligt er een keuze en moest de bevestiging. Of de vrouw sprak vanuit wanhoop of door een hoger wezen ingegeven? Ze was vriendelijk, had een sigaret en ik hoop dat het geven van de woorden aan een wildvreemde voorbijganger haar ook goed hebben gedaan. Het had een lang gesprek kunnen worden over levens, onze zorgen en het delen van leuke dingen. Dat werd het niet. Ik moest door. Maar de kracht van haar boodschap is aangekomen. Zo erg dat ik diep in de nacht schrijf over mijn ervaring op de dag die achter ons ligt. ‘Alles komt goed’ zei ze. Dat is fijn. Nu nog één sigaret en dan naar bed.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Schrijfgek

Schrijfgek

Daar zag ik hem zitten! Een droge dag tussen regenbuien. Plat op zijn kont in het zand alsof het hoogzomer is. De sjaal om, tranen op zijn wangen en een lekkere warme jas. Zelf gekocht, niet de sjaal, wel de jas. Blauw, effen, saai, maar wel lekker dik. Vroeger kocht hij ze met een rits op de binnenzak. Nu niet meer, één rondje door het winkelcentrum en een keuze gemaakt. De beste uit slechten.

Hij maakt zich er niet druk om. Een jas! Dat komt vanzelf wel weer. De neuzen van zijn schoenen ook al kaal. Weet je dat hij ooit op zaterdag met schoensmeer in de weer was? Dat is lang geleden, heel lang geleden. Inmiddels is hij op. Verbruikt door het leven. Geen energie meer om op te staan. Geen zin om te genieten. Laat de regen maar komen en alle ellende als suiker oplossen. Dat het zo wegstroomt tussen het zand, zakt en nooit meer boven komt.

Dan blijft alleen de jas. Het blauw, met de rits nog dicht. Speelbal van de wind, de ruimte van de vlakte van het zand. Alle kanten kan het op gaan. De lucht in, ver weg over de vlakte of rollend over het zand. Misschien houdt de blauwe jas wel van water en is het een vaardig zwemmer. Drijft hij weg naar andere werelden en nieuwe vrijheden. Het gebeurt niet. Het enige wat hem lukt zijn flarden van zinnen uit een liedje. ‘Morgen is ze weg’ neuriet hij nu. En de wind danst mee met zijn woorden, wuift haren door de war en attendeert hem zo vriendelijk op het onjuiste van zijn zin.

Hij ging zelf weg. Als een vlucht, een ontsnappen aan een druk die onmogelijk te hanteren was. Zoals mensen de stilte van het strand niet kunnen aanvaarden. Terwijl er zo veel luid pratend roepen dat het vooral heerlijk is. De schuimkoppen, de hond, iemand om tegen aan te blaten. Hij wilde ze vervloeken en glimlacht nu om zijn gedachte. Dat niemand ziet hoe mooi het zand is. Er ordening is in de manier waarop schelpen zijn neergelegd. Het water niet altijd weer boven komt, maar eigenlijk ten onder gaat voor het strand wordt geraakt.

Hij lijkt, van een afstand, wat verward. Mompelend, plots opkijkend, dan weer de vertwijfeling waarmee zijn hand door haren gaat. Iets in mij zegt dat er een arm om de schouders moet. Kan hij dat waarderen of slaat hij, weert hij af, rolt hij om en vlucht hij? De man in blauwe winterjas, rennend over het strand. Klimt hij de duinen op of duikt hij onder in de zee? Zou het erger zijn als hij blijft. Zitten, starend naar de horizon en vertellen. Alles, als een stortvloed van onsamenhangende zinnen die je een verhaal vertellen dat je doet schrikken. Al zijn ellende eruit. Genoemd en daardoor bekent wat hij liever binnen houdt.

Zou ik schrikken of weet ik het al? Niemand zit hier. Zitten kan alleen als het lopen niet meer gaat, staan te moeilijk is en al die korrels van het zand als een comfortabele sofa zijn. Nee, hij ligt nog niet. Het zou zo maar kunnen. De wind hard jakkerend over het zand. Turbulent, vol kracht! Opgewekt boven het water, in lange golven tegen de duinen kapot. En hij, te pletter! Eigenlijk zou hij moeten leven. In de ochtend de ene kant op met een mooie blonde, in de middag terug met een ander. Donker en vol vuur met een gulle glimlach.

Hij zou moeten zoenen, omarmen, dansen met de wind. Hij zit stil. Kan het niet. Het hoofd nog vol. Als hij staat. Probeert. Zakt hij terug. Dan knielt hij, zet zich schrap. Ik steek mijn hand, hij grijpt en merkt niet eens dat hij vast heeft. Verblind door verdriet, ellende die hem keer op keer uit het lood slaat. Zoals de wind hier zo veel mensen voortjaagt over het zand. En juist die enkele tegenhoudt om over de duinen te komen. Als een verbodsbord zonder dwingende betekenis, maar met zachte moederlijke hand. Even te veel, even niet, kies maar het andere pad in de luwte.

Hij koos zijn eigen weg. En nu zit hij. Geknield en onderweg naar staan. O hij staat al. Keek hij nu maar om, even op. Maar hij ziet mijn kant niet. De zee is aanlokkender. Het weidse, grijs, de ruimte lonkt gretiger. Zien sterker dan voelen. En hij ziet alle bergen en dan dit uitzicht op dit moment. Alles vlak, met een rustig ritme. Het continue lokt hem. Voorzichtige stappen over het rulle zand. Verbazing als het hard en vlak wordt waar de schelpen in lange rijen liggen. Ik zie hoe hij raapt, de drie mooiste voor zijn voeten geworpen. Koesterend in die grote hand. De duim teder over de ribbels over de helft van wat nu dood is.

‘Zo is het leven’ verzucht hij. Ik hoor het niet. Het is de wind en ja, hij is te ver weg. Ik zoek een arm om zijn schouder. Kan ik iemand troosten die niet te troosten is? Wil iemand steun als hij zegt te klimmen maar kiest voor te pletter slaan? Heb ik de verantwoording hem te helpen, hem te laten staan? Ik weet het niet. Hij zag mij niet. Vervloekt mensen langs de veilige kant van de rand. Ik weet dat hij niet in het water zal staan. Dit is ver genoeg. Getallen geven orde. Hij knikt. Ik zie duidelijk dat hij knikt. Dan draait hij om en ziet mij. Ik hoop op een zwaaien, de glimlach. Het komt niet. Hij lijkt te wenken.

Samen lopen we een stukje van zijn weg. Hij vraagt het als ik dichtbij ben. Of ik samen met hem, langs de vloedlijn. Heen en weer, dag en nacht, ochtend en middag en hij lacht. Begrijpt hij wat ik dacht? Leest hij wat ik niet zeg, niet heb geschreven. De spanning trekt als een bliksemflits over zijn gezicht. Lijkt zich te ontladen in het zand. Als ik omkijk zie ik een spoor in een ruime bocht van de plek waar hij was, even stilstond en nu verder naar onderweg is. Het is goed. Bemoedigend vertel ik hem dat het fijn is als hij gaat schrijven. Het enige wat hij hoort is ‘gek’.

Snel corrigeer ik mijn woorden tot schrijfgek, gek op zijn schrijven, dat het tenminste fijn is als hij toch de tijd zou vinden om woorden in een tekstverwerker te krijgen. Hij zucht en begint het begin van een milde storm. Zo één die het zand op doet waaien en je ogen laat prikken. Bijna voel je tranen en zie je nu goed dat hij, net als jij? Nee, niet een man in een blauwe winterjas. Niet zoals hij. Hij is van het soort dat staat, stevig en met rechte rug doorgaat. Speels de bal een trap geeft zodat een hond verder kan rennen en luid blaffend zijn aanwezigheid in de ruimte een plek geeft.

Die plek hoeft hij niet en ik weet het. Even onzichtbaar en zuchtend langs de kant. Opgaan in de ruimte van het zand. Ver weg van de gebaande paden die hier worden weggevaagd door wind en terugkomende golven. Nietig, niet bestaand, onbetekenend. Aan de rand van het land. De korst, de kruimels, de rand die eraf kan en dan niet gemist wordt, hooguit gemorst wordt. Even dieper zakken, als voeten in het rulle zand. Niet meer vooruit komen, weten dat je niet kan blijven. Want de nacht en de kou en… Nou en. Nog één keer haalt hij diep in. Dan roemt hij de zeelucht, hoe gezond het is. Dat het een prachtige dag is in een reeks van slechte dagen. En ik weet: schrijfgek, schrijf gek…

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen